15 mei 2006

Paul Claes

Paul Claes als schrijver van de week? Dat is toch een overschatting van dit plekje op de site. Het werk van deze Vlaamse alleskunner is zo veelomvattend en zo complex dat het volstrekt onmogelijk is hem recht te doen met een behapbaar tekstje. Als we zijn wetenschappelijke werk (zoals een dissertatie over Hugo Claus) achterwege laten, blijven we nog zitten met de vertaler, de dichter, de essayist en de romancier.

Als vertaler werkt hij alle kanten op. Hij vertaalde diverse auteurs naar het Nederlands, zoals James Joyce, Stéphane Mallarmé, Ezra Pound, Sappho en Arthur Rimbaud. In 1996 kreeg hij daarvoor de  Martinus Nijhoffprijs. Ook vertaalt hij Nederlandstalige gedichten in andere talen, met als mooiste voorbeeld zijn debuutbundel De Zonen van de Zon, waarin hij één sonnet van zichzelf vertaalt in het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Grieks en Latijn.

In zijn essays weet hij zijn beide specialismen, de klassieke en de moderne literatuur, erudiet samen te brengen. De Gulden Tak uit 2000 is het beste voorbeeld hiervan, met mooie essays over Rilke, Faverey, H.C. ten Berge en Hugo Claus. Zijn poëzie zou je uitgebeend en op klassieke leest geschoeid kunnen noemen, maar ook complex , of, zoals criticus Guus Middag vond, ‘erudiete rederijkerij.’ Het is maar hoeveel moeite je wilt steken in het lezen. 

Mijn excuses voor het pijnlijke gemak waarmee ik vier van de vijf ambachten van Claes van zijn bibliografische palmares afsnijd. Dan nu verder met zijn romans.

 

Zelf zegt Claes naar aanleiding van zijn debuut het volgende:

‘Mijn werk wordt een geschiedenis van de topoi, de figuren die samen een wereldbeeld vormen. Die topoi zijn niet alleen citaten en beelden, maar ook situaties, karakters, levenswijzen, manieren om de werkelijkheid te zien. Elke stijl is een ideologie, een wereld. … Alleen wie de clichés kent, kan vernieuwen. Rewriting, pastiche, vertaling, commentaar. De ultieme boodschap: de waanzin, de waan van de zin.’ (Het hart van de schorpioen p. 156)

Dit gaat prima op voor zijn gehele oeuvre. Claes schrijft min of meer historische romans, De Sater, de eerste, speelt zich af in de Oudheid en de laatste in het heden. ‘min of meer historische romans’, noemde ik ze, want Claes’ werelden bestaan eerder uit taal, literatuur en citaten dan uit betrouwbare inkijkjes in vroeger tijden en zeden. En zijn roman over het heden, Lily, gaat óók over Lilith, de eerste vrouw van Adam.

 

De Sater speelt met diverse uit de Oudheid bekende literaire werken, en vertelt het grappige, spannende verhaal van de verbannen Endymion en zijn tocht door Klein-Azië. Het is een de verbeelding aanzwengelende mengeling van love story, schelmenroman en initiatieverhaal.

 

De Zoon van de Panter morrelt aan de christelijke traditie: het vertelt het apocriefe verhaal van het Evangelie van de Twaalf, de twaalf verschillende levensbeschrijvingen die Jezus’ apostelen van zijn leven geven.

 

De Phoenix speelt zich eind vijftiende eeuw, tijdens de Renaissance, af. Hoofdpersoon is de filosoof/jurist/volbloed-Renaissance-man Pico della Mirandola. Claes vertelt zijn levensverhaal alsof het een detectiveverhaal is. Een originele kijk op historische feiten, doorspekt met verwijzingen naar schilderkunst.

 

De Kameleon neemt ons mee naar de Verlichting, toen Charles d’Éon, als diplomaat, travestiet en spion door de pruikentijd reisde, tussen de verstarring van de achttiende eeuw en het doorbreken daarvan door de Franse Revolutie. Hetzelfde era dat door Thomas Rosenboom in zijn meesterwerk Gewassen vlees (1994) al zo levendig opgeroepen werd.

 

Sfinx leidt ons door het Wenen in het vorige fin-de-sciècle, naar de ondergang van een aristocratische familie.

 

Lily speelt zich af in het heden, en is een grappige pastiche op sentimentele damesromannetjes, dankzij de met afstand beschreven vreselijkheden die het arme kind in kwestie allemaal ondergaat. Tegelijk is er de bovengenoemde parallel met Lilith, de eerste vrouw van Adam die het waagde om tegen God in opstand te komen. Zij is de verpersoonlijking van alle kwaad, volgens de een, of juist de eerste feminist die zich door niemand knechten laat.

 

Het hart van de Schorpioen is een quasi-autobiografische roman. Het is te beschouwen als een uitwerking van zijn glimpen, een soort dagboekaantekeningen waarin hij de wereld om zich heen opschrijft. Die wereld is onvermijdelijk voor een groot deel gevuld met literatuur, waardoor je een inkijkje krijgt in Claes dagelijks lezen, meer dan zijn leven. Hij moppert op de domheid om hem heen, noteert spitsvondige opmerkingen en geeft inzichten in zijn eigen werk die voor minder belezen lezers (en dat zijn we waarschijnlijk allemaal) bijdragen tot een beter begrip van de boeken.

 

Claes werkt aan een oeuvre dat de hele geschiedenis van Europa lijkt te gaan beslaan. Als lezer dien je de moeite af en toe te doen om je door de verknoopte pastiches, verwijzingen en historische feiten heen te werken, maar een zeer zware belasting is dat zeker niet. Claes’ boeken zijn altijd vrolijk en bijna luchtig geschreven, waardoor je met volle teugen geniet van zijn betoverende werelden van literatuur en spel. Al de rest is mooi meegenomen.

 

 

Proza van Paul Claes, alles verschenen bij De Bezige Bij:

 

Het laatste boek (1994, verhalen)

De Sater (1994, roman)

De Zoon van de Panter (1996, roman)

De Phoenix (1999, roman)

De Kameleon (2001, roman)

Het hart van de Schorpioen (2002, roman)

De Lezer (2002, verzamelde romans)

Lily (2003, roman)

Sfinx (2004, roman)

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer