‘Het huis was een tijdelijke uitbreiding van de hemel wegens plaatsgebrek. Achter het loodglas van de vitrinekast vervaagden de doden minder snel dan de levenden (…) Gestaag groeide de stapel aan. Een jonge generatie was opgestaan, de oude viel langzaam weg.’ De hoofdpersoon uit de debuutroman Marcel van Erwin Mortier groeit op bij zijn grootouders op het Vlaamse platteland. De dood is overal aanwezig. De grootmoeder eert haar doden in een vitrinekast en zegent hen met haar stoflap. Voor één dode is er speciale aandacht: Marcel, de jongste broer van de grootmoeder. Maar wie is Marcel en hoe is hij gestorven? In 142 bladzijden ontvouwt zich langzaam en suggestief de geschiedenis van Marcel. Een geschiedenis die, bijna ongemerkt, een zware stempel drukt op het dagelijks leven van de familie.

Mortiers debuutroman wordt gekenmerkt door een rijke, zeer suggestieve stijl, waarin de schrijver laat zien dat het heel goed mogelijk is om een verhaal te vertellen, juist door bepaalde dingen niet te zeggen. Door de ogen van zijn hoofdpersoon, een ongeveer negenjarig jongetje dat naamloos blijft, leren we het leven op het Vlaamse platteland kennen. We volgen hem in zijn alledaagse bezigheden. Zo gaat hij mee naar de stoffenhandelaar en houdt hij de grootmoeder en Juffrouw Veegaete zorgvuldig in de gaten bij het ontwerpen van een jurk. Aan het slot van de roman is de jurk af en draagt Juffrouw Veegaete, de onderwijzeres van het jongetje, deze op de laatste schooldag.

Marcel lijkt voornamelijk het alledaagse leven op het Vlaamse platteland te beschrijven, maar daaronder gaat een heel verleden en een groot geheim schuil. Mortier: ‘Aan de oppervlakte gaat het verhaal over het maken van een jurk. Maar die jurk heb ik gebruikt als een scherm voor iets wat daarachter zit; onder het weefsel gaat iets schuil dat minder fraai is.’ (Soeting, Monica. ‘Je moet kunnen vergeten om je iets te kunnen herinneren.’ In: Vrij Nederland , 13-03-1999) Langzaam, suggestief ? Mortier gebruikt vooral subtiele beeldspraak om het geheim te ontvouwen, en laat ons tegelijk met het jongetje geleidelijk ontdekken welke rol zijn familie speelde in de Tweede Wereldoorlog en hoe zijn oudoom Marcel de dood vond.

Mortier heeft weliswaar een overtuigend psychologisch beeld neergezet van zijn hoofdpersoon, maar op sommige plaatsen laat hij zich iets te veel meeslepen door zijn eigen taalvirtuositeit en dicht hij het jongentje woorden toe die wel heel welbespraakt zijn voor een negenjarige. Zo betwijfel ik of iemand van die leeftijd bij het zien van een foto van een persoon in Waffen-SS-uitmonstering moet denken aan ‘een kruidenier die soldaatje speelt.’ Tegenover dit soort oneffenheden staat echter Mortiers vermogen om van bijna iedere zin een belevenis te maken, waardoor Marcel een kleine, maar zeer rijke roman is.

Marcel verscheen in 1999 bij Meulenhoff en vormt het eerste deel van een (inmiddels verschenen) trilogie. Mijn twee huid (2000, Meulenhoff) en Sluitertijd (2002, Meulenhoff) vormen het tweede en derde deel. Voor Marcel ontving Mortier de Gerard Walschapprijs (1999), de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (2000) en het Gouden Ezelsoor voor beste debuut. In 2000 verscheen Vergeten licht, Mortiers eerste dichtbundel, door Meulenhoff uitgegeven ter gelegenheid van de jaarwisseling.

AmvdP

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer