2 oktober 2006

In dit laagland,K. Klok

Gewoontjes

De Dordtse historicus Kees Klok debuteert eindelijk. Op zijn zeventiende presenteerde hij een Dordtse versie van Poëzie in Carré waar bekende dichters optraden en durfde het aan zelf ook nog een vers te laten horen. Hij hoopte op de plaatselijke krant.

In 2006 komt het dan toch tot een bundel. Bij uitgeverij Wagner & Van Santen brengt hij In dit laagland uit waarin het openingsgedicht het bovenstaande beschrijft. De rest van de bundel bestaat uit vier afdelingen met strakke poëzie, vol herinnering en regenwater. Regenwater – maar ook andere neerslag – komen opvallend vaak aan het einde van zijn gedichten omhoog wellen of naar beneden vallen. Zo hij ‘het hoe het van de regen glom’ in het openingsgedicht, in het gedicht ‘Bij de haven’ begint het zacht te regenen, op pagina 33 ligt er ‘nog net geen sneeuw’ en vervolgens welt het regenwater in ‘Schuilplaats’ op. Ach, het is niet consequent toegepast, het geeft alleen een wat gemakkelijk beeld en dat doen wel meer gedichten uit deze bundel.

In de eerste afdeling ‘Groeten misschien’ kijkt hij terug op zijn jeugd. Het zijn nostalgische, weemoedige en soms lieve gedichten die mij niet raakten door hun afstandelijkheid. Zo beziet hij alles van een afstandje en laat hij je niet dichterbij komen:

‘Aan de kaarttafel de machtelozen

in hun ontluisterend spel

en dat meisje: kijk hoe zij zich

buigt om vuur aan te nemen.’

Het is misschien een mooi beeld, maar vooral een herkenbaar beeld. Daarnaast is het een beeld dat betekenisloze vragen oproept: waarom machteloos, waarom ontluisterend en waarom zouden we überhaupt naar dat meisje kijken? Dat het zich in de haven afspeelt, lijkt mij weinig kenmerkend.

De tweede afdeling ‘De kaart van Peutinger’ is wellicht de minste. Het is een avontuurlijke reis door de wereld in voorspelbare gedichten; erg spannend wordt de reis maar niet. Het is vooral ‘gewoontjes’: ‘Wij waren mooi weer zeermensen / die voor striemend zand, brullend water / en gruwelverhalen de beschutting / van de stad zochten.’

De inhoud is zeer wisselend. In de derde afdeling zien we dat vooral terug. Zo lezen we daar:

‘Dat het licht in jouw ogen

mij zo zou verslaven,

tornado’s teweeg zou brengen,

het doel van mijn reizen

van west naar oost zou verleggen

en dat voorgoed.’

Een slappe strofe uit een gedwee liefdesgedichtje dat tot overmaat van ramp ‘Het licht in jouw ogen’ is getiteld. Rare zinnen die het gedicht meedogenloos onderuit schoffelen: ‘Pover wasgoed aan de lijn, / een lekkend dak boven onze zorgeloosheid.’ Maar daar tegenover schrijft hij mooie gedichten over September: ‘Een tunnel verder raapt een zwerfster / kaarten uit de berm. Een weggewaaide / schoppenboer laat een toekomst te raden’, en over de watersnoodramp van 1953: ‘Het magisch watermerk dat ik / gestaag te boven groeide, / zoals bij elk bezoek weer bleek. / Het lage land benadrukt in een groef.’

Zijn kennis van Griekenland en met name Cyprus heeft hij in de laatste afdeling mooi beeldend samengevoegd, melancholische beschrijvingen, afstandelijk maar intiem. Hier komt de historicus naar voren, hier spreekt passie en hier durft hij ook meer met zijn lezers te delen, maar we blijven toeschouwers:

‘Terwijl men lacht om vrolijke verhalen

danst een circusjongen

op weg naar het einde

en tobben bezorgde ouders over

een eigen huis, want hun taal

der liefde is even versteend

als het land.

De poëzie van Klok doet mij hier en daar denken aan de latere gedichten van Bernlef: zij heeft iets ‘gewoons’ terwijl er onder de woorden een spel van betekenis speelt. De kunst van het observeren, in dezen het observeren van het verleden. Maar zij is niet ‘gewoon’ maar ‘gewoontjes’, zij heeft iets naïefs en de kwaliteit is te wisselend. Het is niet te hopen dat hij hiermee alle gedichten tussen 1969 en nu gepubliceerd heeft, maar dat hij nog wat te schiften heeft. Veel gedichten uit deze bundel hadden beter in de plaatselijke krant kunnen staan.

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer