6 november 2006

Wegsleepregeling van kracht + CD,H. Mirck

‘Speel voor me, maak me stil’

Soms lees je een gedicht op een verkeerd moment. Je leest een strofe en kijkt tussen de verzen door de grauwe donderdagmorgen in, en de woorden blijven afstandelijk. Het enige wat je verrast, is de bonkigheid van de titel van de bundel, Wegsleepregeling van kracht. Uren later, in de melancholie van een herfstige schemer, doet die titel er niet meer toe. Opeens lees je woorden die je doen glimlachen, zie je beelden die weemoed oproepen, en zijn er regels van gemis die pijn doen.

Mircks sonnettencyclus verbeeldt de eenzaamheid van een verloren liefde, het stille gevecht tegen de afwezigheid van een ‘jij’. Alsof er in poëzie ooit iets anders is. Nee, de thematiek is verre van origineel of uniek, al was het maar omdat Wegsleepregeling van kracht een modern antwoord moet vormen op Schuberts Winterreise. Om deze overeenkomst te benadrukken, wordt de bundel vergezeld door een cd waarop Mircks cyclus van muziek is voorzien. De dichter draagt daarbij zelf zijn poëzie voor, maar dit muzikale experiment voegt weinig toe aan de gedichten, die te zeer voor zichzelf spreken om gebaat te zijn bij een extra omlijsting.

Hoewel, dat spreken gaat niet helemaal vanzelf: de meeste gedichten in de bundel hebben op het eerste gezicht iets ondoorgrondelijks, of, zoals Martinus Nijhoff het verwoordde: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’. Er is altijd de lichte dwang een regel, strofe of zelfs een gedicht in zijn geheel steeds opnieuw te lezen, omdat het gevoel van ongrijpbaarheid blijft: >

Dagen later zie ik mijn roepen
vingers van schrik, beet in mijn arm
Niets in dit bos loopt of staat, keert

op zijn tellen terug
zonder het woord
dat deze plek verlicht

Het zijn, in feite, onmogelijk te begrijpen regels, deze laatste verzen van het gedicht ‘Het dorp voorbij’. Hier is geen sprake van een woord dat verlicht, de donkerte tussen de bomen blijft een ondoordringbaar duister. En toch intrigeren deze strofen, door hun onbegrijpelijkheid, maar ook door de contrasten die worden opgeroepen. Er is een roepen dat gezien wordt, een bos vol nachtmerries waar toch een verlichte plek te vinden is – het zijn beelden die je niet begrijpt, maar voelt.

Zo onpeilbaar als ‘Het dorp voorbij’, zo direct en aards is een gedicht als ‘Alleen’:

Hoe ze had gebladerd, uitgezocht,
de kast nagekeken, een lijstje gemaakt,
het haar achter haar oor
gestreken, in winkels in rijen wachtte

Hoe ze straks de tafel zou dekken, twee plaatsen,
de tijd opstookte met haar fornuis, haar handen
afveegde, haar schort aflegde, het zou later worden,
later dan ze wilde,

terwijl ze niets at maar zat
en zatter werd van wachten, nog altijd
En al is er nu iemand die wel komt
 
en wel eet, die haar glazen droogt
en terugzet waar ze horen
Stil zit ze daar – gebarsten

De hoopvolle voorbereidingen vol liefde uit de eerste regels maken plaats voor een gelaten, teneergeslagen wachten op iemand die nooit komen zal – ‘Alleen’ is een prachtige verstilde tekening van verlatenheid. ‘Mooi maar droef / droef maar mooi,’ zoals in ‘Speelman’ van de liefde wordt gezegd.

Ja, Wegsleepregeling van kracht bevat mooie gedichten. Wat eigenaardig is, omdat de taal in deze bundel niet altijd even mooi is. In ‘Alleen’ zijn er de regels ‘terwijl ze niets at maar zat / en zatter werd van wachten’, wat grenst aan een stijlbreuk, en bovenal getuigt van een oncharmant woordspel; een woord als ‘zatter’ valt, hoe je het ook wendt of keert, uit de toon en breekt het gedicht. Mirck heeft moeite zijn gedichten tot een eenheid te maken, en zelfs de bundel als geheel is, ondanks het idee van een cyclus, ook moeilijk als dat geheel te beschouwen. Er is een grillige afwisseling tussen mysterieuze ondoorgrondelijkheid, kleine alledaagsheid en een ijdele vorm. Het gedicht ‘Wegwijzer’ bevat regels als deze: ‘Maar in het GESLOTEN donker terug kon ik je / niet meer laten gaan. We liepen door de WEGSLEEP- / REGELING VAN KRACHT, sloegen bij de splitsing af, / bleven samen na twee passen staan.’  Het stoort eerder, deze letterlijke en wat potsierlijke weergave van bewegwijzering, dan dat het gedicht aan betekenis of verbeeldingskracht wint.  

Maar toch. Plotseling zijn er dan weer wonderlijk mooie regels, zoals ‘zijn hand droomt / onder haar jurk’, of ‘Of ga ik, láát ik / dat alles wat ik schrijf me buitensluit, / laat ik wat niet kan onmogelijk zijn’. En dan de laatste strofen van ‘Sprookje’:

waar ben je toch? Ga maar
slapen; zo alleen
kan iemand je wakker kussen

het glas om je breken
de lucht om je in
beweging brengen

Als Hanz Mirck zulke verzen schrijft, is hij de accordeonist uit het laatste gedicht van de bundel, aan wie wordt gevraagd: ‘Speel voor me, maak me stil’. Mirck dicht, en maakt stil. Soms. 

Wegsleepregeling van kracht
Hanz Mirck
Prometheus, 2006
33 blz., € 19,95

Nienke Beeking

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer