30 mei 2005

Lolita

‘Vraag iemand Lolita na te vertellen: een onmogelijke opgave.’ Dat schreef Rudy Kousbroek in het voorwoord van de Nederlandse vertaling van Nabokovs meesterwerk. En inderdaad, een boek als dit een beetje behoorlijk samenvatten is niet bepaald eenvoudig. Daarvoor is het te veelvormig, is het te complex. Vertel je het verhaal na dat het boek aan de oppervlakte vertelt, dan heb je er nog steeds niets wezenlijks over gezegd. Beperk je je tot alle lagen die zich onder het eigenlijk verhaal bevinden, dan loop je het risico al snel verstrikt te raken in een woud van betekenissen. Er zijn honderden pogingen gedaan het verhaal te interpreteren, er een betekenis aan te onttrekken die er nog niet aan was gegeven, en zoals met alle echt grote kunst is dat in het geval van Lolita niet moeilijk. Aan het absorptievermogen van het boek lijken geen grenzen gesteld. Hoeveel intepretaties verdraagt het? Het zou aardig zijn als dat eens nader werd onderzocht. Iets voor een leuk proefschrift.
 Ondanks de waarschuwing van Kousbroek probeert Joost Zwagerman in zijn essay over Lolita (opgenomen in de bundel Walhalla) het verhaal toch samen te vatten. Daar slaagt hij aardig in, ook al blijft veel ongenoemd in die beknopte opsomming. Ik neem de samenvatting hier maar integraal over:

‘De psychiater John Ray Jr. krijgt een manuscript in handen. Het is van Humbert Humbert, die het in de gevangenis, op de psychiatrische afdeling, heeft geschreven. Hierin vertelt Humbert hoe hij een huurkamer vindt bij ene Charlotte Haze, huisvrouw in Ramsdale. Humbert vindt Charlotte reeds bij eerste ontmoeting afstotelijk antipatiek. Dochter Dolores Haze – bijnaam: Lolita; leeftijd: twaalf jaar – blijkt echter onweerstaanbaar. Humbert trouwt met Charlotte in de hoop Dolores dichter te kunnen naderen. Op een dag stuit Charlotte op Humberts geheime dagboeken met notities over zijn walging van Charlotte en zijn hunkering naar Dolores. Charlotte rent overstuur het huis uit, de straat op. Zij wordt geschept door een auto en is op slag dood. Humbert wordt Dolores’ wettige stiefvader. Hij neemt zijn ‘dochter’ in de auto mee op een tocht door de Verenigde Staten. Hum dringt zich op aan Lo. Subtiel afgedwongen erotische gunsten ontaarden in misbruik en repressie. Dolores weet te ontsnappen en blijkt er al sinds lang een andere, oudere ‘minnaar’ op na te hebben gehouden: Clare Quilty, een raadselachtige schaduwpersoon die hem op hun reis heeft achtervolgd. Humbert zoekt Quilty op en vermoordt hem. Dolores, inmiddels zeventien en zwanger, is intussen getrouwd met een brave arbeidersjongen met één doof oor. Dolores sterft in het kraambed; Humbert overlijdt in de gevangenis.’

Het heeft weinig zin de interpretatiegoudmijn van Lolita opnieuw te betreden. Dat is voor mij al zo vaak gedaan dat de hoeveelheid secundaire literatuur over het boek intussen vergelijkbaar is met die over Het Proces van Kafka en Ulysses van James Joyce, om maar twee andere interpretatiegoudmijnen te noemen. Niet dat ik zelf geen liefhebber ben van een kleine exegese op z’n tijd, maar wat me aan al die secundaire literatuur vaak stoort is de universele pretenties die de erin geopperde interpretaties aangemeten krijgen, alsof die ene interpretatie alle andere overbodig maakt. Alsof over een roman ooit met zekerheid te zeggen valt: ‘Dit boek gaat dus eigenlijk over de dood.’ Literatuur is geen raadseltje dat er op wacht te worden opgelost. Anders dan bij een som of een rebus is er geen eenduidige oplossing. Natuurlijk nodigt literatuur uit tot puzzelen, maar even natuurlijk leidt dat puzzelen nooit tot het vinden van een oplossing, hooguit tot een mogelijke interpretatie. Betekenis is een zaak van de lezer.
 Dat Lolita zoveel interpretaties verdraagt bewijst dat dit boek een meesterwerk is. Het valt op zoveel manieren te lezen, er valt hier zoveel te ontraadselen dat je er als lezer bijna duizelig van wordt. Tegelijkertijd is dat de grote aantrekkingskracht van het boek; zodra je de laatste bladzijde hebt omgeslagen wil je het liefst weer van voren af aan beginnen.
 Ondanks het voorgaande zit het meesterlijke van dit boek voor mij niet in de gelaagdheid, in de onuitputtelijke betekenissen die het verhaal kan hebben, de hoeveelheid gedaantes die het aan kan nemen. Het meest meesterlijk aan dit boek is de taal. ‘Lezend in Lolita is het onvermijdelijk dat je, dwars door het pantser van morele verontwaardiging heen, medeminnaar van Lolita wordt,’ zegt Zwagerman in zijn essay. Dat bewerkstelligt Nabokov voornamelijk door van Humbert Humbert niet alleen een begenadigd verteller te maken en een briljant stilist, maar ook iemand met een observatievermogen zo groot dat je bijna jubelend van bladzijde naar bladzijde gaat. Humbert Humbert verleidt je met taal, maakt je medeplichtig door je in te pakken met zijn begaafdheden. En dat is uitzonderlijk knap. Een volstrekt abjecte man, die afschuwelijke dingen doet met een meisje van dertien, maar die je zo weet te verstrikken in z’n netten dat je hem geen moment kunt haten. Als je dat kan als schrijver, dan ben je echt een grootheid.

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer