28 mei 2007

Slagschaduw, David Van Reybrouck

De naam David Van Reybrouck is in de literaire wereld al gevestigd voordat hij een roman of dichtbundel uitgegeven heeft. Zijn eerste boek, De Plaag. Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika is uit 2001, werd bekroond met de Vlaamse Debuutprijs. Dit boek is onder de non-fictie te scharen, het soort meeslepend geschreven reportages waarin ook Frank Westerman excelleert. Voor de toneelbewerking met onder anderen Josse De Pauw, onder de titel Die Siel van die Mier kreeg hij in 2004 de Taalunie Toneelschrijfprijs. Ondergetekende was dan ook razend benieuwd naar Van Reybroucks romandebuut. Slagschaduw is heel mooi gebonden uitgegeven, de titelgegevens in bas-reliëf op de witte kaft en met een halfdoorzichtig stofjasje waarop een aquarel staat afgedrukt van een liggende vrouw met bezoedelde dijbenen. Helaas kan ik de maker van deze aquarel niet achterhalen. Hetgeen ons direct in het verhaal brengt: dat draait om de maker en zijn model. De hoofdpersoon is een journalist die voor een reportage onderzoek doet naar een standbeeld in Brussel. Dit beeld, op het Sint Jansplein, is opgericht voor de spionne Gabriëlle Petit die in de Eerste Wereldoorlog geëxecuteerd werd. De maker is Egide Rombaux (1865-1942), een in zijn tijd gevierd beeldhouwer. Maar het model is onbekend. De journalist gaat naar haar op zoek, achterhaalt dat ze wellicht aan reuma gestorven is omdat het atelier van Rombaux te slecht verwarmd was, en vindt uiteindelijk een naam en een adres.
Door deze zoektocht is op subtiele manier het verleden van de journalist geweven. Jarenlang vormde hij een uitstekende tandem met een fotograaf die hij is gaan beschouwen als zijn beste vriend. Tijdens een reportage overlijdt de fotograaf in een onbenullig ongeluk. De journalist keert terug naar Brussel en probeert zijn rouw te verwerken. Dagenlang doolt hij met geschoren hoofd over straat, misschien om in deze ‘eerlijke tristesse’ plekken te vinden die hem herinneren aan zijn vriend, die als fotograaf een scherp oog had voor mooie plaatjes, mooie beelden. ‘Lode is een gemis dat maar niet overgaat. De herinneringen mogen dan verbleken, het gemis vermindert nauwelijks. Hij moest een steeds zwaardere jas aan een steeds kleiner haakje ophangen.’ Wanneer hij denkt klaar te zijn voor een volgende stap, gaat hij beeldhouwcursussen volgen, waar hij verliefd wordt op het naaktmodel, een danseres-in-spé die zo wat bijverdient. Ze gaan een korte relatie aan, die uiteindelijk strandt omdat zij meer vastigheid verlangt dan hij kan en wil bieden.
Ongeveer op dat punt begint het boek, als de journalist zijn zoektochten naar zijn ex, zijn overleden vriend en het beeldje van Petit aanvangt. Heel gedoseerd doet Van Reybrouck het bovenstaande verhaal uit de doeken, in een beheerste stijl die soms humoristisch is, bijvoorbeeld in de consequent doorgevoerde tweetalige dialogen en soms op waardige wijze omgaat met het verdriet van de hoofdpersoon: ‘Het geheugen is ons gruwelijkste orgaan: het scheidt af wat ons dierbaar is en slaat op wat ons vernietigt. De paar goede herinneringen die ik koester, zijn stuk voor stuk fletser en fragieler dan de cirkelzagen van oud verdriet.’ Heel soms slaat de stijl over in wat al te pathetisch taalgebruik: ‘Ik zou haar terugvinden. Laat me één mens, een enkele mens, van de vergetelheid redden. Eén, eentje maar. Een schamel mensje. Een meisje.’ En daarnaast is het genieten van de mooie beschrijvingen van Brussel, een geheimzinnige stad die een waardig décor vormt voor dit verhaal.
Natuurlijk slaagt de journalist niet in zijn zoektochten. Het spoor naar het model voor Gabriëlle Petit loopt uiteindelijk dood, de gestorven fotograaf wordt niet teruggevonden en als hij eindelijk zijn ex tegenkomt, hebben ze nog één keer seks met elkaar in een verlopen hotelletje, maar dat is zo onbevredigend dat de hoofdpersoon deze gebeurtenis alleen in de tweede persoon enkelvoud kan vertellen, alsof het niet hemzelf betrof, maar een uitgetreden variant van hem: ‘Je hebt haar gestreeld tot ze in slaap viel. Daarna heb je geweend.’
Toch loopt het boek hoopvol af. Na een ontmoeting met een vitale bejaarde vrouw en middels een magistraal uitgespeelde metafoor van hanengevechten in de uithoeken van het land, lijkt de journalist na zijn zoektochten een manier gevonden te hebben om met zijn verdriet om te gaan.
Van Reybrouck is gedebuteerd met een roman die zo geraffineerd met thema’s en motieven omgaat dat je pas als je het boek hebt uitgelezen, merkt hoe goed alles past. De maker en zijn model, de stad als dwaalplek, het platteland als oergrond, de vogels en de regen, liefdesverdriet en rouw, alles tezamen een groots boek, en nog voorbeeldig uitgegeven ook: natuurlijk staat de maker van de aquarel niet vermeld. Ook dat klopt.

David Van Reybrouck, Slagschaduw, uitgeverij Meulenhoff | Manteau 2007

Patrick Bassant, Literair Vlaanderen.

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer