Eugène Rellum

Negerschap – mijn vlag, mijn vuist, mijn zon

Eugène Willem Eduard Rellum is op 10 februari 1896 in Paramaribo geboren. Hij was landmeter en heeft eerst in Indonesië gewerkt en daarna in Suriname. Lange tijd daarna werkte hij als dansleraar in Nederland. Daar is hij op 29 juli 1989 gestorven. Rellum behoort tot de zestigers. Deze groep dichters had als hoofdthema de vraag naar de Surinaamse identiteit, naar het eigene van Suriname en de Surinamers. Ook Rellums oeuvre is er een van nationalisme, maar hij geeft er een extra dimensie aan door heel nadrukkelijk aandacht te schenken aan de Surinaamse mens. Hij is dan ook erg trots op het neger-zijn en dat komt duidelijk tot uiting in zijn werk. Daarmee komt de verwantschap tot uiting met andere dichters uit de Négritude-beweging die sterk vertegenwoordigd is in het Caribisch gebied.

In Wikipedia staat ober Négritude het volgende geschreven: ‘Kort samengevat wordt met Négritude de broederschap van alle Afrikanen bedoeld, of deze nu in Afrika verbleven of in de diaspora. Ook wordt met Négritude bedoeld dat zwarte Afrikanen (en hun afstammelingen buiten Afrika) trots moeten zijn op hun huidsdkleur en cultuur. Toch vinden de meeste aanhangers van de Négritude-leer wel dat bepaalde aspecten van de Europese en Noord-Amerikaanse cultuur en vooral van de wetenschap moeten worden overgenomen. Nog een ander belangrijk concept van Négritude is de assimilatie. Volgens Senghor, Césaire en Damas moeten Afrikanen in de diaspora zich aanpassen aan het gastland, zonder daarbij te ver te gaan en de eigen cultuur en indentiteit te vergeten. Négritude kan het best worden beschouwd als een filosofische leer.’

Negerschap

Negerschap
is als bloeiende vanille
hoog in de bomen van het bos;
in wijde omtrek
laat de geur niemand los,
hij dwingt een ieder
om naar hem omhoog te kijken;
mij wikkelt het
in geur’ge, warme dekens
mij smaakt het beter
dan ’t lekkerste gourmet-banket;
’t is mij een bron
van trots:
mijn vlag,
mijn vuist,
mijn zon.

Rellum debuteerde in 1960 met Moesoedé, de eerste in Suriname verschenen bundel in het Sranan. In 1961 verscheen Kren/Klim, in 1972 Oembra foe Sranan ( Schaduw van Suriname), Gedichten kwam in 1973 uit en in 1975 verscheen Faja lobi ( Vurige liefde). Met uitzondering van Oembra foe Sranan zijn de latere bundels zowel in het Nederlands als in het Sranan geschreven.

Geraadpleegde literatuur: 

  • Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda, De Geus, 2003.
  •  Spiegel van de Surinaamse poëzie. Samengesteld door Michiel van Kempen.Amsterdam: Meulenhoff, 1995.

Sen Nandoe

Sen Nandoe studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer