14 maart 2005

De mysterieuze vlam van koningin Loana

Wanneer Umberto Eco een nieuw boek geschreven heeft moet je, als literatuurliefhebber met snobistische trekjes, aan de bak.
Op het eerste gezicht oogt De mysterieuze vlam van koningin Loana een stuk toegankelijker dan de vuistdikke voorgangers waaronder De naam van de Roos en De Slinger van Foucault. Dunner, met een vrolijk omslag, op de achterflap voorzien van de aanduiding ‘memoires’ en binnenin van vele gekleurde afbeeldingen, doet de laatste pennenvrucht van de professor in de semiotiek ‘on-Eco’-achtig aan. Maar als snel blijkt die indruk onjuist.
Eco heeft wederom een manier gevonden om zijn zo bejubelde eruditie en voorkeur voor intertekstualiteit aan de lezer ten toon te kunnen spreiden; ditmaal via het personage Giambattista Bodoni. Hij is de eigenaar van een antiquariaat die aan geheugenverlies lijdt.  

‘En hoe heet u?’
‘Een ogenblik, het ligt op het puntje van mijn tong.’

En op diezelfde eerste pagina:

‘Mijn naam is Arthur Gordon Pym.’

(Denk aan The narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket van Edgar Allan Poe uit 1850. )

De zestigjarige Giambattista Bodoni (Yambo) wordt wakker na een beroerte en heeft zijn geheugen verloren. Niet zijn semantisch geheugen (waardoor hij bijvoorbeeld nog weet wat een auto is) of zijn impliciet geheugen (waardoor hij tevens weet hoe die te besturen), maar zijn episodisch geheugen is aangetast. Dit is het deel van het geheugen dat verwijst naar episodes in het leven en naar bepaalde gevoelens en gedachten die men daarbij had. Yambo herkent zijn vrouw en kinderen dan ook niet meer. Met dit gegeven begint de roman erg sterk. Het is ontroerend om te bedenken en te lezen hoe de man zich voelt, hulpeloos verdwaald in een mist zonder bakens. 

‘En… ben ik een goede echtgenoot?’

De mist die nu in het hoofd zit van de boekhandelaar, heeft hem ook voor zijn beroerte al geïntrigeerd: hij heeft een heel archief aangelegd van citaten waarin mist een rol speelt. Mist (een overduidelijke metafoor) blijft ook in het tweede deel van de roman een grote rol spelen. In dit gedeelte, dat meer dan de helft van het boek beslaat, keert Yambo terug naar zijn jeugd in Solara. Hij doet dit op aanraden van zijn vrouw, om zijn geheugen en zijn identiteit te ‘reconstrueren’. Zijn echtgenote is overigens psycholoog en vormt daarmee voor Eco de manier om ook op dat vlak zijn kennis te doen kunnen gelden. Dagelijks snuffelt Yambo de werkkamer van zijn grootvader, de zolder en andere ruimtes van het grote landhuis af op zoek naar herinneringen. De ene doos wordt geopend na de andere, na de andere, na de andere… Eco gooit als het ware de lezer zelf in een lange diepe slaap door steeds maar weer een ander strip- of jeugdboek uit weer een andere zolderhoek te ‘ontdekken’.

Interessanter zijn de beschrijvingen van het Italie van Il Duce, met balilla’s, die ‘voor Benito en Mussolino’ zongen, met armoede, onzekerheid en een niet aflatende censuur in media en onderwijs. Ook mooi zijn de vele afbeeldingen waarmee de roman opgesierd is. Enerzijds geeft het de roman zelf iets van een antiquariaat waarin de lezer meesnuffelt, anderzijds kun je het ook beschouwen als onvermogen van de auteur om de lezer beeldloos te betrekken bij een voorbije periode. Het is in ieder geval ‘anders’.

Het tweede deel eindigt wanneer Bodoni in gedachten en in teksten het lyceum opnieuw doorlopen heeft, hij getelefoneerd heeft met een oude jeugdvriend en een bijzondere ontdekking doet op de zolder.
Vervolgens zuigt de auteur de lezer opnieuw de mist in. Maar nu niet in een slaapverwekkende, grijze saaie mist, maar in een schimmenspel vol beweging. Het geheugen komt tot leven. Ook Yambo heeft, als een echte Italiaan, andere zaken begeerd dan boeken. Vrouwen komen tot leven, de ouders (die hij al jong heeft verloren door een auto-ongeluk) komen tot leven. De stroom van huiselijke herinneringen vloeit samen met een postmoderne kakofonie van (voornamelijk strip- en film-)personages. Werkelijkheid en fictionaliteit, auteur en personage smelten samen. De bejaarde Eco leeft op.  

‘Wat je nu zult zien kun je rustig in je boek schrijven, want niemand zal het lezen.’ ‘Nee, nee, tot wat voor soort slechte literatuur laat ik me nu verleiden.’

Hoewel op de achterflap vermeld staat dat Eco zich met dit boek aan het genre van de memoires wijdt, is het boek eerder een literaire, fictieve roman. In zijn ontelbare intertekstuele verwijzingen herkent men de typische Eco-stijl. Als lezer moet je hier plezier in kunnen hebben of dit deels kunnen negeren. Anders dan bijvoorbeeld het complexe De Slinger van Foucault is deze roman veel toegankelijker en zonder zweetdruppels te lezen. Het plot is eenvoudig en de personages zijn meer van vlees en bloed dan in zijn vorige romans. Als jongere lezer zul je toch regelmatig een blijk van herkenning hebben omdat werkelijk allerhande literatuur en lectuur de revue passeert. Het eerste gedeelte van de roman, waarin de auteur geen marionet van zijn eigen literatuurbegrip lijkt te zijn, is boeiend en ontroerend. Boeiend is ook de beschrijving van het fascistische Italië waarin Eco de ziel van het land genadeloos blootlegt. In het laatste deel van de roman krijgen de personages meer kleur naarmate de mist rond de protagonist dichter wordt.

Een voldoende dus voor professor Eco. Een overwegend saaie roman maar met boeiende passages. Het (waak)vlammetje blijft aan. 

Umberto Eco: De mysterieuze vlam van koningin Loana.
Prometheus, Amsterdam 423,  blz. 
€ 25,00 (p)  € 35,00 (g)
Vertaling: Rob Gerritsen en Henny Vlot

Wendy van Houten

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer