Maisroest

‘…Ik zal je maar niet schrijven over een sluimerende ziekte waar het hele veld van beeft, een schimmelziekte waardoor de hele rotzooi, als je niet snel ingrijpt, naar de verdoemenis gaat. “Maïsroest” noemen ze die ziekte hier…’

Met Maïsroest is Rashid Novaire doorgedrongen tot de top 6 van de Libris Literatuurprijs. Maïsroest verteld het verhaal van Dito Keep en zijn broer Gerben Keep. Dito Keep is een journalist die werkt voor een Wagenings Dagblad anno 1912. Voor het dagblad schrijft hij zakelijke berichten over pandjesbazen en andere Amsterdamse penoze. Tussen het schrijven voor de redactie werkt hij aan een reconstructie van de moord op zijn oudere broer Gerben die tien jaar daarvoor in het voormalige Tsjechië om het leven komt. Deze reconstructie, zo laat Dito Keep ons meteen in het voorwoord weten, moeten we vooral niet opvatten als een realistisch relaas, maar is een fictief rouwverwerkingsproces. De hele verhandeling schrijft hij in de hoop dat hij postuum van zijn broer zal gaan houden. De hele reconstructie berust dus niet op feiten maar op mogelijke gebeurtenissen.
De verwerking van het verleden beperkt zich niet tot herinneringen aan zijn broer Gerben, ook zijn eigen jonge jaren worden uitvoerig aan het papier toevertrouwd. In de eerste plaats is er de Bourgeoisie familie waartoe hij behoort. Dito Keep is de zoon van de directeur van de Duinwatermaatschappij maar wil net als zijn broer helemaal niet tot de bezittende klasse behoren. Veel liever dan het zoontje van de directeur, wil Dito schilder worden. Zijn schilderdocente mevrouw Robertson geeft hem echter duidelijk te verstaan dat hij geen talent heeft. Ook schrijft Dito Keep over hoe hij in zijn jonge jaren veelvuldig misbruikt is toen hij bijlessen kreeg in de biologie op het Zoölogisch Instituut. Dit misbruik heeft bij Dito Keep geleid tot wat hij zelf als zijn 'ziekte' benoemt.

In het volgende fragment keert Dito terug naar Amsterdam en staat in de paardentram oog in oog met zijn verkrachter, de zoöloog die verantwoordelijk was voor het misbruik van zowel Dito als zijn broer Gerben.

‘…Ik hoop dat mijn kwaadheid mij helpen zal zodat ik mij zal durven omdraaien voor een driftige blik in die blauwgrijze, afgestorven ogen. Maar er komt geen kwaadheid. We kijken elkaar neutraal aan in het smalle gangpad. “Dag Dito Keep, ik dacht dat jij schilderlessen nam in Brabant. Heeze, is het niet?”
“Ik ben terug,” zeg ik en ik zie de rug van mevrouw Robertson. Nietsvermoedend. “Welkom terug Dito Keep.”
Eigenlijk wil ik met de man mee. Nu. Ik wil dat hij mij bijt, dat ik na een uur met hem op het instituut thuis huilend boven de handspiegel zit en zijn tandafdrukken zie aan de binnenzijde van mijn dij. Ik wil voor hem staan, mij vooroverbuigen en met mijn duim over het droge gaatje wrijven dat verscholen zit tussen mijn ronde billen…’

Zoals gezegd is Novaire met Maïsroest genomineerd voor de Libris literatuurprijs 2004. In het juryrapport stond over Maïsroest:

‘De ietwat weerbarstige, soms terughoudende stijl is in overeenstemming met de onaangepaste levenshouding van de jonge Dito. Maar hoe weerbarstig die stijl soms ook is, Novaire schreef een levendig boek. Vastgelopen ambities, geile verlangens en een instabiele geest bepalen het karakter van Dito Keep. Onder Novaires pen werd dat een karakter van vlees en bloed.’

Opvallend genoeg laat Novaire zich in zijn werk inspireren door schrijvers als Coetzee, Bernlef, Grunberg-Marek van der Jagt (getuige het vorige maand uitgegeven Magazijn waarin de meest belovende jonge auteurs onder de veertig aan de tand worden gevoeld). Juist de scherpe, gedoceerde, analytische stijl van schrijvers als Coetzee en Grunberg mist het werk van Novaire op alle fronten.

Prijst de jury van de Libris literatuurprijs Novaire om zijn ‘weerbarstige stijl’, Novaire creëert in mijn ogen een mist gordijn. Maïsroest is een ondoordringbare fantasiewereld. Binnen deze wereld moet de lezer alles wat er gezegd wordt klakkeloos ‘aannemen’. Dito en Gerben verzetten zich tegen hun afkomst maar nergens blijkt uit waarom dit zo is. Beiden zijn zij zoons van  de directeur van de Duinwatermaatschappij, maar deze directeur komt verder nergens in het verhaal aan bod. Dito schrijft voor een Wagenings Dagblad maar in de rol van journalist komen we hem nergens tegen. En waarom ze in 1912 in Wageningen geïnteresseerd zouden zijn in pandjesbazen en penoze uit Amsterdam blijft eveneens onbesproken. Net zo onduidelijk is het historische aspect van het verhaal. Het verhaal speelt zich af aan het eind van de negentiende eeuw, maar de noodzaak hiervan is letterlijk en figuurlijk in geen velden of wegen te bekennen. De persoon van Dito komt niet uit de verf en Gerben idem dito. 

Maïsroest
Rashid Novaire
Uitgeverij De Geus
126 pagina’s

Andreas Vonder
andreas@literairnederland.nl

Recent

22 februari 2018

Boek van een ramp

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

25 februari 2008

Indrukwekkend verhaal

Door Bernadet

De overgave is na De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek de derde historische roman van Arthur Japin die een mengeling is van fictie en non-fictie. Het verhaal is gebaseerd op de geschiedenis van Cynthia Ann Parker (zij staat ook op de voorkant van het boek) Als kind groeide zij op bij de familie Parker die na een lange reis vol beproevingen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen in Texas.

Lees meer