Robin Ewald Raveles 1935 -1983, pseudoniem R. Dobru

Door Sen Nandoe

Robin Ewald Raveles werd op 29 maart 1935 te Paramaribo geboren. Tijdens zijn rechtenstudie raakte hij steeds meer geïnteresseerd in de nationalistische ideologie van Eddy Bruma en Wie Eegie Sani, een cultureel-nationalistische beweging die streefde naar een eigen natie met een eigen cultuur en die zich vooral beijverde voor de erkenning van het Sranan. Hij was medeoprichter van de Partij van de Nationalistische Republiek (PNR). Van 1973-1977 was Raveles namens de PNR lid van de Staten van Suriname. Na de coup van 1980 werd hij onderminister van Cultuur. Vervolgens werkte hij voor de Nationale Voorlichtingsdienst als lid van de ‘raad van toezicht’ die het functioneren van de pers controleerde. Hij overleed in Paramaribo op 17 november 1983.

In 1965 debuteerde R. Dobru met Matapi, een bundel gedichten die overwegend in het Sranan geschreven waren. R. Dobru betekent: dubbele R, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam. Hij was één van de eerste schrijvers die de orale traditie van het Sranan doorbrak. Vreemd genoeg werd hij niet opgenomen in de Winkler Prins van de Nederlandse Letterkunde (1986).

In Matapi staat zijn meest bekende gedicht: ‘Wan’, over één boom met zovele bladeren, waarbij het geen toeval is dat Pim de la Parra’s bekende speelfilm Wan Pipel heet, en ook in de echo van Bob Marley’s ‘One love’ de eenheidsgedachte weerklinkt die kenmerkend is voor ‘Wan’. Een indrukwekkende reeks publicaties volgde na Matapi; gemiddeld één per jaar. Van meet af aan was het duidelijk dat Dobru een doel voor ogen had: politieke bewustwording kweken bij het volk. Dit probeerde hij vooral te bereiken door zijn sociaal-bewogen gedichten waarin sociale misstanden aan de kaak werden gesteld.

Armoe
De hond gaat tekeer
Het hert is dood
Het geweer is afgegaan
Waarom ben je bang
Er is vlees.
waarom huil je
Het geweer liegt niet
Het hert is dood
Waarom ben je bang.

(Nederlands)

Pina

Dagu krasi
Diya dede
Gon piki
San y’ e frede
Meti de.
San y’ e krei
Gon n’ e ley
Diya dede
San y’ e frede.

(Sranan)

De betrokkenheid die Dobru in dit gedicht toont, is kenmerkend voor de rest van zijn werk. Hij noemde zichzelf een revolutionair-nationalist en was dus een grote voorstaander van de onafhankelijkheid en later van de revolutie. Ook deze idealen zijn duidelijk te proeven in zijn werk, maar literatuur was voor Dobru een middel, nooit het doel. Daarom heeft zijn werk soms een wat boodschapperige toon, maar dat wat Dobru wilde bereiken, namelijk het volk bewust maken, heeft hij zeker bereikt. Vandaag de dag denkt iedereen aan Dobru als een grote nationalist, iemand die zich met hart en nieren heeft ingezet voor de identiteitsvorming van de Surinamer.

Werk:
Matapi (1965), Afoe Sensi (1966), Bos mi esesi I en II (1967), Wasoema (1967), Koenoe (1968), De plee (1968), Oema soso (1968), Na prasi foe Bigi Dorsi (toneel) 1969, Wan monki fri (1969), Bar poeroe (1970), Dertien galgen (1973), Boodschappen uit de zon (1982).

Geraadpleegde literatuur: Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. De Geus, Breda, 2003.


Sen Nandoe studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij schrijft op deze website over Surinaamse literatuur.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

09 augustus 2010

Recensie door: Marjolein Paalvast
Recensie door Marjolein Paalvast

Het verleden wordt door mensenhanden gemaakt. Het is een sociale reconstructie, gebaseerd op gebeurtenissen die we belangrijk genoeg vinden om te onthouden. De Tweede Wereldoorlog is zo’n gebeurtenis. Over deze ontluisterende periode uit de westerse geschiedenis zijn al ontelbare verhalen geschreven, herinneringen genoteerd. Een hemel zonder vogels, waarin Esther Göbel het levensverhaal van de joodse Janny Moffie-Bolle uit Amsterdam optekent, vormt op dit corpus van verhalen een waardevolle aanvulling die je ? opnieuw ? met kippenvel en een gevoel van verbijstering achterlaat.

Lees meer