Peter Terrin

Koorddanser boven veenbrand

De Vlaamse auteur Peter Terrin (1968) heeft twee belangrijke eigenschappen die voor een schrijver van groot belang kunnen zijn: een morbide fantasie en een fijne penvoering. Zijn verhalen en romans beginnen met een klein gezelschap personages, en langzaam begint het te trekken, te zweten en te broeien tussen die mensen, met een fel uitslaande veenbrand als gevolg.Vaak is de hoofdpersoon iemand die met een ijzeren logica zijn eigen weg volgt. En die weg is niet de weg die de mensen om hem heen kunnen volgen.

Zo raakt de hoofdpersoon van Terrins beste roman, Blanco, compleet paranoïde na een carjacking en de moord op zijn vrouw. Hij is vastbesloten zijn zoontje te beschermen tegen de grote, gemene en onhygiënische buitenwereld, maar zijn methodes en redenaties nemen groteske en gevaarlijke vormen aan. De lezer volgt de gedachtegang van de hoofdpersoon op de voet, en wordt zeer sluw meegesleept in zijn denktrant. Je bent geneigd een eind met de hoofdpersoon mee te denken, je kan je wel vinden in zijn daden, omdat zijn motieven zuiver zijn. Maar naarmate de zaak uit de klauwen begint te lopen, moet de lezer zelf zijn grens trekken. Dat hij zijn zoontje elke dag naar school brengt, is prima te begrijpen. Dat hij camera’s in diens kamer ophangt om hem 24 uur per dag in de gaten te kunnen houden, dat gaat te ver. Heel langzaam neemt Terrin je mee naar de waanzin.

De roman Vrouwen en kinderen eerst gaat over een man die als tolk is toegevoegd aan een groep technici die ergens in een Oost-Europees aandoend land een grote machine moeten ontmantelen. Hij moet het contact met de lokale bevolking onderhouden en zorgen dat de technici ongestoord kunnen werken. Dat staat allemaal in zijn contract, dat hij beschouwt als zijn leidraad. Hij vat zijn taak uiterst serieus op, maar gaandeweg het boek merk je dat hij volslagen incompetent is. Hij ligt de hele dag te slapen aan het bureau van de fabrieksdirecteur, slaagt er niet in een fatsoenlijke lunch te regelen en de technici blijken zelf heel goed het contact met de bevolking te kunnen onderhouden. Met een werkelijk uit kwikzilver opgebouwde logica weet de hoofdpersoon alles voor zichzelf goed te kletsen, en hij is keer op keer oprecht verbaasd dat er iets anders loopt dan hij bedacht had. Het loop uiteindelijk natuurlijk verkeerd af, maar als lezer kom je niet te weten of er sprake is van een bewuste misdaad van de technici of een ‘foutje’, omdat je in het hoofd van de hoofdpersoon zit en die weet het simpelweg ook niet.

Dat de fascinerende techniek van Terrin. Hij kan de lezer klemzetten in het hoofd van iemand die (waarschijnlijk) heel anders denkt dan de lezer. Dat is natuurlijk gevaarlijk spel, want als de auteur geen opperste controle heeft over zijn personages, gooit de lezer het boek terzijde met een binnensmonds gemompeld ‘ongeloofwaardig gelul.’ Terrin beheerst die kunst perfect. Hij schrijft als een koorddanser. Ook in zijn verhalen blijkt hij in zeer korte tijd een geloofwaardige gek neer te kunnen zetten en moet de lezer zich schrap zetten om niet mee te gaan met de gedachtegang van een man die bij de grachtenreiniging werkt en de moeite niet doet om langer dan een seconde te zoeken als zijn collega overboord valt en verdrinkt.

Ik merkte bij mezelf dat ik me regelmatig moest herpakken: even krachtig het hoofd schudden en kritisch blijven, want anders zou ik rustig instemmend knikkend meegesleept worden in dubieuze kronkels en regelrechte misdaden goedpraten.

In zekere zin zou je kunnen verdedigen dat Terrin een trucje uithaalt. Daar kan je tegenin brengen dat hij dat trucje wel meesterlijk beheerst. Elke roman, en bijna elk verhaal weet je zo genadeloos bij de lurven te grijpen, dat je je los moet scheuren van de tekst. De Nederlandse auteur Ton Rozeman schrijft ook zulke verhalen, kleine portretten van ontsporende mensen, maar hij slaagt er nooit in de finesse en de bijna perverse subtiliteit van Peter Terrin te evenaren.

Bibliografie:

De code, L.J. Veen 1998
Kras, L.J. Veen 2001
Blanco, De Arbeiderspers 2003
Vrouwen en kinderen eerst. De ontmanteling van AT-289, De Arbeiderspers 2004
De bijeneters. 7 variaties, De Arbeiderspers 2006

Foto auteur: Stephen Vanfleteren

Meer besprekingen van Peter Terrin op Literair Nederland:
Boek van de Week: Blanco
Boek van de Week: Vrouwen en kinderen eerst

Patrick Bassant ? Literair Vlaanderen

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer