Herbergzaam, Francie van den Hurk

Bestekgekletter en de veiligthuisgeluiden

Het overkomt je tegenwoordig niet vaak meer dat je een poëziebundel van kaft tot kaft begrijpt. Toch is dat met Herbergzaam van Francie van den Hurk het geval. In eerste instantie is dat erg prettig, maar terwijl je aan het lezen bent, word je ook wat kregelig. De thema’s zijn natuurlijk goed: dood, ziekte, overspel, liefde, de aftakeling. Daar is niets mis mee.
Maar toch: ik mis de weerhaakjes in taal en betekenis die de poëzie op een hoger plan kunnen trekken. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Gebed’.

Gebed

Ik wil gezellig sterven zei ze
zonder drama glaasje in de hand
pinda’s pellen op een krant
een lied van vroeger zin voor zin
nog kunnen zingen en dan krak.

In beweging woensdagochtend
met de kracht van vijfentachtig
gymmen op een Weense wals
knieën krakend in de maat, een
twee drie en een twee en uit.

Gerieflijk in de leunstoel
de laatste crypto opgelost
advocaatje nippen rode konen
en een aangeschoten giechel
met vriendinnen en dan stop.

Een gezellig gedicht dat het ongetwijfeld goed zal doen in bejaardenhuizen, maar het is met te gezellig. Bovendien doet het me denken aan het gedicht ‘Beroepskeuze’ van Judith Herzberg ( En toen ze vroegen wat ze later wilde worden / zei ze ‘Graag invalide etc.). Bij Herzberg vind je ook die opgewekte, ironische toon, maar bij haar zindert er een betekenis mee, namelijk de angst verlaten te worden. Bij Van den Hurk zindert niks mee.
Ook bij een ander gedicht moest ik denken aan een beroemd gedicht van Herzberg, namelijk Juli (Ik ben mijn jongen kwijt / goud gaf ik voor geritsel / mijn nest zit me te wijd.) In drie zinnen geeft Herberg aan hoe een moeder zich kan voelen nadat haar kinderen de deur uit zijn gegaan. Francie van den Hurk neemt in ‘Bandenlichters’ hetzelfde thema als uitgangspunt, maar zij heeft er twintig regels voor nodig, waarin de volle schuur met fietsen, het ‘bestekgekletter’ en de ‘veiligthuisgeluiden’ aan de orde komen. Aardig verwoord, soms met speelse woordgrappen, maar de spanning in het gedicht ontbreekt.

Misschien moeten we er niet zo moeilijk over doen, dat doe de dichteres zelf immers ook niet. Ook deze poëzie heeft zijn bestaansrecht. Maar in het vervolg moeten al te opzichtige verwijzingen er wel uit, zoals in het gedicht ‘In de geest’ waarin de ik verlangt begraven te worden in Paasloo: ‘leg me in een Bloembed’.
Dat is toch een beetje al te opzichtig schmieren.

Coen Peppelenbos

FRANCIE VAN DEN HURK: Herbergzaam. De Harmonie, Amsterdam, 48 blz. € 13,50

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer