Pitface is een zeer opvallend boek in het als een heelal uitdijende oeuvre van De-man-die-niets-schrappen-kan.

Grofweg zou je zijn werk kunnen verdelen in twee kampen: enerzijds de romans waarin een personage met de naam Herman Brusselmans rondloopt, en waarin vroeger veel werd gezopen en later veel depressief met hondjes werd gelopen. Aan de andere kant heb je de duidelijker op fantasie gebaseerde werken, zoals de befaamde Guggenheimer-cyclus (De terugkeer van Bonanza, Guggenheimer wast witter en Uitgeverij Guggenheimer) waarin een proleet de uitgeverswereld of het medialandschap overhoop haalt. Het boek valt nog het best te karakteriseren als een radicalisering van zijn ex-trilogie (ex-schrijver, ex-minnaar en ex-drummer; verzameld in Plotseling gebeurde er niets). Hierin loopt een cynische, alcoholistische persoon rond die zijn slechte buien botviert op alles en iedereen om hem heen. Niets is leuker dan met de motor over andermans tenen rijden.
Vertoonde de hoofdpersoon van die trilogie nog enkele trekjes van de (vermeende) zwarte kant van Brusselmans, en was de ruimte nog te herkennen als Gent, in dit nieuwe boek gaat onze vrolijke Vlaming nog enkele stappen verder. Het speelt zich af in een maatschappij waar de verloedering nog veel verder heeft doorgezet dan in zijn ex-trilogie. De wereld in deze parabel is verregaand doorgerot. De mensen houden zich bezig met drugs die niet werken en hebben er een dagtaak aan om levend de volgende ochtend te halen. Een groot gedeelte van de stadsbewoners bestaat uit moordzuchtige debielen die met veel wapens rondlopen en alles verkrachten, verwonden en uitroeien wat op hun weg komt. Ook de politie kan er bijna niets meer aan doen, vooral omdat ze net zo hard meedoet met dealen, zuipen en moorden. Eén van de gevaarlijkste gekken in deze niet nader benoemde stad is de schrijver Pitface. ('Ik heet Pitface en mijn naam doet er niet toe.' (p.5)) Hij heeft drie matig ontvangen boeken op zijn naam staan waarin de vraag 'De Liefde, Waar Blijft In Godsnaam De Liefde?' centraal staat. Meteen op de eerste twee pagina’s vermoordt hij samen met zijn gestoorde ‘vriend’ Brillekas een recensent en wordt diens vrouw verkracht en tussendoor gewurgd. De toon is gezet. Zinloos geweld in de hoogste versnelling. Het bloed stroomt over de pagina’s en de botsplinters vliegen de lezer om de oren. In eerste instantie lijkt al dat geweld in dienst te staan van het verhaal, maar dat is een met veel zorg uitgewerkt uiterst onbenullig gedoe, iets met een overval op een drugstransport en een criminele pater. Machtig neergezette onzin, zoals alleen Brusselmans dat kan. Het vertelde kan je dus zonder meer overslaan als je iets dieper in het boek wil kruipen. Want ik heb het idee dat er veel meer in dit boek te vinden is dan veel lezers geneigd zijn te denken bij een schrijver die zo vasthoudend afgedaan wordt als puberaal ? meestal terecht, overigens.
Onverschilligheid is de spil van het boek. De pillen waar zo veel mensen verslaafd aan zijn en die niet werken, himmlers, horen de gebruiker een gevoel van onverschilligheid te bezorgen. In feite zijn het placebo’s, want men leeft in een wereld die ertoe dwingt onverschillig te zijn.
'Kijk om je heen. Meer heb je toch niet nodig om onverschilligheid te verwerven?' (p.148). Daarom telt een mensenleven niet, daarom hoef je bij een actie niet na te denken over de gevolgen en daarom maakt het ook geen klap uit wat je slikt.
En midden in die chaos neemt Pitface een compleet schizofrene positie in. Enerzijds is hij de gesel die in opperste onverschilligheid een junk, een nicht, een bewaker of een recensent afmaakt, anderzijds is hij de redder die de verdorvenheid uit wil roeien. 'Het kwaad moet met kwaad vergolden worden, de slechtheid niet bestreden met goedheid, want de goedheid is veel te zwak.'(p. 172). En hoe hypocriet de laatste houding ook is, in een parabel doet ze wonderen. Pitface is namelijk niet zo verdorven als de meeste andere mensen. Ergens in hem zit nog een zeker onderscheidend vermogen dat hem zo nu en dan bij de lurven grijpt en dwingt de onverschilligheid een beetje af te zwakken zoals in het geval van een onschuldig kind: 'Godverdomme, ik had een onschuldig klein meisje van de aardbodem geveegd, en niet op een heel propere manier. Het sprak in mijn voordeel dat het niet mijn schuld was dat het kind dood was. Plus, dat het maar beter dood kon zijn dan in leven blijven. Een wezen dat in deze tijden niet zelf om leven vraagt, en dat voor dat opgedrongen leven geheel afhankelijk is van slechte mensen, is beter af zonder dat leven. Ik ben al niet zo’n kinderkenner, en dus kon ik moeilijk schatten hoe oud het kind was. Je kan het raden aan de hand van de tandjes, maar van een kind dat een kogel in de kop heeft gekregen, zij het nadat die kogel eerst een traject door het lijf van de moeder heeft afgelegd, blijven nog weinig telbare tandjes over. Ik gaf het lijk van het wijf nog een forse trap na, zo pissig was ik erover dat ze de dood van haar kind had veroorzaakt.' (p. 79). Pitface is wel degelijk op zoek naar het goede, maar hij doet dat op een evident verkeerde manier, hetgeen hem dan weer onverschillig laat. Maar kan je zo makkelijk een moordenaar vrijpleiten? Met een beroep op de redenering dat zijn daden naar zijn eigen inzicht leiden tot een betere wereld? Natuurlijk niet, en daarom faalt hij ook. Hoewel het natuurlijk ook mogelijk is dat er geen woord van waar is, want Pitface zegt zelf al '[w]ijs mij iemand aan die meent wat hij zegt en je verdient niet beter dan dat je vinger wordt geamputeerd.' (p. 201) Pitface, en zijn naam doet er niet toe, tracht beschoftheid af te dwingen door vergelding in de nouveau violence-stijl.
Geweld als manier om je doel te bereiken: opeens lijkt dit boek actueler dan ooit. Brusselmans geeft ons niet de oplossing om een verrotte wereld te verversen, maar laat misschien wel zien dat geweld niet helpt. Je zou Brusselmans, de grote cynicus, nog bijna gaan verdenken van engagement.
Voor de lezers die zich nu rot schrikken: volgens mij is er van dat engagement in de boeken na Pitface niets meer te merken. Dat is weer gewoon oeverloos gezanik.

Patrick Bassant
Literair Vlaanderen, 2005

Herman Brusselmans, Pitface Een parabel, Amsterdam Prometheus, 2001

Recent

17 december 2018

Wellust van woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 december 2008

De dagen van Lazarus - Alexander Hemon

Recensie door Karel Wasch

Alexander Hemon maakte een bliksemcarrière als schrijver. Hij kwam vanuit Bosnië aan in Chicago met niet veel meer kennis van het Engels, dan wat toeristenzinnen, maar ging aan het schrijven. Zijn boeken Nowhere Man en Questions of Bruno werden bejubeld en hij werd zelfs met Nabokov vergeleken. Een groot idool van hem.

Peter Abelsen vertaalde voor Meulenhoff zijn derde roman De dagen van Lazarus.

Lees meer