Decamerone

Mei 1348, de Zwarte Dood bereikt Florence en maakt in enkele dagen tijd duizenden slachtoffers. In de kerk Santa Maria Novella nemen zeven jonge vrouwen en drie jongemannen het besluit om op het platteland te wachten tot de pestepidemie is uitgewoed. Ze trekken naar een afgelegen kasteel, waar ze de dagen vullen met het vertellen van vermakelijke verhalen. Het is het begin van een cyclus van tien keer tien verhalen, die met elkaar de Decamerone vormen.

De Decamerone, van Giovanni Boccaccio, geldt als een van de absolute meesterwerken uit de wereldliteratuur, niet alleen vanwege de virtuoos vertelde verhalen, maar ook door het ingenieuze raamwerk waarin die verhalen zijn ingebed. De Decamerone wordt wel gezien als de 'wereldlijke' tegenhanger van de Divina commedia, al was het alleen maar vanwege de honderd verhalen tegenover Dantes honderd canto's. Maar de Decamerone is meer: het is de verheerlijking van het menselijk vernuft, van het improvisatievermogen, van het rake woord, van de vriendschap, en van de liefde – zowel geestelijk als lichamelijk. Daarbij wijst Boccaccio geregeld op de waarde van het vertellen zelf, dat behalve amuseert ook levens kan redden. De tien vertellers overleven de pest.

De Decamerone werd kort na 1348 geschreven en heeft sindsdien telkens weer nieuwe lezers getrokken. De verhalen van Boccaccio werden ontelbare malen (denk aan het bizarre verhaal van Griselda) nagevolgd, maar nimmer overtroffen. In deze nieuwe, alle details van het origineel recht doende, vertaling kan de lezer als nooit tevoren kennismaken met de subtiliteiten in de verhalen over vorsten, vorstinnen, ridders, jonkvrouwen, kooplieden, oplichters, gauwdieven, schilders, monniken en hoeren.

De Schrijver

Giovanni Boccaccio (1313-1375) werd, waarschijnlijk in Florence, geboren als onecht kind van een koopman uit Certaldo en een onbekend gebleven vrouw. Zijn vader, die een belangrijke positie verwierf aan het hof van koning Robert, nam hem in 1327 mee naar Napels, waar hij naderhand enige jaren rechten studeerde. Maar al snel voelde Boccaccio zich meer aangetrokken tot de literatuur dan tot de juristerij of de handel, en schreef enkele werken die een vaardige hand verraadden maar niet zoveel opzien baarden. Dat veranderde toen hij kort na de beruchte pestepidemie van 1348 met de Decamerone kwam, een werk dat hem eeuwige roem zou bezorgen.

Rond 1350 ontmoette hij voor het eerst Petrarca, de beroemdste auteur van zijn tijd. Hij zou met hem een innige en levenslange vriendschap opbouwen. Onder invloed van Petrarca sloeg hij geheel nieuwe wegen in. Zij legden samen de fundamenten voor het latere humanisme. Van de Decamerone lijkt hij in deze jaren niet veel meer te willen weten – toch maakte hij er nog in de laatste jaren van zijn leven een kopie van, waarin hij er nauwelijks een woord aan veranderde.

De Vertaler

Frans Denissen is schrijver en vertaler. Zijn biografie van André Baillon, De gigolo van Irma Ideaal, werd genomineerd voor de Generale Bank Literatuurprijs en bekroond met de Jonge Gouden Uil. Zijn vertaling van Gadda's Die gore klerezooi in de Via Merulana oogstte alom bewondering. Hij vertaalde de Decamerone al een in 1981.

Aantekeningen en nawoord

René van Stipriaan, die de vertaling van aantekeningen en nawoord heeft voorzien, promoveerde op de invloed van de Decamerone op de Nederlandse renaissanceliteratuur. Vorig jaar verscheen van hem Het volle leven, over de Nederlandse literatuur ten tijde van de Republiek.

voor de liefhebbers: Decameron Web

Decamerone
Geschreven door Giovanni Boccaccio
Vertaald uit het Italiaans door Frans Denissen
Aantekeningen en nawoord: René van Stipriaan
Gebonden met stofomslag en leeslint in cassette
Met honderd illustraties in kleur
804 bladzijden
Uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep, als deel van hun Gouden Reeks
Tot 1 januari 2004 60 euro, daarna 65 euro

(hieronder Slaap!)

Ik fietste door de donkere straten op zoek naar leven, vervuld van energie. Het was drie uur in de ochtend. Lege pleinen, zwarte laantjes, hier en daar een wakkere duif. Die beesten waren totaal van de kaart sinds de komst van de straatlantaarn. Zou die snel breken, een duivennek? Waarschijnlijk niet. Taaie rakkers, die vliegende ratten.
Natuurlijk zag ik soms een mens. De stad slaapt nooit, zogezegd. Ik vond het echter hoogst onaangenaam te moeten constateren dat het geen collega’s waren. Ze hadden al nachtrust gehad, op zijn minst een tukje gedaan. Zo niet, dan gingen ze er een doen. De rotzakken. Ik zou ze leren.

Van de meeste debuten word je niet vrolijk. Uitgevers achten het belangrijk te investeren in nieuwe, jonge talenten; ze bouwen zogenaamd toekomstkapitaal op. Ze hopen dat er op een dag uit een middelmatig manuscript van een ambitieuze jongeling een volgroeide schrijver ontspruit. Alsof de literatuurgeschiedenis bewezen heeft dat dit vaak voorkomt. Nou nee. Schrijvers van naam schreven ook debuten van naam. Het is eerder zo dat sommige veelbelovende debutanten hun belofte niet in hebben kunnen lossen en daarna alleen maar slechtere boeken zijn gaan schrijven (of nooit meer een boek schreven).

Laten we hopen dat dit niet opgaat voor de Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke (1976). Van haar verscheen onlangs haar eersteling Slaap!. Een indrukwekkend boek. De hoofdpersoon Maya heeft slaap, heeft altijd slaap, behalve ’s nachts, want dan kán ze niet slapen. Slapeloosheid veroorzaakt een vreemde bewustzijnstoestand die Verbeke uiterst beklemmend weet neer te zetten. Je gaat als lezer moeiteloos mee in de gedachtekronkels en verwrongen perceptie van Maya, gemakkelijk vergetend dat we hier met iemand van doen hebben die al maanden niet kan slapen.

Gestoord is Maya niet, maar een vrouw die midden in de nacht bij mensen aan gaat bellen uit pure nijd dat zij wél kunnen slapen en zijzelf niet, kun je ook weer niet tot het allergezondste volksdeel rekenen.

Tijdens een van haar belrondes stuit ze op een geestverwant, ze hoort het aan de wijze waarop de man bij wie ze aanbelt reageert: te snel, te alert. Hij heet Benoit en is een stuk ouder dan Maya. Brokkelsgewijs wisselen ze informatie over hun leven uit en met name in deze stukken toont Verbeke zich een oersterke stiliste die weet hoe je een scène neerzet, uitbouwt en afrondt. Als ze een bokspartij tegen je speelde, zou je ronde na ronde knock-out gaan. Ze heeft weinig woorden nodig om de sfeer waarin de hoofdpersonen zijn opgegroeid haarfijn neer te zetten. En met humor. En taalgevoeligheid, een eigenschap die je overigens veel meer bij Vlaamse dan bij Nederlandse schrijvers tegenkomt. Proza waar je blij van wordt, het komt  niet vaak voor dat je bij jonge schrijvers geniet van bijna elke zin die je leest:

Natuurlijk werd Sofie daar (van het feit dat haar man Dirk vreemdgaat met ene Saskia-DdH) triest van. Maar dan maakte ze lasagne en bedacht ze dat die dingen nu eenmaal gebeuren. In de beste huishoudens. En de kinderen mochten er niet onder lijden, dat sprak voor zich. En het betekende toch ook niet dat hij elke keer als hij laat thuiskwam, dan elke keer… De dokter had haar wat voorgeschreven tegen de zenuwen en de hormonen. Desondanks liepen haar tranen soms over de uien en één keer brak ze een houten lepel doormidden. Tegen een achtergrond van sudderende paprika’s zag ze Saskia’s lippen ronds Dirks lid krullen. Haar prachtige lichaam versmolt met dat van hem als een gruyèrekaas op de lasagnebladen. Ze po
mpten zich zo heet als de voorverwarmde oven.


Slaap!
is het debuut van een talent. Hopelijk bestendigt ze haar talent, maar zo niet, dan kan ze er eeuwig trots op blijven dat ze een debuut als dit geschreven heeft.

Slaap!
Annelies Verbeke
uitg. De Geus
€ 18,-

DdH

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer