Sándor Márai

Sándor Márai was tot voor kort een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd. Daar kwam pas verandering toen het boek Gloed in 1998 in het Italiaans vertaald werd en door de critici daar geprezen werd. Frankrijk had al eerder drie titels vertaald. In 1999 was Hongarije het ‘Schwerpunkt’ op de Frankfurter Buchmesse en opeens begon het boek te lopen. Na een lovende bespreking van de invloedrijke Duitse criticus Marcel Reich-Ranicki op de televisie werd de roman een bestseller.
Ook in Nederland werd Gloed een bestseller. Binnen anderhalf jaar verschenen maar liefst 11 drukken. Uitgeverij De Wereldbibliotheek heeft inmiddels ook andere romans van Márai laten vertalen waaronder De erfenis van Eszter. In dat boek zijn opmerkelijk veel paralellen te vinden met Gloed. Ook hierin is sprake van een ontmoeting na vele jaren, ook hier is passie in het spel (tussen man en vrouw) en is er een andere vrouw bij betrokken. En ook hierin vindt je een vertrouwenwekkende oudere figuur die bij de familie hoort, zoals Nini in Gloed.
Gloed was al eerder in het Nederlands vertaald. In 1942 verscheen De kaarsen branden op (de letterlijke vertaling). Tussen 1930 en 1952 werden zes titels vertaald. Erg succesvol waren de boeken niet.
Sándor Márai heeft het huidige succes niet kunnen meemaken; hij pleegde zelfmoord in 1989.

De op 11 april 1900 geboren Márai komt uit een burgerlijk, katholiek gezin. Zijn vader was advocaat in het Hongaarse stadje Kassa (nu Kosice in Slowakije). De familie van zijn vader komt oorspronkelijk uit Saksen. Als hij achttien is en Kassa wordt ingelijf bij Tsjecho-Slowakije vertrekt Márai naar de Weimarrepubliek om zich te bekwamen in de journalistiek. Via Leipzig, Berlijn en Frankfurt vestigt hij zich in 1923 samen met zijn vrouw Ilona (Lola) in Parijs waar hij artikelen levert voor de Frankfurter Zeitung.
In 1928 gaat hij terug naar Boedapest. Met het autobiografische Bekentenissen van een burger krijgt hij enig succes. Het fascistische regime dat in de Tweede Wereldoorlog de dienst uit maakt in zijn vaderland laat hem vrijwel ongemoeid. Met de Duitse bezetting van Hongarije in 1944 duikt hij alsnog onder (zijn vrouw is joods). De bevrijding en daarna de overheersing van de Russen maakt hem sceptisch. In 1948 vlucht hij via Zwitserland, Italië en Canada naar de Verenigde Staten. In 1957 wordt hij Amerikaans staatsburger. Hij bleef in ballingschap in het Hongaars schrijven, maar succesvol was hij niet. Als zijn vrouw aan keelkanker is overleden wordt hij pessimistischer en somberder. Hij koopt een pistool. Als in de jaren daarna ook zijn aangenomen zoon overlijdt, heeft hij genoeg van het leven. Op 22 februari 1989 zet hij het pistool tegen zijn hoofd.

Vertaald in het Nederlands
– De gravin van Parma
– De opstandigen
– Land, land!…
– Gloed
– De erfenis van Eszter

Onlangs verscheen een fotobiografie over hem:
Ernõ Zeltner Sándor Márai – Een leven in beelden

CP

Recent

19 september 2018

Omdenken in optima forma

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer