31 oktober 2005

De Huisbewaarder

Deze week geen boek, maar een toneelstuk van de week naar aanleiding van de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan de Engelse schrijver Harold Pinter. Harold Pinter werd geboren in de Londense wijk East End, als zoon van een Kleermaker. Na een korte studie aan de Royal Academy of Dramatic Art sloot hij zich aan bij een rondtrekkend toneelgezelschap. Tot 1957 werkte hij onder het pseudoniem David Baron als acteur bij verschillende groepen en bij de radio. Tussen de engagementen door verdiende hij de kost als kelner, bordenwasser en verkoper, terwijl hij tegelijk zijn acteursopleiding voortzette aan de Central School of Drama. Voordat Pinter in 1957 zijn eerste stuk, de eenakter The Room schreef, had hij al vele korte prozastukjes en gedichten geproduceerd. In hetzelfde jaar voltooide hij zijn eerste avondvullende stuk, The Birthday Party, waarvan de première geen succes werd, en de eenakter The Dumb Waiter. Pinters echte doorbraak als toneelschrijver kwam in 1960 met het avondvullende stuk The Caretaker, dat werd bekroond met de Evening Standard Award. Het is in 1963 verfilmd en won dat jaar op het Filmfestival van Berlijn de Zilveren Beer. 

ASTON:
Vroeger kwam ik er vaak genoeg. Jaren geleden. Maar ik kom er niet meer. Ik vond het er prettig. Ik heb er heel wat uurtjes doorgebracht. Dat was voor ik wegging. Vlak ervoor. Ik geloof…dat het wel met dat café te maken had. Ze waren …allemaal een stuk ouder dan ik. Maar ze luisterden altijd naar me. Ik dacht…dat ze begrepen wat ik zei. Ik bedoel, ik praatte altijd tegen ze. Ik praatte teveel. Dat was mijn fout. In de fabriek ook. Als ik werkte, of in de pauze, praatte ik altijd. En ze luisterden altijd …als ik iets te vertellen had. Het was goed zo. Het probleem was alleen dat ik een soort hallucinaties had. Het waren geen hallucinaties, het …ik kreeg alleen maar het gevoel dat ik alles…heel duidelijk zag…alles…was zo duidelijk…alles werd…alles werd zo stil…zo stil…alles stil.

[Uit De Huisbewaarder, monoloog Aston, einde van het tweede bedrijf.]

Het toneelstuk 'De Huisbewaarder' vertelt het verhaal van de gesloten en geestelijke Aston. Hij woont in een vervuilde kamer in het bouwvallige huis van zijn broer Mick. Op een dag neemt Aston, tot ongenoegen van Mick, zonder reden een onbekende zwerver mee naar huis. De onberekenbare landloper Davies neemt met beide handen dit aanbod aan en neemt zijn intrek in het huis en daarmee in het leven en de relatie van Aston en Mick. Als de broers hem, los van elkaar, ook nog de functie van huisbewaarder aanbieden, lijkt Davies vastbesloten zijn leven op straat vaarwel te zeggen en het onderkomen van de broers als het zijne te beschouwen. Er ontstaat een bizarre situatie tussen de drie mannen waarin Davies de broers Aston en Mick tegen elkaar probeert op te zetten. Het verloop blijft onvoorspelbaar, ondanks de soms doorzichtige tactiek van de zwerver. Dat leidt tot zowel beklemmende als komische momenten.

In de vroege werken van Pinter is een aantal opvallende karakteristieken te bespeuren. De handeling speelt zich steeds af in een afgesloten ruimte, meestal een kamer, en de personen worden in hun veiligheid bedreigd door onverklaarbare vijandigheden van een buitenstaander. Dreiging is altijd een belangrijk motief in Pinters werk gebleven, zij het dat in zijn latere stukken de dreiging minder expliciet uit de buitenwereld afkomstig is, maar meer uit een geheimzinnige interactie tussen de karakters ontstaat. Deze verschuiving gaat gepaard met een verandering in het sociale milieu, waartoe zijn karakters behoren. Hun dialogen zijn ontleend aan alledaags taalgebruik. De situatie lijkt aanvankelijk heel normaal. Allengs ontstaat door het binnendringen van een buitenstaander een spanning die kan uitlopen op gewelddadigheid.

In The Room tast de komst van een blinde neger het veilige bestaan van een middelbaar echtpaar aan. Een onzichtbare dreiging beheerst The Dumb Waiter, waarin twee beroepsmoordenaars in een smerig vertrek wachten op hun volgende opdracht, terwijl in The Birthday Party een kostganger door twee indringers wordt vernederd en weggevoerd.

Pinter weet door middel van tegenstrijdige beweringen en oncontroleerbare uitspraken vragen op te roepen die niet te beantwoorden zijn, en juist dat maakt zijn stukken zo fascinerend. In The Caretaker, waarin een zwerver tijdelijk onderdak krijgt in het huis van twee broers, maakt Pinter subtiel gebruik van dit middel. In de opvatting van Pinter bestaat tussen waarheid en onwaarheid geen duidelijk verschil, evenmin als tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid. Niets is te verifiëren hetgeen onmiskenbaar een mystificerende werking heeft.

Andreas Vonder

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer