20 september 2004

Stemmen uit zee – Dan Sleigh

Recensie

Natuurlijk wist hij van jongs af aan van het bestaan van de Kaap. Elke Nederlander die het grote avontuur in de Oost steunde, wist welke rol de Kaap in de economie van zijn waterrijke land speelde. Iedereen kon het als een kinderversje opzeggen: de sleutel tot de Nederlandse economie is de Compagnie, de sleutel tot het succes van de Compagnie is het bezit van Oost-Indië, de sleutel tot Oost-Indië is het Kaapse verversingsstation. Tientallen jaren later ontdekte hij zelf wat in dit wankele kaartenhuis nog ontbrak: de sleutel tot het Kaapse verversingsstation waren de buitenposten. En zelfs díe kennis was niet volledig. Er viel nog meer te ontdekken. De buitenposten waren levende mensen.

Dit zijn de gedachten van de klerk De Grevenbroek in het laatste hoofdstuk van Stemmen uit zee. Het is ook de gedachte die ten grondslag lag aan het ontstaan van het boek. Het is wat de Kaapse historicus Dan Sleigh zelf dacht toen hij jaren geleden onderzoek deed in het Kaapse VOC-archief voor zijn dissertatie. Zo ontstond het idee voor Stemmen uit zee.

Stemmen uit zee
is een verslag in zeven hoofdstukken van de eerste vijftig jaar van de Kaap. Het begint grofweg met de eerste ontmoeting tussen de inheemse bevolking en de Hollanders die in 1652 onder leiding van Jan van Riebeeck naar de Kaap komen om daar een verversingspost voor de schepen naar de Oost te stichten. Voor de inheemse bevolking, de Koina of Hottentotten, is dit het begin van het einde van hun manier van leven. In eerste instantie heeft Van Riebeeck alleen wat vee van hen nodig: voor transport, voor voedsel en voor het bewerken van het land. Hij betaalt de Koina met brandewijn en tabak, daarmee bewust een verslavingsstrategie hanterend. Als het belang van de verversingspost toeneemt, neemt ook de noodzaak tot landuitbreiding voor de Hollanders toe en worden de methoden van de elkaar opvolgende gouverneurs om land en vee van de Koina te verkrijgen steeds rigoureuzer.

De klerk De Grevenbroek is de laatste van de zeven mannen door wier ogen wij iets van die eerste vijftig jaar van de Kaapse geschiedenis te zien krijgen. Zijn relaas verbindt de voorgaande hoofdstukken en sluit het verslag af. Verbindende schakel tussen de zeven mannen is de figuur van Pieternel, dochter van een Koi-vrouw die als kind door Van Riebeeck in zijn gezin werd opgenomen en een Deense chirurgijn: het eerste officiële gemengde huwelijk in de Kaap.

In Stemmen uit zee komt een enorme hoeveelheid figuren voorbij, van gewone mensen tot hooggeplaatste VOC-ambtenaren. De geschiedenis van de Kaap fungeert eigenlijk alleen als achtergrond voor het verhaal van al deze mensen. Zo speelt een groot deel van de in het boek beschreven gebeurtenissen zich niet eens op de Kaap zelf af, maar op eilanden als Mauritius en Robbeneiland, in Duitsland en Nederland en aan boord van VOC-schepen. De eigenlijke hoofdfiguren van Stemmen uit zee zijn de buitenposten, dat wil zeggen, de mensen die de buitenposten bemanden, de eilanden waaraan het boek zijn oorspronkelijke titel ontleent. Dan Sleigh vertelt hun verhaal nu eens van een afstand en dan weer van zeer dichtbij, maar nooit zonder mededogen voor hun vaak grillige en harde lot.

Wat het meest treft in dit verslag van de levens van al deze zeventiende-eeuwers, is de mate waarin de loop van die levens bepaald werd door die machtige maatschappij waarop de Hollandse economie dreef, de VOC. Daarmee heeft het boek ook een actuele lading. De geschiedenis herhaalt zich, stelt de klerk De Grevenbroek in het laatste hoofdstuk, anachronistisch verwijzend naar een uitspraak van Marx en Hegel: eerst als tragedie en dan als klucht.

Stemmen uit zee
door Dan Sleigh, vertaald uit het Zuid-Afrikaans door Riet de Jong-Goossens.
Oorspronkelijke titel: Eilande
ISBN 90 214 8013 1
Prijs 24,95 Euro

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer