Cándani – talent, ambitie en verhaalstof

door Sen Nandoe

Het eerste dat ik van Cándani heb gelezen – ik was toen een 15-jarige puber met weinig affiniteit voor literatuur – is Relaas voor S., een verhaal uit de verhalenbundel Sirito, samengesteld door Michiel van Kempen en Jan Bongers. Dat verhaal is me bijgebleven omdat er zoveel droefheid in zat, zoveel melancholie, dat ik me toen al afvroeg wie de persoon is die zich verschuilt achter het pseudoniem Cándani.Nu weet ik dat zij Ashakoemarie Radjkoemar heet en dat Relaas voor S sterk autobiografisch is. Zij werd geboren op 8 maart 1965 in het district Suriname en heeft gedurende niet al te lange tijd literatuurwetenschappen gestudeerd aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs. In 1990 debuteerde zij met Ghungru tut gail/ De rinkelband is gebroken, een bundel waarin duidelijk werd dat Cándani bezig was af te rekenen met geesten uit het verleden. Een verleden dat zich kenmerkt door verdriet, eenzaamheid en vooral de zoektocht naar een eigen ik.

‘Weggegooid in deze ruimte
tastend naar een leven om te leven
als stond er een ruit tussenin
welfde ik in de jaren
de jaren welfden in mij
ademen moest ik bij iedere ademstoot
om niet te ontbreken in mijn eigen lichaam
waarheen het leven ging
ging ik trouw mee
Soms me verslapend vertrok mijn schaduw
en ik ging achter de schaduw aan
Zo verging de cyclus van het leven
en ik vergat te leven.’

Met haar debuutbundel zette Cándani de toon aan voor haar verdere werk. Vanwaar je dacht te vertrekken sta je geplant, uitgekomen in 1993 en Zal ik terugkeren als je bruid(1999) hebben als belangrijkste motieven heimwee en eenzaamheid. Met Een zoetwaterlied (2000) geeft zij een andere dimensie aan het leven van de Hindostaanse immigrant die zich gevestigd heeft in het rijstdistrict Nickerie. In 2001 verschijnt haar debuutroman Oude onbekenden en in 2002 de bundel Ghar ghar ke khel/ Het spel van huisje huisje en de roman Huis van as.

Hella Haase zei dat Cándani het talent, de ambitie én de verhaalstof heeft om een van de groten van de Surinaamse literatuur te worden. Ik denk dat Cándani nog iets heeft dat haar als opmerkelijk typeert: ze is genuine. Haar poëzie, dat voor een groot deel in het Sarnami is geschreven, is ook herkenbaar, en dan niet alleen voor vrouwen uit de Hindostaanse samenleving, maar voor een ieder die weet wat het is om verdriet te hebben. Pijn en verdriet zijn universele gevoelens die iedereen herkent als je die tegenkomt, maar Cándani verbeeldt ze op zo’n bijzondere manier dat je dat gevoel niet alleen herkent, maar ook daadwerkelijk voelt.

Geraadpleegde literatuur: Spiegel van de Surinaamse poëzie. Samengesteld door Michiel van Kempen. Amsterdam: Meulenhoff, 1995.


Sen Nandoe studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur.

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer