L.H. Wiener

Een stilist met een verhaal

Er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de stijl, er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de toon en er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de inhoud van hun boeken. In sommige gevallen geldt die bewondering al deze aspecten. Bij Nestor van L.H. Wiener kun je alleen maar verwonderd toekijken. Hij mengt autobiografie en fictie door elkaar, treedt als schrijver naar voren in de roman, maar creëert ook een schrijvend alter-ego Van Gigh, zodat je altijd op je hoede moet blijven als lezer.
De roman is meerlagig. Het begin is verhalend. Een (autobiografisch, maar dat is lastig vast te stellen in deze roman) verhaal over de jeugd van Ezra Berger die een uil vangt. Na enkele bladzijden wordt die prachtige openingsscène ruw verstoord door andere verhaallijnen, onder meer door brieven aan Xandra Schutte, toen nog werkzaam bij Vrij Nederland. De auteur wisselt plotseling van toon en dat is een fascinerende leeservaring. De roman kreeg terecht de F. Bordewijk-prijs. Uit het juryrapport: "De schrijver L.H. Wiener treedt ook op in Nestor, namelijk als de verteller die over Van Gigch schrijft. Zo zijn er dus drie figuren: Wiener schrijft over Van Gigch, die op zijn beurt over Ezra schrijft. Er zit dan ook veel diepgang in deze roman. Ontroerende passages worden afgewisseld met bijtend cynisme, verhalen worden gelardeerd met brieven en essays. Een uiterst verzorgde vorm en stijl gaan hier hand in hand met een doorleefd verhaal, en dat beantwoordt aan het credo van Van Gigch: ‘Het enige waar het in de literatuur om gaat is de stijl en de authenticiteit.' Wat er stáát is waar, althans als het er goed staat, en níét waar als het er slecht staat.’ Volgens de jury van de Jan Campert-stichting is alles wat er in dit boek staat wáár, omdat het dankzij de stijl de indruk geeft van een volkomen authenticiteit."
Twee weken geleden verscheen het vervolg op de prijswinnende roman, De verering van Quirina T. Afgaande op de eerste recensies is het wederom een prachtig boek.
Het succes is L.H. Wiener niet echt komen aanwaaien, want meer dan dertig jaar gold hij als een 'Geheimtip' voor de echte kenners van literatuur. Dat is mooi, maar een schrijver wil vooral gelezen worden. Je moet over een ongelooflijk doorzetingsvermopgen beschikken om door te blijven gaan terwijl de verkoopcijfers toch enigszins tegenvallen. Wiener had een vaste schare fans, die zijn verhalen altijd kocht, maar de doorbraak naar het grote publiek kwam pas met Nestor.
Wie begint met die roman en dan terugwaarts leest in het oeuvre van Wiener, en dat is goed mogelijk nu zijn verhalen herdrukt zijn, ontdekt bovendien iets extra's: veel verhalen verwijzen naar elkaar. Elementen in het ene verhaal duiken weer op in een ander. Zelfs personages, al dan niet uit het echte leven, komen terug. Dat maakt de ontdekkingsreis door het gehele werk, ook als die in a-chronologische volgorde gebeurd tot een literair spannend avontuur.

Seizoenarbeid (1967)
Zwarte vrijdag (1967)
Duivels jagen (1968)
Man met ervaring (1973)
Bomen die te mooi zijn moeten worden omgezaagd (1980)
Misantropie voor gevorderden (1983)
Naamloze meisjes (1984)
Wegens mensenkennis gesloten (1988)
Misantropenjaren (1990)
De langste adem (1993)
Ochtendwandeling (1996)
Niet aaien (1997)
Allemaal licht en warmte (1999)
Nestor (2003) (F. Bordewijk-prijs)
Een handdruk en een vuist (2003)
De verhalen 1 (2003)
De verhalen 2 (2004)
De verering van Quirina T. (2006)
Sites:

Veel optredens voor de VPRO-radio vind je hier
Het complete juryrapport van de Bordewijk-prijs alsmede het dankwoord van Wiener vind je hier

CP

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.