30 oktober 2006

Reus, Annelies Verbeke

Het leven als IKEA-vestiging

‘Ik bedacht dat het even goed was. Dat het zo moest zijn. Lachende baby’s en vriendelijke mensen. Ik zou mijn best doen daarbij te horen.’ Aldus Hannah, het hoofdpersonage in Annelies Verbekes tweede roman Reus. En haar best doet ze ook, maar feit is dat er in de boeken van Verbeke weinig vriendelijke mensen en lachende baby’s voorkomen. Evenals Slaap!, haar goed ontvangen debuut, lijkt ook Reus soms op een schilderij van Hiëronymus Bosch waarop vervormde wezens uit hemel en hel langs en over elkaar heen buitelen. Een bijtgrage albinomuis, die een aanval met een toiletdeksel zonder moeite overleeft, Véronique, de verlaten vrouw met ‘twee onbestemde vleesdraaisels’ op de plaats van haar borsten en natuurlijk de reus met het witte haar, die gaandeweg het boek steeds groter lijkt te worden.

Tussen al deze absurdistische spelingen van de verbeelding probeert Hannah wanhopig haar leven vorm te geven. Ze tracht de leegte die ze om zich heen en in zichzelf ervaart in te vullen door haar eigen grenzen te overschrijden. Niet alleen door haar vriend ontrouw te zijn ? ‘Konden wij het helpen dat we alles wilden? Er was steeds meer wereld buiten en onze lijven zouden niet lang meer zo stevig zijn’ ?, maar ook in haar werk. Hannah zoekt voor haar wekelijkse tijdschriftrubriek ‘Hannahs Freaks’ naar mensen die bereid zijn ‘zich van hun minst evenwichtige zijde te laten zien’. Al op de eerste bladzijden van Reus komt onvermijdelijk de gedachte op dat Hannah zelf niet had misstaan in haar eigen rubriek. Ze laat zich in haar handelen leiden door een nietsontziende willekeur, althans, zo lijkt het. Haar aan nihilisme grenzende instelling verhult echter teleurstelling en onmacht. Hannah is teleurgesteld in het leven, dat haar ooit zo rooskleurig en paradijselijk toescheen, als een wereld die ruikt ‘naar wasverzachter in flanellen lakens’. Als deze wereld uiteindelijk niets anders dan de voortkabbelende banaliteit van een IKEA-vestiging blijkt, rest Hannah alleen een stoïcijnse en cynische levenshouding. Maar ze wíl wel, o ja, ze wil heel graag: het geluk vinden, haar leven betekenis geven. ‘Ik zou meer van je houden als ik dat kon,’ zegt ze tegen haar slapende vriend. Maar wat moet je in een wereld waar ‘geluk in het algemeen eigenlijk’ maar onzinnig klinkt, en waar niets te hopen of te verwachten is?

Samen met haar al even onevenwichtige zus vlucht Hannah naar het andere eind van de wereld. Deze poging zichzelf terug te vinden en de wereld onbelemmerd toe te laten mondt uit in een hedendaagse en meer bizarre versie van de film Thelma & Louise. Mede door het verwachtingspatroon dat deze gelijkenis schept, is de afloop van Reus verbazingwekkend. In plaats van onontkoombare destructie is er een geboorte: nieuw leven en wedergeboren hoop vol messianistische beloftes. Pure kitsch, zou je bijna zeggen.

Alle sprankelende en glimmende hoop past niet bij de gebeurtenissen die er in Reus aan voorafgingen. Maar het onverbloemde optimisme valt vooral uit de toon bij de stijl van Annelies Verbeke. Haar toon is scherp, bijtend soms. In staccato zinnen schetst ze een bitter beeld van het individualistische leven van de mens, waarin altijd wordt verlangd naar wat ontbreekt. Naar wat ooit is geweest, en nooit meer zal zijn ? een reden waarom foto’s en hun melancholieke weemoedigheid een prominente rol is toebedeeld in de roman. Hannah voelt zich onweerstaanbaar aangetrokken tot deze foto’s: ‘Daar lag het album op mij te wachten. Ik kon niet anders. Het zoog. Het verpletterde mij met gelijkenissen. Het liet mij herinneren.’ En: ‘Véroniques fotoalbum kon mij maar beter troosten. Ik wilde dat het mij nog eens met haarscherpe betere tijden omarmde.’

Een geboorte die een nieuwe poging tot geluk lijkt in te houden ? het is moeilijk om dit te geloven in een roman van Verbeke. Een ironische lezing lijkt hier eerder op zijn plaats. Want lachende baby’s, die komen in haar groteske en nachtmerrie-achtige verbeeldingswereld niet voor. Alle begin is tenslotte het begin van het einde. Dit mag dan wel het adagium zijn in de romans van Annelies Verbeke, voor de schrijfster zelf geldt het zeker niet. Haar debuut was een indringende, maar aangename verrassing, en Reus overtuigt opnieuw van Verbekes talent voor beklemmend schrijven. En het einde van dit schrijven is gelukkig nog lang niet in zicht.

Reus
Annelies Verbeke
De Geus, 2006

Nienke Beeking

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer