Misschien maar beter ook

Het korte verhaal is het ondergeschoven kindje binnen de Nederlandse literatuur. Heeft het genre in met name de Angelsaksische landen nog wel enig aanzien en beroemde pleitbezorgers, in Nederland is het huilen met de pet op. We hebben F.B. Hotz, vooruit, en Maarten Biesheuvel. Hierna valt meestal een stilte. We hébben ze gewoon nauwelijks: goede korte-verhalenschrijvers. En we willen ze ook niet, want verhalenbundels ‘doen’ hoegenaamd ‘niks’ in de boekhandel. Een verhalenbundel is op zijn best een leuke opmaat tot de langgekoesterde roman met een grote R.
Geheel onterecht wordt het korte verhaal als ondergeschikt aan de roman beschouwd. Een goede korte-verhalenschrijver kan in kort bestek evenveel kwijt als in een roman. Vorm, techniek en stijl zijn anders en het is heel goed mogelijk dat de allerbeste romanschrijvers geen goed kort verhaal kunnen schrijven en de beste korte-verhalenschrijvers nooit een behoorlijke roman uit hun pen zullen krijgen. Dat laatste wordt doorgaans als een probleem gezien. Want dan groeit de schrijver dus niet door en zal hij nooit een groot lezerspubliek krijgen. Nou en, dan niet.
Ton Rozeman is zo’n schrijver die tot nu toe alleen verhalenbundels heeft geschreven. Misschien maar beter ook heet zijn nieuwste. Op de cover staat  heel hip onder de titel Short Story’s. Misschien dat hij of de uitgever daarmee aansluiting zoekt bij die rijke Angelsaksische verhaaltraditie. Wat moet je anders in een land dat zoveel traditie ontbeert?
Rozeman schrijft scherpe verhalen, scherp ook in de zin dat ze vlijmscherp de tekorten van de mens op relationeel en communicatief gebied blootleggen. Zijn verhalen zijn onmiskenbaar tragikomisch, maar een echte redding is er niet. De relaties die de diverse personages in het boek onderhouden bevinden zich alle op een breuklijn. Er staat iets op springen of er is al iets gesprongen en niemand weet hoe hij of zij met de nieuwe situatie om moet gaan. Rode draad door het boek is een reeks verhalen over een mannelijke ik, zijn vrouw Cathy en hun zoon Bruno. In flarden wordt de lezer de ondergang van hun huwelijk voorgeschoteld. Ze gaan weliswaar uit elkaar, maar daarmee ben je nog niet los van elkaar.

‘Toen kwam het moment om afscheid te nemen. Ik gaf Bruno een knuffel en zei dat ik hem morgen voor de eerste keer zou ophalen om mijn flat te komen bewonderen. Ook Cathy omhelsde ik, en toen ik naar het busje liep leek het of ze mee zou gaan, of ze zou instappen en met me mee naar het flatje zou rijden om daar verder te helpen met verhuizen. Maar ineens stond ze stil alsof er op de stoep een lijn liep waar ze niet overheen mocht stappen.
‘Nou, tot ziens,’ zei ze.
‘Ja, tot ziens,’ zei ik.
‘Ik kan het niet geloven,’ zei ze. ‘Zul je bellen als je er bent?’
Onderweg naar mijn flatje dacht ik daar steeds aan. Ik zei tegen mezelf: vergeet niet meteen Cathy te bellen als je er bent.’

Het drama van hun relatie zet zich onverminderd voort wanneer ze uit elkaar zijn. Omdat mensen door kinderen, gehechtheid en eenzaamheid aan elkaar verkleefd blijven. Omdat je vaak pas loslaat als je iets anders gevonden hebt om je aan vast te grijpen. Rozeman toont in al zijn verhalen zijn grootse talent door middel van suggestieve scènes en vaak humorvolle dialogen de vinger precies op de zere plek te leggen. Ik hoop van harte dat hij altijd korte verhalen zal blijven schrijven, want het is fijn pijn lijden met Ton Rozeman.

Ton Rozeman, Misschien maar beter ook. Uitgeverij L.J. Veen. € 14,95

DdH

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer