28 januari 2008

De strafkolonie, Twan van den Brand

De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946.

‘Jeruzalem aan de rivier’. Maar ook: ‘de groene hel’. Tegenstrijdige namen voor een – op dit moment althans – idyllische plek aan de Suriname-rivier, Jodensavanne. Op deze plek vestigde zich in de zeventiende eeuw een groot aantal Portugees-joodse families. Sommige van deze nieuwe bewoners van Suriname waren al voor de derde of zelfs vierde keer in hun leven gevlucht voor anti-semitische vervolging, uit Europa, uit Brazilië … Jodensavanne zou gedurende enkele decennia zelfs de tweede of derde belangrijkste plaats in Suriname zijn, om deze positie strijdend met Torarica (de eerste officiële hoofdstad van Suriname) en Paramaribo. In het midden van de negentiende eeuw verliet echter de laatste bewoner de nederzetting en wat er nog restte werd al gauw overwoekerd door de natuur. In de huidige tijd zijn oude marmeren grafstenen weer blootgelegd, en vormen onder meer deze ‘Beth Haim’ en de ruïne van de grote synagoge ‘Beracha ve Shalom’ een stuk historisch erfgoed dat van onschatbare monumentale waarde is.

Slechts weinig mensen kennen het verhaal achter de periode dat Jodensavanne bekend stond als ‘de groene hel’. Twan van den Brand heeft zeer grondig onderzoek gedaan naar deze zwarte bladzijde uit de gemeenschappelijke geschiedenis van Nederland, Indonesië en Surianme. Hij doet hiervan verslag in De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946. Het boek verscheen in 2006 bij uitgeverij Balans.

In januari 1942 werden 146 mannen in Indonesië gedeporteerd naar Suriname waar zij uiteindelijk werden opgesloten in Jodensavanne. De gronden waarop zij gedeporteerd zijn waren vrij onduidelijk: verdenking van landverraad; NSB-lidmaatschap; een anti-Duitse uitspraak kon genoeg zijn om uiteindelijk daar achter het prikkeldraad aan de Suriname-rivier te belanden. Tijdens hun verblijf in Suriname hadden de mannen geen contact met de buitenwereld. Er was geen postverkeer in of uit, het Rode Kruis kreeg geen toestemming de gevangenen te bezoeken, er was niets te lezen. Enkelen van hun poogden te ontvluchten, maar werden betrapt. Twee van de vluchtelingen, Karel Raedt van Oldenbarnevelt en Loo van Poelje, werden bij ‘berechting’ in Fort Zeelandia in Paramaribo, in november 1942, in koelen bloede geëxecuteerd onder bevel van de Nederlandse territoriaal commandant kolonel Jan Kroese Meyer: ‘op de vlucht neergeschoten’ heette het. Ruim veertig jaar later, na 8 december 1982, zou op exact dezelfde plek door andere spelers opnieuw dezelfde leugen misbruikt worden, weer echo’de het: ‘op de vlucht neergeschoten’. Pas in juli 1946 kwam er een einde aan het verblijf in het kamp te Jodensavanne. Een Amerikaanse legerboot voer toevallig langs en de passagiers waren verbijsterd: ‘the war is over fellows, you must be free’ riepen de Amerikanen. Op 15 juli 1946 werden de 138 overgebleven mannen naar Nederland gebracht, waar zij hun geschonden vrijheid met moeite heroverden.

Van den Brands boek leest prettig, hij heeft gekozen voor de vorm van de journalistieke vertelling. Hij geeft aan het einde van het boek aan dat het vastleggen van ‘de waarheid’ niet altijd even makkelijk is. Veel bronnen spreken elkaar tegen, gezichtspunten verschillen, veel getuigen leven niet meer, soms is materiaal verloren gegaan. De schrijver lijkt daarin toch heel goed een weg in gevonden te hebben. De opbouw van het boek vond ik niet helemaal logisch, soms wat sprongen in de tijd (of stijl) die naar mijn mening anders hadden gemogen, wat ‘organischer’. Een ander, heel klein, minpuntje vond ik het wat overdadig ironie-gebruik. Dat deed voor mij afbreuk aan het verhaal dat in alle soberheid geen enkel franje of commentaar behoeft om zeer diepe indruk te maken. Anderzijds is het zo een onvoorstelbare geschiedenis en raakt het essentiële aspecten van menselijkheid, zaken als lijden, schuld en macht & machteloosheid, dat je die ontzetting van tijd tot tijd wel moet ontladen. Het is vooral bijzonder en ook navolgenswaardig dat iemand zo een enkele bladzijde uit het hele dikke boekwerk der geschiedenis zo diepgaand uitgeplozen heeft en daarmee ook recht heeft gedaan aan de betrokkenen.

De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946, Twan van den Brand. Amsterdam, Balans, 2006.

Marieke Visser

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer