De bronmeester van Veskimõisa,Jaan Kaplinski

‘Soms denk ik dat ik eigenlijk geen schrijver ben, ik heb ook nooit de rol van schrijver en dichter geaccepteerd. Ik dicht, zonder dichter te zijn; ik schrijf, zonder schrijver te zijn. Het verschil tussen mij en de schrijver is ongeveer hetzelfde als het verschil tussen de sjamaan en de trommelaar van een orkest. Beiden slaan de trommel, maar voor de ene is dit meer een middel, voor de ander meer doel. Gemeen hebben ze dat ze beiden moeilijk kunnen leven zonder op de trommel te slaan.’

Met deze woorden sluit de Estse dichter Jaan Kaplinski (1941) zijn zelfbeschrijving en plaatsbepaling ‘Aan de lezer van de schrijver’ af, die hij vooraf laat gaan aan twintig gedichten in Nederlandse vertaling, in 1993 bijeengebracht onder de titel De bronmeester van Veskimõisa. Het is een kleinood, een 32 pagina’s dunne oase van rust waarin zich contemplatief ingestelde, vormvrije verzen ophouden. Deze gedichten dringen zich niet opzichtig aan de lezer op, maar nodigen hem uit om even rustig te komen zitten en nestelen zich vervolgens glinsterend en kalm in zijn hoofd, om daar als kleine, lucide gedachte te worden voltooid. Of om als ogenschijnlijk bescheiden beschrijving te beginnen en uit te groeien tot een beeld van universele proporties, zoals bij het titelgedicht:

De bronmeester van Veskimõisa

van weleer

leeft

anders dan anderen voort

in water
in bronaderen
van onder

het opzijgeschoven deksel

uit een duistere ruit

kijkt zijn hemel

elke dag

naar jou

Uit: Jaan Kaplinski, De bronmeester van Veskimõisa. Met een voorwoord van de auteur. Keuze en vertaling uit het Ests van Külli Prosa. Uitgeverij Plantage, Leiden 1993. Cahiers van de Lantaarn, nummer 60. ISBN 90 73023 35 1

Kaplinski was dit jaar te gast op het Poetry International Festival. Meer informatie over de dichter is te vinden op: http://www.poetry.nl/read/53/dichter/id/41628.

In het nieuwe, vorige week verschenen, zomernummer van poëzietijdschrift Awater zijn drie vertalingen en een inleiding op Kaplinski’s werk te vinden van de hand van zijn huidige Nederlandse vertaler Cornelius Hasselblatt. Vorig jaar brachten Hasselblatt en vertaalster Marianne Vogel meerdere dichters uit Estland bijeen in Woorden in de wind van de Oostzee. Estische poëzie uit de twintigste eeuw. Uitgeverij P, Leuven 2005.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2010

Recensie door: Albert Hogeweij
Recensie door Albert Hogeweij

In het Haydn-jaar 2009 liet Dimitri Verhulst zich op verzoek van het Ensor Strijkkwartet inspireren door Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze van Joseph Haydn. De wens van het strijkkwartet was om deze muziek eens ontkoppeld te zien van het religieuze gegeven, en de zeven laatste zinnen die Christus aan het kruis sprak te benaderen vanuit de realiteit van alledag anno nu. Wie het werk van Verhulst ook maar enigszins kent, weet dat de aardse realiteit bij hem geborgen is.

Lees meer