De onderkoning van Ouidah

The Viceroy of Ouidah van Bruce Chatwin

Toen ik iemand vertelde dat ik The Viceroy of Ouidah van Bruce Chatwin aan het lezen was, reageerde die met: 'Bruce Chatwin, the master of serendipity'. Serendipity is een onvertaalbaar woord. Het woordenboek geeft als betekenis: de gave om bij toeval waardevolle dingen te ontdekken. Chatwin had die gave. Hij was een verwoed verzamelaar van curiosa: zowel van voorwerpen als van curieuze mensen, maar het meest nog van verhalen die bij die voorwerpen en mensen hoorden en die hij – als het even kon – verdraaide, verfraaide of verzon.

Zo’n verhaal is The Viceroy of Ouidah (1980), Chatwins tweede boek. In zijn voorwoord bij dit boek schrijft Chatwin dat hij in eerste instantie van plan was om de levensgeschiedenis te schrijven van een Braziliaanse slavenhandelaar, Francisco Felix de Souza, die begin 19de eeuw naar het toenmalige Dahomey (nu Benin) kwam. Bij zijn eerste bezoek aan Dahomey in 1971 had Chatwin kennisgemaakt met deze Da Souza en diens nakomelingen, die nog steeds in Ouidah woonden. 'Here plainly was a story worth telling', schrijft hij later in What am I doing here, een ruwe verzameling essays, anecdotes en impressies naar aanleiding van zijn reizen en ontmoetingen. Wanneer hij zeven jaar later terugkeert naar Dahomey om materiaal te verzamelen voor deze levensgeschiedenis, wordt zijn onderzoek onderbroken door het plaatsvinden van een staatsgreep. Chatwin vertelt dat hij werd opgepakt, twee dagen in een cel doorbracht en kennismaakte met de zware voet van een vrouwelijke soldaat. Hij besluit zijn inleiding: 'I did not go back to Benin. […] and went on to write a work of the imagination.'

Al tijdens zijn leven – Chatwin overleed in 1989 – barstte de kritiek op Chatwin los. Hij zou in zijn reisverhalen de waarheid geweld aandoen en misbruik maken van de mensen die hij beschreef, hun verhalen verdraaien, hun levens stelen. Dat The viceroy of Ouidah een werk van de verbeelding zou worden, stond dus eigenlijk bij voorbaat al vast. Dat geldt zelfs voor Chatwins voorwoord bij het boek, met zijn beschrijving van wat hem tijdens de coup overkwam. Dit was een van de vele verhalen die Chatwin zichzelf en anderen steeds opnieuw vertelde, waarbij hij steeds nieuwe elementen aan het verhaal toevoegde. Wat er nu echt gebeurd is tijdens zijn tweede bezoek aan Benin, doet er niet zo veel toe, evenals de vraag tot welk genre The viceroy of Ouidah (of ander werk van Chatwin) behoort.

Gebruik makend van de verhalen van mensen die Chatwin in Benin en Brazilië ontmoette, schreef hij een levensgeschiedenis, verteld in een aantal filmische scènes, van iemand die weliswaar echt bestaan had, maar waaraan zoveel verhalen, halfverzonnen anecdotes en andere ornamenten zijn toegevoegd dat je alleen maar kunt spreken van een origineel werk.

Wat er wel toe doet, zijn Chatwins oog voor curieuze details en zijn speelse, ironische beschrijvingen. Zoals in de openingsscène van het verhaal, waarin de nakomelingen van Francisco Manoel da Silva samenkomen voor het jaarlijkse herdenkingsfeest ter ere van hun voorvader.

Father Olimpío da Silva had come into town from the Séminaire de Saint-Gall. A white-haired presence in a crimson cassock, he stood on the south steps, surveying his relatives through steel-rimmed spectacles and swivelling his luminous bronze head with the authority of a gun-turret.

Not only a priest but an ethnographer bij calling, he had attended the lectures of Bergson and Marcel Mauss at the Sorbonne; had published an intricate volume, Les Sacrifices humains chez les Fons, and was unable to begin a sentence without a qualifying adverb: 'statistiquement… morphologiquement…'

Terwijl op de achtergrond de speech van de president van Benin klinkt, twisten de voor het feest overgekomen Da Silvas over het verdwenen fortuin van hun voorvader dat nog steeds tot hun verbeelding spreekt.

‘Revolution or Death!’
‘So when they passed the law, there were no more cowries…’
‘Marxist-Leninism is our only philosophical guide!’
‘… and that’s how Dom Francisco was ruined!’

Van het feestbanket zwenkt de camera naar het sterfbed van Francisco’s enig overgebleven dochter, 'Wéwé, the White one, the proof that he was white':

The Da Silvas gazed at the miracle. That she should continue to live was not incredible. She was not that much older then Sagbadjou the King, who lived with his wives and retainers in a bungalow behind the palace at Abomey. That she should die was unthinkable.

In de drie volgende hoofdstukken krijgen we het levensverhaal van Francisco de Silva voorgeschoteld. Op dezelfde mijmerende en ironische toon beschrijft Chatwin de harde, wrede omstandigheden op de droge, doornige vlaktes in het noord-oosten van Brazilië die de jonge Francisco vormen. Als stroman van Braziliaanse slavenhandelaars vertrekt hij naar Dahomey, waar hij zich goed (te goed?) weet te redden. Zijn succes en gebrek aan onderdanigheid brengen hem in aanvaring met de koning van Dahomey. Hij belandt in de gevangenis, waar hij uit wordt gered door ‘s konings jongere broer. De twee sluiten een bloedverbond. De slavenhandelaar helpt de prins aan de wapens voor een machtsgreep en wordt door de nieuwe koning beloond met het monopolie op de slavenhandel. Opnieuw maakt hij zijn fortuin om ten slotte – bankroet en tot waanzinnigheid gedreven als gevangene in zijn eigen paleis – te sterven.

In de laatste scène keren we terug naar zijn dochter, die zich in haar stervensmoment de begrafenis van haar vader herinnert: onder zijn eigen bed in een vat met rum samen met de hoofden van twee voor de gelegenheid geofferde kinderen.

Ook rond zijn eigen leven (en dood) weefde Chatwin een net van verhalen. Zo zou hij aan een geheimzinnige schimmelziekte geleden hebben, nu eens opgelopen door het eten van een honderd jaar oud ei in China, dan weer door het verorberen van een stuk van een Cantonese walvis en dan weer door het inademen van vleermuizenfaeces. Met het vertellen en hervertellen van zijn verhalen hield Chatwin de vragen die hij niet wilde beantwoorden (over zijn geaardheid en zijn ziekte) op een afstand en herschiep hij zijn leven in een romantisch verhaal.

Meer informatie over het werk van Bruce Chatwin en over hemzelf is te vinden op http://www.brucechatwin.com/.

KP

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer