3 april 2006

Monument voor een verzonnen dichter,René Huigen

(deze bespreking gaat over Steven! van René Huigen, maar de techniek weigert even de juiste titel in te voeren, waarvoor excuses)
Een voetnoot bij Pessoa

Een goede schrjver verhoudt zich tot veel van wat er al geschreven is. De bundel Steven! van René Huigen doet dat heel nadrukkelijk, in de titel al. Steven is de naam van een man die de sigarenwinkel uitloopt in de laatste strofe in een bekend gedicht van Alvaro de Campos, een van deheteroniemen van Fernando Pessoa :

De man is de Sigarenwinkel uitgekomen (kleingeld in zijn broekzak stekend?).
O, ik ken hem; het is Steven zonder metafysica.
(De Sigarenhandelaar is in de deur gaan staan.)
Als gedreven door een goddelijk instinct draaide Steven zich om en zag mij.
Hij zwaaide naar me en ik riep Dag Steven!, en het universum
Kreeg voor mij zijn vorm weer zonder hoop noch ideaal, en de Sigarenhandelaar glimlachte.

Huigen heeft deze Steven van een geschiedenis willen voorzien, althans op de dag dat hij uit de Sigarenhandel liep, hij heeft de Steven van Pessoa, die voor het heteroniem De Campos misschien een ideaal van gebrek-aan-metafysica inhield, een levenshouding die voor De Campos te verkiezen valt, voorzien van een voorgeschiedenis die zijn optreden in het gedicht de Sigarenwinkel logenstraft. Wat Steven die dag heeft meegemaakt maakt hem ongeschikt het toonbeeld te zijn van zomaar een man die tenminste weet wat hij met zijn leven moet: tabak kopen als hij daar zin in heeft.

De bundel eindigt met Stevens weergave van de ontmoeting die er geen was:

Bij het verlaten
Stond hij even in de deuropening
Van de tabacaria stil, en keek,
Waarom wist hij niet, lachend naar boven.
Daar stond hij dan, niet naakt ten overstaan
Van zijn schepper, zoals hem was aangezegd,
Maar tegenover een hem onbekende
Man, hem groetende vanachter het raam
Van diens woning. Voldaan zwaaide Steven
Terug en maakte zich vervolgens uit
De voeten. Waarheen, weet U alleen, o
Muze. Zolang U zwijgt zal Steven dolen,
En met hem ik, die hem tot hier mocht volgen.

Wat heeft Steven zoal meegemaakt die dag en hoe verhoudt zich dat tot de persoon die hij wordt geacht te zijn in het gedicht van De Campos?

In de Sigarenwinkel worstelt De Campos met het probleem van hoe zich de uiterlijke werkelijkheid zich verhoudt tot de metafysica. De Campos is zoekende:

Ik ben vandaag perplex, als wie heeft nagedacht, gevonden en vergeten.
Ik ben vandaag verdeeld tussen de trouw die ik verschuldigd ben
Aan de Sigarenwinkel aan de overkant. Als uiterlijke werkelijkheid,
En de gewaarwording dat alles droom is, innerlijke werkelijkheid.

Welnu, Steven heeft die morgen de hel gezien, de Leviathan, zich Odysseus gewaand, met heiligen gesproken, zich laten gidsen als Dante, gevlogen als Ikaros, hij heeft engelen gezien, gehinkeld ‘als de poeet Wiens werk ons zo’n handig vehicel is’. Hij reisde door het werk van Byron heen, door de Klassieken, Dante, Homerus, de bijbel, de middeleeuwse alchemisten, Blake, en een veelheid van werken die ik niet zondermeer herken maar die rondzweven in het belezen brein van de dichter van dit werk.

En dat alles wordt de lezer verteld in vijfvoetige jamben, als om de afstand van de losse vorm van De Campos gedicht nadrukkelijk te vergroten. De eerste twintig pagina’s van de bundel wordt de Muze aangesproken, uitputtend. Ook een manier om het classisisme van de tekst voor de lezer meteen nadrukkelijk te etaleren: let op, dit is een tekst die zich wenst te voegen naar de retorische regels van weleer, meer dan naar de twintigste eeuwse poëzie waaraan het toch zijn hoofdpersonage ontleend.

In die zin vormt dit gedicht een poeticaal weerwoord. Maar waarschijnlijk is Huigen de dichter van De Sigarenwinkel liever tot dienst, die zegt tenslotte

In hoeveel zolderkamers en niet-zolderkamers op de wereld
Zitten op dit moment genieën-voo-zichzelf te dromen?
Hoeveel verheven, nobele lucide aspiraties-
Ja, waarlijk verheven, nobel en lucide-,
En wie weet realiseerbaar,
Zullen nooit het werkelijke zonlicht zien, noch oren om te horen vinden?

En Huigen schiet De Campos te hulp met de mededeling dat De Campos meer gelijk heeft dan hij zelf dacht: zijn toonbeeld van aardsheid, van in-het-leven-staan, Steven zonde metafysica, krijgt door Huigen, als een voetnoot in De Sigarenwinkel, een volledige droom toebedeeld.
Huigen kent Steven beter dan De Campos, dat wil hij in zijn klassieke poging tot ‘ aemulerende imitatio’ in de laatste regels ook tonen:

Daar stond hij dan, niet naakt ten overstaan
Van zijn schepper, zoals hem was aangezegd,
Maar tegenover een hem onbekende
Man

Huigen heeft hiermee Steven van De Campos afgenomen, Waar De Campos nog zegt ‘ O, ik ken hem’ kent de Steven van Huigen zijn schepper niet, hij hoeft niet naakt tegenover zijn schepper te staan. Zijn nieuwe schepper heeft hem aangekleed.

René Huigen Steven! Gedicht. DeBezige Bij, 2005

Menno Hartman

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer