3 november 2003

Brieven aan Bram P.

Amsterdam, 2 november 2003

Geachte heer Reve,

U kent mij niet, wat niet verwonderlijk is voor een werkloze uit Amsterdam, maar ik ken u ook, groot schrijver van Liefde, Kunst en de Dood, niet. Toch hoor ik uw naam ? in tegenstelling tot u die van mij, naar ik moge aannemen ? maar al te vaak:     

‘Zoals Reve zou kunnen zeggen’, en dan volgt er een volzin met veel bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Alsof u de aristocratische ironie hebt uitgevonden.  

Ik heb van u ooit Bezorgde Ouders gelezen, een prachtig boek maar ik kan me er geen zin van herinneren. Alleen de geest van het boek staat me nog bij. U kent dat misschien wel. Ik verbleef en verblijf meestal bij uw Grote Broer, die als eerste ging en u weet wellicht dat de beste altijd als eerste gaan. Of leren ze dat niet bij de katholieken?

Ik schrijf u vanwege één basisvraag: bij hoeveel brieven aan één en dezelfde persoon denkt u dat het zal verschijnen in boekvorm? Ik vraag u dit omdat er in uw nieuwe boek Brieven aan Bram P. een zin stond die mij vreemd trof: ‘Gelieve hiervan nooit in een brief of anders dan onder vier ogen gewag te maken?’ Hoeveel briefboeken heeft u al gepubliceerd? 9, 10? Weet ú het nog? Maar: was dit ironisch bedoeld? Beoefende u hier het genre van de briefschrijver?

Of sprak u daadwerkelijk de schaamte van de hoop uit? De hoop op het geloof van Bram in u.

Uw brieven, die ik als een voorbijganger blijkbaar mag inkijken, hebben mij hogelijk geamuseerd. Of ze ook waar zijn weet ik niet. Ik bedoel: of ze ook werkelijk iets over u zeggen, zoals brieven van klootjesvolk zonder publicatie dat gewoonlijk doen. Mensen zijn arm omdat ze slecht zijn, meent u dat nu werkelijk?

Uw 18 brieven hebben mij geen duidelijkheid verschaft. Misschien wilt u nu de brieven van Bram P. publiceren? Met een nawoord van Gerard Reve. Ik zal het zeker lezen.

Nimmer uw immer,

Mike Naafs

Brieven aan Bram P., Gerard Reve, De Bezige Bij, 2003, 83 blz.

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer