18 februari 2008

De liefde dus, Joke J. Hermsen

De lovegame van Belle van Zuylen tijdens de zomer van 1785: feiten, fictie en feminisme.

In haar tweede roman, ‘Tweeduister’ (2000) borduurde schrijfster en filosofe Joke J. Hermsen (1961) in prozavorm voort op de levens van de auteurs Virginia Woolf en T.S. Eliot en op dat van hoofdpersoon Billy Pryor uit de ‘Regeneration Trilogy’ van Pat Barker. Ondanks een toelichtende inleiding en een uitgebreide bronverwijzing, werd het vermengen van feiten en fictie door de critici not done gevonden. Vreemd. Als het een ‘what if’ scenario betreft, zoals Philip Roths’ ‘Het Complot tegen Amerika’ , dan wordt het er juist om bejubeld. Dat Joke Hermsen zich niet al te veel heeft aangetrokken van deze kritiek siert haar. In haar nieuwste roman ‘De liefde dus’ kiest ze wederom voor deze vorm en op meeslepende wijze beschrijft ze hoe het de Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen (1740 ? 1805) in de zomer van 1785 vergaan zou kunnen zijn. Een duistere periode in het leven van de achttiende-eeuwse schrijfster en feministe waarover in de archieven nauwelijks iets te vinden is.
In die zomer ontvlucht de dan vierenveertig jarige Belle van Zuylen haar thuishaven het Zwitserse Colombier. Zij woont daar samen met haar sympathieke maar weinig boeiende echtgenoot Charles de Charriere en zijn twee ongetrouwde zusters. De saaiheid vliegt de opstandige Belle naar de keel, maar dat is niet de voornaamste reden van haar vertrek. Sinds ze verlaten is door haar geliefde Charles Jean-Samuel d’Apples voelt ze zich depressief en kampt ze met vage lichamelijke klachten. Dat hun relatie geen stand kon houden is evident: zij is een getrouwde vrouw die ouder is dan hij. Daar komt bij dat hij op het punt staat te trouwen met een voor hem uitgekozen vrouw.
Belle hoopt dat de verkwikkende baden van kuuroord Payerne haar leed zullen verzachten, maar een gebroken hart laat zich niet gemakkelijk helen. Ze gaat zich alleen maar ellendiger voelen en besluit naar Parijs te reizen om ‘wonderdokter’ Cagliostro te bezoeken. Deze graaf Guiseppe Balsamo (1743 ? 1795), zoals hij ook bekend staat, is vrijmetselaar en houdt zich met occulte zaken bezig. Velen zien in hem een charlatan, maar aan het Franse hof is hij populair. Belle knapt enorm op van hun gesprekken. Hij daagt haar uit en confronteert haar met zaken die ze eigenlijk niet onder ogen wil zien. Ze spreken over de onoverzichtelijke wisselwerking tussen gevoel en verstand, over de verschillen en overeenkomsten tussen hartstocht en liefde en over de sterke invloed van de geest op het lichaam. Onderwerpen die op het breukvlak van de Verlichting en de Romantiek, een periode waar Belle van Zuylen in Nederland de belichaming van was, een grote rol spelen.
Het verhaal wordt verteld tegen de achtergrond van de strijd tussen de patriotten en orangisten in Nederland en de naderende Franse Revolutie. De turbulentie op politiek en maatschappelijk gebied en de vernieuwingen die de Verlichting met zich meebrengt lijken samen te komen in Belle van Zuylen. Voor een ontwikkelde, intelligente en multi-getalenteerde vrouw is het in die tijd moeilijk haar overactieve verstand in harmonie te brengen met een sterk ontwikkeld gevoelsleven.
Joke Hermsen heeft voor een gedurfde verteltechniek gekozen waarin een geconstrueerd verhaal, brieven, dagboeken en de totstandkoming van Belle van Zuylens roman ‘Caliste’ elkaar afwisselen. De personages worden geïntroduceerd door een briefwisseling, die op strategische plekken elders in het boek een vervolg krijgen. Hierdoor wordt de lezer een adempauze gegund waarin de verhaallijnen samenvallen en waarin tevens een tijdsbeeld geschetst wordt. Een van de briefwisselingen is die tussen Belle van Zuylen en tijdgenote Betje Wolff.
Daarnaast kiest Joke Hermsen voor een weergave van Belle’s dagboeken waarvan de inhoud op ingenieuze wijze samenvalt met een verslag van de overtocht van Jean-Samuel d’Apples naar Amerika. Dit is een meesterlijke vondst. Hij heeft haar drie schriften cadeau gedaan: een witte, een blauwe en een rode. Volgens Belle staan die kleuren voor de Amerikaanse vlag, het trotse banier van het beloofde land van toen. De lezer kan er echter ook de Nederlandse en Franse driekleur in zien. De kleuren van de Nederlandse Belle die niet kon aarden in haar eigen land en meer tot haar recht kwam in Frankrijk. Belle beschrijft haar diepste zielenroerselen in deze schriften, die later via een omweg d’Apples onder ogen komen.
Voor degenen die bekend zijn met het werk en leven van Belle van Zuylen, kan ‘De liefde dus’ alleen maar een welkome aanvulling zijn. Het is verrassend en spannend en de diepe innerlijke beschouwingen van Belle zijn met veel precisie en schoonheid beschreven. Joke Hermsen moet heel dicht bij haar hoofdpersoon staan, dat kan niet anders. Ook is het een feministisch boek. De rol van de vrouw krijgt veel aandacht en het is interessant dat juist een man, Cagliostro, een lans voor vrouwen in het algemeen breekt en daardoor Belle de ruimte geeft voor zelfreflectie. Daarnaast is ‘De Liefde dus’ een goede introductie op het werk van Belle van Zuylen. Wie haar nog niet kende, wil na het lezen van dit gefictioneerde levensverhaal beslist meer van haar weten. Het vermengen van feiten en fictie heeft ook in deze roman van Joke Hermsen goed uitgepakt. In het nawoord schrijft ze een interessante toelichting en op haar website, zie onderaan, staat aanvullende achtergrondinformatie.
Virginia Woolf hield zich in 1927 al bezig met het thema feiten en fictie. Het verbinden van ‘het graniet van de historische werkelijkheid’ met de ‘ongrijpbare regenboog van de ziel van het historische personage’ kan volgens Woolf alleen maar plaatsvinden als de biograaf over artistieke gaven beschikt. Veertig jaar later, in 1966, bracht de Franse literatuurwetenschapster Julia Kristeva het begrip ‘intertekstualiteit’ onder de aandacht. Kort gezegd houdt dat in dat bestaande (historische) teksten op creatieve wijze verwerkt worden in nieuw materiaal. Elke tekst absorbeert en transformeert een andere tekst, waaraan de lezer door zijn of haar waarneming ook nog eens een persoonlijke betekenis geeft. ‘De wereld is een tekst’, is een bekende uitspraak van Kristeva, die weer naadloos aansluit op wat schrijfster Hella Haasse eens gezegd heeft: ‘Alles wat neergeschreven is, bestaat.’
Belle van Zuylen is in 1805 overleden en werd begraven op het kerkhof in Colombier. Inmiddels is er op deze plek een tennisbaan aangelegd. Onze eerste grote feministische schrijfster ligt dus onder het gravel en moet stuiterende ballen en stampende sportschoenen verduren. Echter, zij heeft dan wel niet het graf dat zij verdient, dankzij Joke Hermsen is er nu een waardig eerbetoon in de vorm van een liefdevol boek, geheel geschreven in de stijl van Belle van Zuylen zelf. Een lovegame dus.
Meer informatie over ‘De liefde dus’ staat op de website van de schrijfster. Ook is daar een documentaire te zien over de reis die zij gemaakt heeft naar de plekken in Zwitserland waar Belle van Zuylen gewoond heeft. Zeer de moeite waard: www.jokehermsen.nl

Pauline van der Lans
De liefde dus ? Joke J. Hermsen
De Arbeiderspers 2008
Al het werk van Joke Hermsen wordt uitgegeven door de Arbeiderspers.

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer