19 december 2005

Geef mij een wonder,Alexis De Roode

Geef mij een wonder is de titel van het debuut van Alexis de Roode (1970). ‘Geef mij een wonder’ is een aanspreking – van de dingen, de ander – die zelden op een even heldere manier kan worden beantwoord. En wellicht even zelden leidt tot heuse wonderen. Het wonder speelt zich veelal af bij de waarnemer, die de ervaring wel kan delen maar het mysterie errond nooit helemaal zal kunnen wegnemen. Dat is ook het perspectief dat Alexis de Roode hanteert in zijn gedichten: het is het verlangen naar het eigen wonder, ‘mijn wonder’.
Dat wonder speelt zich af op plaatsen die voor de buitenwereld niet altijd even kenbaar zijn. Ook omdat het verlangde zich niet noodzakelijk in die werkelijke wereld bevindt. Alexis de Roode betreedt in Geef mij een wonder regelmatig het domein van droom en fantasie, de schemerzone die zich niet met wezenlijke antwoorden bezighoudt, maar een codetaal spreekt; die zich evenzeer verbergt als het wonder zelf: ‘waar is het wonder? / Want alles wat ik zie, bestaat zo ontzettend: / struikjes, koetjes, boerderijen, / er is geen speld tussen te krijgen’ (uit: ‘De lege landen’). En tegelijk kan dat kleine voldoende zijn om te getuigen van wonderlijkheid: ‘Al is het maar die haagbeuk / die op een mistige ochtend / een beetje is verschoven. / Dan weet ik genoeg.’ Of de boodschap die zich tussen de andere typische berichten in ‘Het schrift in de kapel’ heeft genesteld, ‘sinds 1998, om de vier, vijf pagina’s, / steeds in hetzelfde ronde handschrift: // Voor een leuke, lieve vriend’.

Of het lichaam van de geliefde. Het uitblijven van het wonder wekt ongeduld, kwelt degene die ernaar verlangt. Hetzelfde soort ongeduld dat zich in het hilarische ‘Gedicht gevonden in een aardewerken pot’ bevindt.

We zijn gekomen op voeten van leem
en gestegen op vleugels van rook.
Van oeroude eiken reiken de wortels
inmiddels tot het middelpunt der aarde.

Wat nu?
Nu moet het snel gaan.
Nu moet het gebeuren.

Koninkrijken kwamen en gingen,
de ijstijd is voorbij en ook het Krijt
kunnen we zo langzamerhand
als afgesloten beschouwen.

Ikzelf ben nu al over de dertig
en mijn zus is twee jaar ouder.
Wie kan zich nog heugen
dat vrouwen van ribben en mannen
van modder werden gemaakt?

Het begin is dus voorbij.
Madagaskar ligt op zijn plek
en de Alpen staan. We moeten door.
We kunnen niet langer wachten,
geen seconde.

Het ene gevonden wonder of vervulde verlangen wakkert het nieuwe aan. En steeds gaat het om de persoonlijke vervulling, de aanwezigheid van het verlangde. Dat persoonlijke karakter heeft als gevolg dat het verlangde voor de een nooit een herhaling kan/mag zijn van wat een ander al heeft ontvangen. In het erg toepasselijk getitelde ‘Het mag niet, maar het moet’ is het het verleden van de geliefde dat zich als een irriterende huidziekte over de verlangende spant. De titel lijkt het gedicht zelf te rechtvaardigen: dit is niet zo fraai, maar een noodzakelijk moment. Of zoals Alexis de Roode zelf schrijft in ‘Openbaring’: ‘Wist je niet dat de essentie van perfectie / altijd een holle ruimte is, / waar het schimmelt en broeit?’ Gelukkig dat ‘Het mooie van de tijd is / dat hij doorgaat’ (uit ‘Dag liefje’).

Geef mij een wonder is een intelligente, bedachtzame, fantasierijke bundel. De bedachtzaamheid in de constructie levert mooie keerpunten en perspectiefwisselingen op, maar zorgt af en toe voor een teveel aan plotse wendingen, een teveel aan pun. Alexis de Roode schrijft helder maar niet zonder zin voor het eigen grillige, zelfzeker maar met de nodige zelfrelativering. Met het besef dat het wonder vaak vergezeld wordt door de holle ruimte waar het schimmelt en broeit.

Alexis de Roode, Geef mij een wonder .Uitgeverij Podium, 2005
ISBN 90 5759 237 1
46 p. | 12,90 euro

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

08 oktober 2007

Noeste gelovigen die de Texaanse prairie trotseren tegen beter weten in. Wrede indianen die hun voormalig territorium verdedigen. En de Amerikaanse burgeroorlog op de achtergrond. De nieuwste roman van Arthur Japin is een prachtig geschreven historische roman met een sympathieke maar chagrijnige oude vrouw in de hoofdrol. Een vrouw die dingen heeft moeten doorstaan die je niemand toewenst. Het moment dat de laatste indianenstam zich besluit over te geven wordt voor haar een reis naar het verleden.

Sallie “Granny” Parker en haar man, kinderen, schoonzonen en kleinkinderen trekken er rond 1835 op uit om een fort te bouwen in Texas. Als pioniersfamilie hebben ze een stuk grond gekregen midden in het leefgebied van een indianenstam: de Comanche. Deze staan bekend als een van de wreedste stammen van het land. Binnen de hoge muren van hun fort wanen de Parkers zich echter veilig. Tot die ene dag aanbreekt waarop de indianen haar halve familie doden en de rest ontvoeren.

Lees meer