21 november 2005

Formosa,Lloyd Haft

Bloei op de leegte overbrengen

Formosa is de oude naam voor Taiwan. De Portugese zeevaarders vonden het eiland zo mooi dat ze het ‘ilha formosa’ noemde, formosa: mooi, ‘zoals een vrouwengestalte mooi kan zijn’. Ook de VOC die er een kleine veertig jaar de dienst uitmaakte noemde het zo. De sinoloog Lloyd Haft, die in Leiden doceerde en wiens negende dichtbundel deze titel draagt trouwde er met een Taiwanese vrouw en vond er volgens de flap een derde vaderland.
In zijn nawoord schrijft Haft dat hij Taoïstische teksten leest, ‘niet meer om de de meditatie-procedures van de ‘innerlijke alchemie’ die moesten uitmonden in het opkomen van een onsterfelijke ‘innerlijke foetus’. Ditmaal werd ik in ontroering gebracht door de eeuwenoude elementaire woorden zelf –water, vuur, aarde, licht. De taal die de mogelijkheden van mijn onsterfelijkheid moest aangeven, ervoer ik niet meer als een particuliere zaak, die op een binnenspel tussen mij en mijn eigen gedachten sloeg. De omhelzing van water en vuur, het warmen van de aarde door licht waren niet zomaar kloppingen van mijn geest, die ik zou moeten leren onderscheiden van een nog ‘innerlijker’ geest die ‘echter’ zou zijn en de waarnemingen overleven zou. Ik zag ze nu in de berglandschappen van Hunag Junbi, in de huizen en rivieren van Joseph Yen. In Formosa zag ik ze.
Begon ik al te voelen, niet door meditatie maar door levend onder de levenden te zijn, wat de oude tekst noemde ‘lichaam buiten het eigen lichaam’?’
Als illustratie van deze vraag, waarmee Haft zijn nawoord afsluit het gedicht:

Tijdens je afwezigheid las ik een taoïstisch boek over ‘de alchemistische kunst van het door de schedel uitdrijven van de gerijpte Foetus’

Mijn ‘nieuwe, onsterfelijke
Zelf’ – moet ik zoiets
van binnen bedenken, ‘de adem
samenballen dan

uitdrijven’ tot het geluk
eindelijk in klein-eigen gestalte
me boven het hoofd uit
kruipt en blijft hangen?

Nee, geluk
drijft mij binnen,
krijg ik in je adem
over – warm,

warm dat ik niet meer
afdrijf, ik die nu
hier blijf waar ik je
adem en ontvang.

Hier wordt bijna ironisch afstand gedaan van de alchemistische procedure, waarvan de omschrijvingen tussen aanhalingstekens worden gezet. Maar aan de andere kant lijkt het alsof er alleen afstand wordt genomen van de schoolse Tao, omdat een nieuwe fase is aangebroken. De woorden warmte, vuur, schaduw, bodem, water, alles wat maar verwand is aan de elemeneten die Haft noemt in zijn nawoord spelen een grote rol in deze bundel.
De gedichten stralen een wonderlijk soort elementaire rust uit, een serene vreugde over een nieuw tijdperk. Dat is een omschrijving die mij anders misschien met een apert wantrouwen zou vervullen, maar niet hier. Waarom eigenlijk niet? Misschien omdat oosterse mystiek lichter verteerbaar is dan westerse mystiek. Misschien ook omdat het aandachtig kijken en het aandachtig beschrijven van wat gezien wordt teveel helderheid garandeert. Er is geen sprake van een zweverige bundel. Het is de zweverigheid voorbij.

In de bundel staan vijf afdelingen waarvan de tweede en de vierde ‘Naar schilderijen’ zijn, van Huang Junbi en van Joseph Yen.

Het laatste gedicht van de serie naar schilderijen van Junbi:

Restant

Licht is er over –
iets blijvends
boven een rots
water en oever voorbij

niet van een kleur
maar alle kleur houdend
hoog in de mist waar de regenboog
de pauwstaart schitterend stijgt,

iedere druppel een parel
aan een van de vindende vingers
die de dag als blinde tastend
als een blinde spreidt.

Ieder een spiegel
met mij gekomen,
een van de stromen,
een van de wegen naar mij.

De Weg blijft blijkbaar een belangrijk gegeven, getuige ook de aansluiting op de volgende afdeling die ‘Alle reis is naar zich toe’ heet.

Deze bundel is op een ongebruikelijke manier tweetalig. Weliswaar links Engels en rechts Nederlands, maar van een eigenlijke vertaling is vaak geen sprake, het gaat meer om twee nauw verwante gedichten met in elke taal eigen nuances en eigen keuzes. De laatste twee strofen van het gedicht hierboven luiden in het Engels bijvoorbeeld:

showing each drop
as a round of the many,
one of the manying reaches
of light’s ever-widening hand.

Each is a mirror,
Each is a member of me,
Showing a way that I came,
Gleam of the river I am.

Het maakt deze gedichten minder definitief, het feit dat je in de andere taal net een ander schikking aantreft, een andere balans in wat er staat; het beeld verschiet. Het sluit ook haarfijn aan op de intensitit van de waarneming die aan de meeste gedichten ten grondslag ligt; als je een stap naar rechts zet ziet alles aller er net anders uit. En kijk dan opnieuw. De bundel Formosa is een hecht kunstwerk dat zowel persoonlijk als onpersoonlijk is, zowel dogmatisch als vrijgevochten, zowel de weg bewandeld als erop stilstaat. Haft definieert een eigen alchemie die alleen door de weg die hij gegaan is tot stand kon komen. Deze alchemie heeft de tweetaligheid nodig, heeft een bewustzijn nodig van zowel oost als west. Er zijn gedichten in Formosa die een schilderij als van Huang Junbi in taal vatten, het beeld larderen met veel persoonliker elementen (wat Haft misschien noemt: levende onder de levenden zijn’.

Kersenbloesem, pruimenbloesem
Voor Fou Wei-sin

Zoals de daken der mensenhuizen
een vorm aan de hemel verlenen
brengen de bomen plots
bloei op de leegte over.

Pruim uit het oosten,
kers van over de zee –
hoe weten zij bij ons
uit te komen?

Hoe in de winterse dag
handvormig bloeien, licht
vingervormig leggen?
Je wijst, wil dat ik ook

zie hoe zij groeien: kers
recht pruim dwars, twee wijzen
van reiken. Nee:
reiken doen wij alleen. Zo

meteen breng je me naar het
station, reik ik je
een hand en ben weg:
weg als de kou uit de bomen.

Dit gedicht dat evenals het openingsgedicht oktober lijkt te onderzoeken wat het kijken naar een boom het heden van de mens te bieden heeft, vertakt steeds verder naarmate je het vaker leest, het Engels ernaast leest, de vier gedichten achtereen leest.

Alleen al deze gedichten hebben een lange weg in de Nederlandse poëzie te gaan.

Menno Hartman

Lloyd Haft Formosa Querido 200

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer