13 november 2006

Thea Doelwijt

‘Suriname blijft mijn inspiratie’
'Ik weet écht niet meer wat ik allemaal gedaan heb!’ Thea Doelwijt is een Surinaamse schrijfster/theatermaakster die haar sporen meer dan verdiend heeft, zowel in de literatuur als in de theaterwereld. Tegenwoordig geniet ze grote bekendheid vanwege de jeugdboeken die de laatste jaren verschenen: O sekoer! Help! en Stop je hoofd niet in een spinnenweb. In Suriname is het vooral haar theater- en cabaretwerk, waar mensen haar naam mee associëren. Met name de vele theaterproducties van het Doe-theater roepen warme herinneringen op. Populaire bloemlezingen die Doelwijt in de jaren zeventig samenstelde worden vandaag de dag nog steeds gebruikt: Kri! Kra! Proza van Suriname (1972), Geen geraas of getier (1974) en Rebirth in Words (1981).
 Theadora Christina Doelwijt (Den Helder, 3 december 1938) is de dochter van een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader. Ze ging in 1961 naar Suriname waar ze werkte als journalist, onder meer voor het dagblad Suriname. Zij was redactielid van het literair tijdschrift Moetete (1968-1969). Doelwijt schreef voor volwassenen twee boeken die nog altijd geliefd zijn bij de Surinaamse lezers: de novelle Wajono (1969) en de thriller Toen Mathilde niet wilde … (1972). Het eerste boek beschrijft de problematische ontmoeting tussen de stille wereld van het ongerepte binnenland en de chaotische wereld van de drukke stad. Eerder werd Wajono op de website van Literair Nederland als Boek van de week besproken door Mireille Pinas. Ook schreef Doelwijt in de jaren zeventig en tachtig een groot aantal toneelstukken, musicals en cabaretteksten, vooral voor het Doe-theater, onder meer Land te koop (1973). Ook in de afgelopen jaren was Thea betrokken bij theaterproducties, zoals Na Gowtu Du en Na Diamanti Du.
Sinds december 1983 woont Thea in Amsterdam. Ze keert echter regelmatig terug naar Suriname. ‘Ik schrijf altijd weer over Suriname. Ik heb nooit voor Nederland gekozen. Nooit over, noch voor Nederland geschreven. Suriname blijft mijn inspiratie.’
Thea Doelwijt is niet vast te pinnen op één bezigheid. ‘Zo werkte ze mee aan een project van Berith Danse. ‘Het heet Het slavernijmoment, een soort woordspeling naar aanleiding van het ‘Slavernijmonument’. Berith Danse wilde iets met het thema slavernij doen, ze had ook contacten met Afrikaanse dansers. Ik heb iets geschreven over Misi Bethania, geïnspireerd door mijn grootmoeder.’ Samen met Norine Baarn, Irene Baarn en nog een aantal andere vrouwen maakte Thea een stuk dat opgevoerd werd in Amsterdam. Later is het herhaald in Zeeland, met Zeeuwse Surinamers als acteurs. Berith Danse zou het stuk graag naar Suriname brengen. De speellocatie is een belangrijk onderdeel van de voorstelling, het stuk speelt zich af op verschillende.
In 1974 ontving Thea Doelwijt de Gouverneur Currieprijs. In 1989 kreeg zij een Award voor haar verdiensten voor de Surinaamse cultuur. Sinds 1998 is ze lid van de Maatschappij der Nederlands Letterkunde.
Marieke Visser

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer