31 oktober 2005

Hier is de tijd : gedichten

De flarden van iets mateloos naar het heden zingen
over Alles is nieuw van Esther Jansma (maar niet de titelkeuze, want Coen schreef er ook al over)

Er is een gedicht van Leopold dat op middelbare scholen geldt als het voorbeeld van het symbolisme bij uitstek: ‘ Regen’ . Een regendruppel hangt aan het raam en de dichter ziet er de wereld in vergroot, de gehele schepping er in samengevat: ‘wereld en ruim heelal: het is bevat in dit klein trilkristal.’ Het toont heel scherp hoe iets in zichzelf heel nauwkeurig een weergave geeft van iets wat zich erbuiten bevindt. De etymologie maakt het eenvoudiger: sym bolon (Gr) betekent samen-gooien, een steen of een bot werd gebroken en de breukranden pasten alleen op die ene andere helft. Een Klassieke variant van het romantisch doorgescheurde tientje dat in films dan na twintig jaar beduimeld uit een portemonee wordt gevist.

Esther Jansma doet iets als Leopold deed in haar laatste bundel in het gedicht

Het begin

Opeens zag zij hoe groot de wereld was.
Niets was zoals zij het verwacht had
de dingen waren voller dan zij dacht

en kleurrijker, al kijkend door het glas
dat haar gevonden had zag zij de binnenkant
van schelpen, wat daar doorheen bewoog

was vorm en puur zichzelf en tegelijk
een regenboog van mogelijkheden
tot leven geblazen, verloren, hervonden

nadat de eeuwen er hun parelmoer
overeen penseelden, zo breekbaar als wat
lag het daar, zomaar in haar hand.

Die ‘regenboog van mogelijkheden tot leven geblazen, nadat de eeuwen er hun parelmoer overheen penseelden’ is een sensatie die vaak terugkeert in deze bundel. Esther Jansma, archeologe, combineert de professionele en dichterlijke fascinatie om het verleden te ‘lezen’ in deze bundel nog weer wat gestroomlijnder dan in de vorige twee bundels Hier is de tijd(1998) en Dakruiters(2000).

‘Alles is nieuw’ en de afleiding van deze bewering, ‘ Voortdurend nu’ , de naam van de eerste van de vijf afdelingen van de bundel, is het destillaat van de gedachte dat in de vondst van een snipper verleden door de goede intermediair, de dichter, de archeoloog, dat verleden levend, tegenwoordig te maken is. De archeoloog leest in de vondst, in het bodemonderzoek, hoe het geweest is, de dichter maakt aannemelijk dat het niet anders geworden is. Een huis is een huis, een muur is een muur. Een dak is een dak, een deur blijft een deur. Voor Jansma zijn dit levende symbolen die in hun tijdloosheid op zichzelf de afstand slechten tussen de mens die daar vandaag doorheen loopt, en de mens die hem in 100 na Christus dichtmetselt.
Hoewel het gebruik van een ‘format’ op de loer ligt omzeilt Jansma dit meestal. De archeologe biedt een beeldenarsenaal waar je lang in mee wilt gaan. Wel is de bundel in zijn geheel wat minder verontrustend dan de laatste bundels, er is een zekere genoeglijkheid ingeslopen.

(…)
Iemand moest ernaar kijken en zeggen: wat is het
dit is het, en waar was het, een huis met een haard-
plaats mensen die daar zoals altijd en altijd
voor het eerst in het nu zichzelf zijn

(…)

Een lichte ‘ verkoplanding’ zou je kunnen zeggen, is waarneembaar. In het bovenstaande fragment in het typische enjambement ‘ wat is het/dit is het’, een stijlvorm die heel direct de vraag afdekt met een toch geruststellend antwoord. De filosofie van het geluk. De weg naar de berusting. Iets wat je van een psychiater dan weer beter hebben kunt. Bij Kopland merkte je het even, in de laatste twee bundels wordt weer wat meer geproblematideerd, een zeker rustgevend ‘ niet antwoorden’. De vraag die gesteld werd, maar de vraag laten. Wat is het, dit is het. In de laatste afdeling van Alles is nieuw zie je dit scherp in een kleine cyclus met de naam:

Wat het is

Het is altijd vandaag, het is altijd het huis
dat al oud is, het is altijd de man of de vrouw
die op de klok kijkt, de deur sluit en weggaat
de slaap in, de stad in, de trein neemt

het is altijd dezelfde die blijft in het lichaam
met spijt om de tijd die gemist wordt terwijl
het einde er zachtjes in neerdaalt, altijd
het besneeuw raken van het bekende (…)

Je voelt bijna de appelboom opduiken. Dit is een betrekkelijk confortabele poezie die een licht melancholische toon heeft. Dat vind ik niet de sterkste kant van de bundel. Misschien is het juister te zeggen: dat is niet waarom je Jansma zou moeten lezen. Ik lees liever de wat hoekiger Jansma, je hoort verschil ook goed als je hardop gaat lezen. Nogal muzikale poezie blijkt dan. Dit is bijvoorbeeld veel sneller, vitaler:

128 na Christus

Ik kom uit de modder, ik heb met cohorten
tot mijn nek in de drek van dit ondermaanse
bossen geslecht, wegen verlegd en hersteld
de rijksgrens herbouwd. Plekken gezien

man, de grond daar, papzacht, men verrekt er
van blubber, vreet smurrie, woont in gehuchten

(…)

Jansma heeft het beeldenmateriaal van de archeologie, het fenomeen van de vondst, het lezen van het verleden, uitgewerkt tot een kleine filosofie van de tijd. Zo kun je de bundel rustig lezen. Het werkt ook de andere kant op. In het gedicht ‘Te lezen bij sneeuw’ , kijk je naar kinderen die ooit speelden in de sneew, waarvan dan later beweerd wordt dat het nu is, vandaag. Dat is de stap van verleden naar heden. Maar dan volgt: ‘ De kinderen spelen zoals ze spelen, omringd door tijd waar jij niet bent. Jij kijkt naar hun herinneringen.’ Wat het tijdsbeeld nog weer verder uitrekt naar de toekomst, je bent waarnemer van een heden van kinderen, dat zij zich ooit zullen herinneren, zonder jouw aanwezigheid. En waarom ‘ Te lezen bij sneeuw’ ? Omdat de dimensie zich dan nog verdiept, weer een tijdlaag, weer spelende kinden en hun aanstaande herinneringen. (Het gedicht is overigens ook heel goed te lezen bij “Een sneeuw” van Leopold).

Esther Jansma is een van de beste dichters van nu, de gedichten kan je om blijven keren en vervelen doen ze niet, haar taal heeft een eigen souplesse die niet snel tegen staat, ze heeft thema’s waar ze grip op heeft. Nu hopen dat ze uit de behaaglijke warmte van het haardvuur blijft.

Esther Jansma Alles is nieuw Uitgeverij De Arbeiderspers, 2005

Menno Hartman

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer