20 november 2006

Het derde huwelijk, Tom Lanoye

De omslag van Tom Lanoye’s zesde roman ? de eerste na zijn overweldigende Monster-trilogie ? is indrukwekkend in zijn symbolische zeggingskracht. Een opengeklapte lege mosselschelp. Rechts onderin is het strengetje nog zichtbaar waardoor de mossel met zijn schelp verbonden is. Verder niets, een spierwitte achtergrond. De Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers verhief met zijn absurdistische maar tevens kritische installaties de mossel tot symbool van België. Wellicht dat het land liever zou zien dat het vereenzelvigd wordt met een meer heroïsch dier (bijvoorbeeld een leeuw), maar er is genoeg te zeggen voor Broodthaers’ keuze. Zo is een mossel niet mooi, maar wel lekker. Eenmaal opengemaakt zit er vaak een dun laagje parelmoer aan de binnenkant van de schelp. Een levende mossel gaat niet makkelijk open; houdt zijn zelfgebouwde huisje op slot en duldt geen pottenkijkers. Een mossel kan ook geweldig gaan stinken en je kan er goed ziek van worden.

Dan heb je de mossel als symbool voor België en natuurlijk ? wat vulgair ? als symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Daarmee heb je het boek grotendeels te pakken. Het gaat over België en het draait om een vrouw. Een vrouw zo zwart als een mossel nog wel.

In het kort het verhaaltje: een doodzieke homo, Maarten, trouwt voor de bruidsschat een vrouw zonder verblijfspapieren. Zodra zij een legale status zal krijgen, zullen ze scheiden en gaat ze terug naar de bedenker van dit plan. Die kan zelf niet met haar trouwen, daar hij in de gaten wordt gehouden na twee eerdere huwelijken met buitenlandse vrouwen. Het echtpaar maakt wat mee, van een intimiderend interview door twee onderzoekers die een schijnhuwelijk ruiken, via een bezoekje aan Maartens vader die zielsgelukkig is nu zijn zoon eindelijk van het zondige pad terugkeert, naar een vechtpartij met een vijftal Marokkaanse galbakjes. Verder gaat er nog het een en ander helemaal fout en loopt het slecht af. Veel meer is het eigenlijk niet. Veel te weinig voor 337 pagina’s.

Om dit gebrek aan handeling te maskeren, doorsnijdt Lanoye het verhaal om de haverklap met allerlei overpeinzingen en herinneringen van Maarten, die zo zijn visie op de wereld en zijn verleden met ons deelt. Dat procédé paste Lanoye ook in zijn Monster-trilogie toe, maar daar werkte het beter. Daar was het geen bezwaar als een simpele handeling over tientallen pagina’s werd uitgesmeerd, gedeeltelijk omdat de handelingen meer memorabel waren dan wat er in dit boek gebeurt, en gedeeltelijk omdat er in dit boek van alles schuurt. De meningen die worden gedelibereerd, komen niet geloofwaardig over als afkomstig van een stervende oude man. Ze lijken eerder afkomstig van een vitale veertiger die gewend is met scherpe blik om zich heen te kijken, en dat scherp te formuleren ? iemand als Lanoye zelf.

Tevens is de verhaallijn tamelijk rafelig. De instigator van het huwelijk wordt aan het begin neergezet als een hevig verliefde man die er veel geld voor over heeft de nieuwste liefde van zijn leven bij zich te krijgen. Hij is zo gek op haar dat de vonken eraf vliegen. Daarna verdwijnt dit personage geheel uit beeld. Hij probeert geen contact op te nemen, lijkt vergeten te zijn dat hij zo verliefd is. Pas helemaal aan het eind komt hij als een duiveltje uit een doosje opspringen om de laatste handelingen in het boek mogelijk te maken.

Verder heb ik het idee dat Maarten iets heel erg duidelijk wil maken over de liefde van zijn leven, de vier jaar geleden gestorven Gaëtan. Maar verder dan een hoop herinneringen aan de tijd dat ze nog een hip en vrolijk stel waren, en enkele gevoelige passages over zijn sterfbed en uiteindelijke dood, komt het niet.

Het staat buiten kijf dat Lanoye kan schrijven en beschikt over een gezonde dosis humor. Het is geen straf iets van hem te lezen. De passage waarin Maarten in een schimmig park een Marokkaantje afzuigt wiens zak naar borrelnootjes smaakt, is vintage-Lanoye:

‘Waarschijnlijk heeft zijn bezitter hier lang staan wachten op klandizie, heeft hij de inwendige mens proberen te versterken met een zakje borrelnootjes, en heeft hij een opkomende kriebel bedwongen door met zijn eethand eens flink aan zijn zak te scharten.
Op zich begrijpelijk ? maar stel nu eens dat ik allergisch was geweest voor noten? Dan lag ik nu schuimbekkend achterover op mijn rug te stuiptrekken, vermoord of toch minstens in coma door een scrotum met notensmaak. Je mag van de immer oprukkende civilisatie zeggen wat je wilt, maar de mogelijkheden om volstrekt surrealistisch aan je eind te komen nemen exponentieel toe.’ (p. 179)

Je kan je afvragen waarom iemand die allergisch is voor noten een scrotum wil likken, maar dat uiteraard terzijde. Door zelf de lat in de Monster-trilogie hoog gelegd te hebben, wordt dit boek gereduceerd tot vermakelijk niemendalletje, met langdradige stukken en een slordig verhaal.

De symboliek van het huwelijk tussen een afgeleefde oude blanke man, laten we hem even Europa noemen, en een jonge promiscue zwarte vrouw is dan weer goed gekozen en zodanig uitgewerkt dat er genoeg overblijft om over na te denken. Wat betekent het dat het huwelijk, ondanks de duidelijke afspraken, stukloopt? Aan wie heeft dat grotendeels gelegen? Wie heeft wie het meest nodig bij dit verstandshuwelijk? Dat, en enkele andere passages die gaan over het België van nu, zijn de geheimen die de zwarte mossel niet makkelijk loslaat. Te genieten met (knof-)looksaus en een glas witte wijn, of friet en een pint.
 
Patrick Bassant, Literair Vlaanderen

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer