De Gulden Tak

Net als de door hem zeer bewonderde Hugo Claus, is Paul Claes een man van vele gezichten. Hij heeft zich in de loop van de tijd bewezen als romanschrijver, dichter, vertaler, criticus, classicus en literatuurwetenschapper. Zijn eruditie en intelligente associatievermogen gaan echter het aangenaamst samen als hij zich de rol aanmeet van essayist.

Twaalf jaar na het verschijnen van zijn imposante intertextualiteitsbijbel Echo’s echo’s. De kunst van de allusie (1988) publiceerde Claes De Gulden Tak, een bescheiden fonkelend boekje over de verwerking van klassiek mythologische stof in latere literaire werken. Het bevat twaalf essays, voorafgegaan door een klein ‘Programma’ en gevolgd door een coda en een bibliografie.

In zijn programma zet Claes helder uiteen hoe hij zijn doel, het aanschouwelijk maken van verschillende soorten metamorfosen die mythen kunnen ondergaan, hoopt te bereiken. Kort gezegd: hij zal in negen exemplarische essays zijn leeswijze steeds afstemmen op de aard en methode van de onderhavige mytheverwerkende literatuur. Deze negen stukken worden voorafgegaan door drie terreinverkenningen, handelend over de oorsprong, interpretatie en functie van mythen en mythologische literatuur. Ook last Claes hier, in het tweede essay, een eerbetoon in aan James G. Frazer, schrijver van het beroemde standaardwerk The Golden Bough, waarop T.S. Eliot zijn The Waste Land baseerde, en waaraan Claes de titel van zijn essaybundel heeft ontleend.

Van het vierde tot het twaalfde essay wandelt Claes rustig via verschillende literaire genres en tijdstijlen van Vondel naar Favery. Onderweg passeert hij Keats, Rilke, Gerhardt, Lucebert, Mulisch, Claus en Ten Berge, en steeds wijst hij de meewandelende lezer aan op welke manier welk klassiek materiaal een moderniserende literaire behandeling krijgt. Elke behandelingsmethode lokt inderdaad weer een andere manier van lezen uit. Schreef Vondel zijn Jeptha of Offerblofte als emulerende imitatie? Dan lezen we het in vergelijking tot de tragedies van Buchanan en Euripides, die zijn model waren. Versplintert Favery in zijn poëzie de mythe tot haast onherkenbare brokstukken? Dan gaan we als lezer reconstructief te werk. Zo noopt het op associaties berustende hermetisme van Lucebert tot een associatieve leeswijze van zijn ‘Orfuis’ en nodigt de citatenkunst in de Texaanse Elegieën van Ten Berge uit tot een structuralistische benadering.

Dat elk van de negen auteurs weer op een andere wijze benaderd wordt, zou De Gulden Tak tot een wat chaotisch werkje kunnen maken. Maar daarvoor houdt Claes te scherp in het oog waar het hem steeds om te doen is: oude helden en verhalen signaleren en beschrijven wat er in latere jaren met ze wordt gedaan. Zo onderbouwt hij stap voor stap, voorbeeld na voorbeeld, de bewering waar hij zijn programma mee heeft afgesloten: ‘Is de tijd van de grote verhalen voorbij? Niet zolang er vertellers zijn die ze herhalen en andere vertellers die ze verklaren.’

Paul Claes
De Gulden Tak. Antieke mythe en moderne literatuur.
De Bezige Bij, 2000; 142 pagina’s.
ISBN 90 234 3941 4.

Thomas Möhlmann

Recent

22 februari 2018

Boek van een ramp

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

25 februari 2008

Indrukwekkend verhaal

Door Bernadet

De overgave is na De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek de derde historische roman van Arthur Japin die een mengeling is van fictie en non-fictie. Het verhaal is gebaseerd op de geschiedenis van Cynthia Ann Parker (zij staat ook op de voorkant van het boek) Als kind groeide zij op bij de familie Parker die na een lange reis vol beproevingen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen in Texas.

Lees meer