Het grote baggerboek

‘Het is niet mijn ambitie om te bekoren’
I.L. Pfeijffer, de Volkskrant, 20-01-2001

Hoofdpersoon van het grote baggerboek is een baggeraar in dienst van ‘De Koninklijke’ die ter observatie in een kliniek is opgenomen. Aanklacht: pedofilie. Zijn behandelend psychiater heeft hem aangeraden zijn verhaal op schrift te stellen: het grote baggerboek. En zo wordt de lezer langzaam meegezogen in de wereld van afdrevelpijpen, schrompkasten, mulvlotters en kwelderdrijvers. En in de wereld van baggersleufjes, vleeswarenwinkels, pikkemansen en jodelende jetsers. Het verhaal is als volgt: Tijdens een baggerklus in het Verre Oosten heeft de hoofdpersoon de werkzaamheden op de baggerschuit gesaboteerd om met zijn maten de bordelen aan wal onveilig te kunnen maken. Daar loopt natuurlijk alles mis. De baggeraar verdwaalt tijdens die ‘sjorlief’ in de achterbuurten van ‘Kamelistan-City’. Dankzij de hulp van een klein jongetje, Abdullah, vindt hij de weg naar de haven terug, waarbij hij op zijn beurt de kleine man redt van een gewis lot. Abdullah wordt mee aan boord genomen en verstopt in een locker. Als tussen de bedrijven door nog even een collega om zeep wordt geholpen, vlucht de baggeraar, inmiddels gehecht geraakt aan Abdullah, van boord en onderneemt met hem een vluchtpoging naar Nederland. Die mislukt faliekant, Abdullah blijft achter en onze vriend belandt zoals gezegd in een kliniek.

Daarnaast volgen we het relaas van de psychiater, een pedant en obsceen sujet. Hij raakt geobsedeerd door het verhaal van de baggeraar en, meer nog, door diens vrouw Babette, door de baggeraar liefkozend ‘Babseflapsje, mijn bloedend eigenste baggerinnetje’ genoemd. Hij gaat hierin zelfs zo ver dat hij de baggeraar ten onrechte vasthoudt om van Babette te kunnen  genieten. 

Kankerdekutziekteklotenmongolengoddomme. Is toch verdomme om stapelend gek van te worden, godverdegloeiende glijpaal en kutten met peren?

Dat is zo ongeveer de gedachte die door je hoofd speelt na het lezen van de eerste pagina’s van deze roman. Ellenlange zinnen boordevol pleonasmen, tautologieën, hyperbolen, contaminaties, alliteraties en wat dies meer. Het doorzettingsvermogen van de lezer wordt echter beloond. Omdat de hoofdstukken van de baggeraar worden afgewisseld met die van de psychiater is er in eerste instantie net elke keer op tijd een moment om bij te komen van het overweldigende taalgebruik van de baggeraar. Bekomen van de eerste schrik realiseer je je langzaam maar zeker dat je gehecht gaat raken aan de man. Naarmate het boek vordert, volg je met groeiende sympathie het relaas van de baggeraar en blijkt zelfs zijn taalgebruik vertrouwd te raken. Het moet gezegd, met excuses aan de schrijver: de overdaad aan grofheden en rare samentrekkingen gaat bekoren.

Krijg nou de tiethoest en schurft aan je schompes met zweren. Krijg nou de tiethoest en schurft aan je schompes met zweren, jeuk aan je lurven en tientallen complexe breuken, sisyfussoa met aids die je krijgt van het neuken. Krijg nou de pijnlijke ziekte die aan je blijft teren.

Als de baggeraar, type ‘ruwe bolster, blanke pit’, ook nog een jeugdtrauma blijkt te hebben, is hij helemaal verzekerd van onze genegenheid. De moord op zijn psychiater aan het eind van het boek vind je tegen die tijd niet meer dan vanzelfsprekend en goedkeurend concludeer je dat het recht gezegevierd heeft.

Het grote baggerboek is een meeslepend avontuur over loyaliteit en liefde maar het is bovenal een gewaagd literair en stilistisch experiment, waarin de dichter Pfeijffer voortdurend doorklinkt. Even doorbijten, het loont de moeite.

Saskia Taggenbrock

Het grote baggerboek
Ilja Leonard Pfeijffer
204 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers
€ 17,95

Alles over Ilja Leonard Pfeijffer: www.epibreren.com/pfeijffer

Recent

1 augustus 2018

Blokken op Blokken

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer