7 augustus 2006

Eetgeenvlees,Hugo Brandt Corstius

Vorig jaar is uitgeverij Querido begonnen met een pamflettenreeks. Dunne boekjes met een mening over prangende kwesties. Het eerste deeltje werd geschreven door Thomas Rosenboom, Denkend aan Holland, een eloquente aanklacht tegen de verwende houding van de Nederlander. Daarna volgde Dèsanne van Brederode met Modern dédain, een al minstens zo belangrijke aanklacht tegen de intellectuele nivellering in Nederland. Intellectualisme, vroeger een deugd, is nu een zonde, elitair en onzinnig.

Hugo Brandt Corstius schreef het derde deel in de reeks, Eetgeenvlees. Dat is hij, de vegetariër Eetgeenvlees.

Eetgeenvlees! Wat een genotbederver, wat een halfzachte idioot, wat een bijgelovige sukkel die zichzelf een idealist vindt, wat een zielige aandachttrekker, die geenvleesenookgeenvis-eter, die veganist, die get-ver-demde véé-géé-táriër, verdomd-Gehate-Tirannieke-Ariër. Liefst zou u hem ter plekke willen villen, centrifugeren, magnetroneren, met gloeiende jus overgieten, tamponneren, aan stukken snijden en opeten.

Eetgeenvlees is geen welkome gast. Vegetarisme staat voor veel mensen nog altijd gelijk aan hysterische gelijkhebberij, een overblijfsel uit de jaren zeventig toen we nog dachten dat de maatschappij maakbaar was en de wereld verbeterbaar. Bovendien moet Eetgeenvlees zich altijd verantwoorden voor zijn niet-vleesetende gedrag. En dan krijg je het. De commentaren. Eetgeenvlees heeft de meest voorkomende keurig voor je op een rijtje gezet in zijn pamflet. Een kleine greep: 'Hitler was een vegetariër', 'Ik zie dat je leren schoenen draagt', 'Eet je wél eieren?', 'En, zijn de dieren je dankbaar?', 'Ik zou ook niet graag een varken killen, kelen en uitbenen, maar er bestaan zoveel nare karweitjes waar je iemand voor kan inhuren'.
Eetgeenvlees stelt terecht dat het verschil tussen de vleeseter en Eetgeenvlees is dat de vleeseter zich aangevallen voelt door Eetgeenvlees. En dat terwijl Eetgeenvlees geen Jehova-achtige praktijken voorstaat met zijn niet-vleeseten. Hij eet gewoon geen vlees. Maar jij als vleeseter wéét: hij heeft gelijk. Zelfs al weet je niet precies wat dat gelijk is, of wil je het niet weten, je laat je een schuldgevoel bezorgen door Eetgeenvlees, je voelt je eigenlijk een beetje weggezet door Eetgeenvlees. Want eigenlijk heeft de vleeseter niet meer argumenten tot zijn beschikking dan de roker, namelijk: ja maar, het is zo lekker. Veel mensen brabbelen dan ook nog iets over vitamine B12, en dat dat alleen in vlees zit, maar tegenwoordig zit alles ook in een potje en bovendien heb ik nog nooit iets gelezen over een vegetariër die door een gebrek aan vitamine B12 was overleden.
Het genotspunt is duidelijk, vlees kan heel lekker zijn, maar de vraag waar het om draait is: mag je een dier vermoorden alleen maar om hem op te kunnen eten. Het antwoord moet ja zijn, want anders zou het niet op zo'n enorme schaal gebeuren, maar het antwoord kan eenvoudigweg niet ja zijn. Want er schuit iets gruwelijk hypocriets in de manier hoe wij met onze dieren omgaan. Martel het paard op de kinderboerderij en je krijgt een celstraf en als het echt nodig lijkt, TBS. Terecht, roepen we. Wie echter aan de lopende band kippen en koeien dag in, dag uit, martelt en vervolgens vermoordt krijgt daarvoor een salaris. Zo stelt Eetgeenvlees het, en verdomd, hij heeft gelijk, maar dat willen we dus niet weten. Hij maakt het nog bonter ook bovendien, hij durft het eens te zijn met de moeder van J.M. Coetzee die in Dierenleven in een door haar gehouden lezing een parellel trekt tussen de wijze waarop wij met dieren omgaan en de Holocaust. Tut-tut denk je in eerste instantie, maar Eetgeenvlees schrijft dit: 
Zij die tegen de vergelijking protesteren lijken te willen zeggen: 'Een tijdelijke, incidentele moordpartij met zes miljoen slachtoffers is erger dan een eeuwenlange, conventionele moordpartij met zes miljard slachtoffers.' Ik ben het daar niet mee eens.
Rest natuurlijk de vraag: kun je het moorden van een dier, zonder ziel en bewustzijn, gelijkstellen aan dat van de mens. Die vraagt beantwoordt Eetgeenvlees niet, maar verder biedt zijn pamflet alle reden tot ernstig nadenken over ons gedachteloos vleeseten.

Hugo Brand Corstius, Eetgeenvlees. Uitgeverij Querido 2006.

DdH

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer