22 mei 2003

Yang jaargang 39, nr. 1, april 2003 ?UIT HET KINDERPARADIJS

Misschien is het de (kinder)droom van de volbloed Verlichter in wie zelfs elk romantisch residu is opgedroogd: het kind z̩lf dat smeekt om uit zijn kinderlijke staat verlost te mogen worden. Als het leven eens zo zou kunnen zijn! Want als we om ons heen kijken, zien we dan momenteel niet alom juist de verkleutering? De zich in Jip & Janneke-taal uitdrukkende politici die hun uiterste best doen om de volstrekt infantiele vragen van de hedendaagse kleuterleiders Рde journalisten Рin enkelvoudige zinnen zonder bijvoeglijke naamwoorden te beantwoorden? En wat te denken van al die 65-jarige meisjes met hun dag- en nachtcr̬mes, van die onuitstaanbare gepensioneerde wielrenners met hun laag cholestorolgehalte, van de onder luid applaus de finishlijn overstrompelende tachtigjarige marathonlopers? ?We are the world, we are the children zoals het in de tijden van Band-aid heette, een song waarvan de gepatenteerde Franse cultuurpessimist Finkielkraut destijds in zijn La d̩faite de la pens̩e (1987) al royaal over zijn nek ging.

Finkielkraut komt met nog vele anderen langs in het openingsessay dat Piet Joostens schreef voor het dossier over het infantiele waarmee deze yang opent. Het is een essay waarin Joostens het evenwicht zoekt tussen het verlangen naar het kinderlijke en de afschuw van alle infantiliteit. Hij stelt zich onder andere de vraag of het in deze kwestie nog zinvol is om te denken in termen van regressie of progressie. Het is een vraag die in de bijdrage van de Duitse psychiater Annick Blumfeld gemakkelijk tot verwarring kan leiden. In haar rapport over het infantilisme schetst ze het wel en vooral wee van ?adult babies en ?diaper lovers, van volwassen vrouwen en mannen die de terugkeer naar de vroegste kindertijd wel heel letterlijk nemen. Bert Bultinck richt naar aanleiding van Michael Bracewells

The nineties zijn blik dan weer op de huidige dertigers die in het zogeheten ?infantiele decennium wel eens de indruk wekten hun leeftijd vergeten te zijn. Daniël Rovers zoekt in zijn essay de ?Grote Broer, de steun en toeverlaat zoals hij die voorheen in tal van romans tegen is gekomen. Dan is er nog een fragment uit Infinite Jest van de Amerikaanse auteur David Foster Wallace, waarin een spitstechnologische oorlog in de handen van een groepje kinderen wordt gelegd, en bekent de Franse dichter Philippe Beck zich tot het leerdicht. En tot slot van het dossier maakt Alberto Savinio (broer van Giorgio de Chirico) duidelijk dat het infantiele niet alleen van deze tijden is.

De fotos van Heinz Peter Knes die door het hele nummer staan afgedrukt, lijken intussen wel het dossier te willen illustreren: onschuld met een randje.

Naast het dossier vindt u in deze yang gedichten van de jonge Nederlandse dichter Marc Robbemond, het zeer precieze en lang verborgen gebleven proza uit de pas onlangs volledig gepubliceerde oorlogsdagboeken van Felix Hartlaub en worden in de rubriek ?Die ochtend in de boekhandel door Maarten De Pourcq en Marc Reugebrink de nieren geproefd van respectievelijk Tonnus Oosterhoff en Jos Joosten.

Tot slot is er een nieuwe writer in residence. Na Bart Meuleman, Paul Verhaegen], J.Z. Herrenberg, Pjeroo Robjee, Louis Paul Boon en Pol Hoste zal in deze jaargang het jonge Vlaamse talent Jeroen Theunissen vier nummers lang zijn gang mogen gaan. Hij opent met het eerste deel van zijn ?Oskaartje.

Een yang ab ovo, en dit keer uit het nest gekropen in een prachtig nieuw jasje, nieuws- en leergierig als altijd, jong als yang, en nooit te kinderachtig nog eens een tandje bij te steken.

Bron: http://www.yangtijdschrift.be/ – www.yangtijdschrift.be / le

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer