28 november 2005

Windroosserie,Diverse auteurs

Onder redactie van Henk van Zuiden en beschermheerschap van Simon Vinkenoog gaf uitgeverij Holland dit jaar in één keer vier debuten uit in de Windroosserie.

De debutanten zijn Tom Zinger, Robin Block, Sander Koolwijk en Pom Wolff. Een korte introductie van deze  min of meer bekende en minder bekende namen: Zinger kennen we uit Tzum en Dichters in de Prinsentuin. Block publiceerde in Krakatou en Mens en gevoelens. Koolwijk werd dit jaar Nationaal Slamkampioen en Wolff is bestuurslid van De School der Poëzie te Amsterdam en adviseur van het Cornelis Vreeswijk Genootschap.

Tom Zinger, tja. Zijn bundeltje heet Rauw boy blues en dat is grappig. Wel net zo grappig als het volgende gedicht:

Rotterdam

Been there,
rot dat.
Niks an,
kutstad.
 
De gedichten moeten blues zijn, maar zijn over het algemeen wat weeïg, of flauw. Het rammelt en rijmelt. Nee, dan Robin Block met zijn bundel Bestialen. Vele malen origineler, alhoewel de woorden net zo wild over het papier dansen als bij Van Ostaijen. Desalniettemin is het geen jatwerk; het heeft een unieke sfeer: mysterieus en twijfelachtig. En juist dat maakt de gedichten robuust. Lees maar:
 
Lolita
 
alsof ik jou ooit anders kende
dan onwennig kinderstemmetjes

Misschien als je vlechtjes groeit
behaagziek laatste melktand hoont
in blootgelachen rokje
mij vermaakt met klunzige pasjes
hou ik pink aan pink je liefde vast
 
Het derde bundeltje draagt de titel Onder dak en is van Sander Koolwijk. In deze bundel gedichten overwint de taal, in soms rauwe, soms lieve gedichten, soms treffend, soms net niet.
 
Angst
 
Het mes, geslepen,
schokkend over huid
laat sporen achter
die weer drogen,
als de woede verder kruipt.
 
Ik stel mij voor dat het bovenstaande gedicht ingrijpend moet zijn, maar het komt eerder wat blasé over terwijl de titel anders doet verwachten. En zo slaat Koolwijk naar mijn idee de plank vaker mis. Ik ontkom er niet aan zo nu en dan mijn schouders op te halen. Dan maar naar de bundel van Pom Wolff. Je bent erg mens heet zijn debuut. En ja, dit is veruit de beste uit deze Windroosserie. Originele weerbarstige, overtuigende indringende poëzie. Wolff is een soort prekende Komrij; geen illusies, alleen de harde werkelijkheid. Een uitstekend voorbeeld is het volgende gedicht:
 
Kind
 
likbaar koud verkild een liedje
totdat het over is voorbij
een houtje nog om op te bijten
kun je daarmee leven
je zal wel moeten
ik heb het over unterwelt
waar demonen schatten zijn
 
waar zij regeert is zij vernederd
het liefst ontkend
een onbestaanbaar niets
zo onbestaanbaar kan het liefste zijn
de vrouw die je net een hand gaf
dat was je moeder jongen

De bundel die geen illusies kent, wint het wat mij betreft van de andere drie bundels die soms hoteldebotel zijn. Zo zie je dat poëzie alles met de werkelijkheid te maken heeft.

Wouter de Vries

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer