10 december 2007

Dagkalender van de poëzie 2008, Menno Wigman

Ongelezen goed

Dit is de eerste recensie die ik schrijf over een werk dat ik niet gelezen heb. Sterker nog ik ben niet van plan om dit werk in de nabije toekomst uit te lezen. Het is namelijk de Dagkalender van de poëzie 2008 samengesteld door Menno Wigman en Alfred Schaffer.
Het is heerlijk: ik hoef niets te vinden, ik hoef niets te analyseren, ik ga alleen maar bladeren. Ik had natuurlijk ook de Geert Mak-kalender kunnen nemen (ja, die bestaat echt) of de Peter van Straaten-zeurkalender, maar de rechtgeaarde poëzieliefhebber koopt gewoon de poëziekalender.
Deze kalender heeft al een lange historie. Ooit begonnen in een tijd waarin ook nog de Literaire agenda werd uitgegeven is de poëziekalender de ware overlever gebleken. Eerst gemaakt door Hans Warren en Mario Molengraaf (die volgens de dagboeken het meeste werk eraan besteedde) en sinds enkele jaren door Menno Wigman.
Ik denk dat de meeste mensen bij een kalender het eerst gaan kijken naar het vers op hun verjaardag. In mijn geval heeft Wouter Godijn dan een plek op de kalender. Het thema dierendag is gelukkig niet te dik aangezet in het gedicht ‘Familieportret’ dat begint met de intrigerende regel ‘Het konijn moet nog gedrild en de vaat begraven.’
Ik controleer ook even of mijn familie en vrienden met een aardig gedicht bedeeld zijn en check even vlug de feestdagen. Ja mooi, Vasalis op Moederdag, Leonard Nolens op Eerste Kerstdag, nou ja helaas Martin Bril met het platvloerse liefdeslied ‘De tieten van mijn vrouw’ op Valentijnsdag, maar voor de rest is het vol verwachting uitzien naar al die gedichten het hele jaar door.
Grote dichters als Eva Gerlach en Esther Jansma staan in deze bundel naast Femke Halsema en Jan Marijnissen. Diverse vertaalde en mij tot nu toe nog onbekende dichters wachten hun dag af: wie is Y. Th. Vafopoulus en wat schrijft Cahit Sitki Taranci? Meer vertaalde dichters dan ooit schrijven de samenstellers in hun voorwoord. En dat is misschien ook de grootste waarde van zo’n kalender: je ontdekt nieuwe dichters, je herleest oude meesters en je hernieuwt de kennismaking met hedendaagse poëten.
De bundel heeft dit jaar het wat zware thema ‘oorlog en vrede’ meegekregen, zonder daar al te rigide in te zijn, want dat vonden Wigman en Schaffer ‘al te vermoeiend’. ‘Toch zult u heel wat gedichten ontdekken die op leven en dood geschreven lijken,’ schrijven ze, het thema zo breed trekkend dat iedereen de kalender met een onbezwaard gemoed kan kopen en vol verwachting uitziet naar de eerste dag van het nieuwe jaar. Ik kan bijna niet wachten met scheuren.

Coen Peppelenbos

Menno Wigman en Alfred Schaffer (samenstellers): Dagkalender van de poëzie 2008. Meulenhoff, Amsterdam. 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer