3 april 2006

Hafid Bouazza

Hafid Bouazza wordt op 8 maart 1970 geboren in Marokko en groeit op in Oujda. In oktober 1977 verhuist zijn gezin naar Nederland, naar het Zuid-Hollandse Arkel, waar zijn vader in een staalfabriek werkt. Op zijn zeventiende vertrekt Bouazza naar Amsterdam. Hij studeert er Arabische taal- en letterkunde. In juni 1995 debuteert hij met het korte verhaal ‘De voeten van Abdullah’ in een bundel van uitgeverij Arena: De Daad. Een klein jaar later, mei 1996, verschijnt zijn verhalenbundel De voeten van Abdullah.

De voeten van Abdullah wordt genomineerd voor de NPS-Cultuurprijs, de ECI-prijs voor schrijvers van Nu, de Vlaamse Groene waterman Prijs en een Gouden Uil. Wat deze prijzen betreft, blijft het bij nominatie, maar Bouazza sleept wél de E. du Perronprijs 1997 in de wacht. En zijn debuutbundel behoudt maandenlang een plaats in de top 10 van bestverkochte boeken. De voeten van Abdullah speelt zich vooral af in een oude Arabische plattelandsgemeenschap, bevolkt door djinns en geteisterd door geheimzinnige sterfgevallen, vliegenzwermen en tenslotte een verwoestende vuurzee. Ook in seksueel opzicht is het een broeierige samenleving, waarin plaats is voor misbruik, incest en bestialiteit.

In zijn tweede boek, de novelle Momo, toont Hafid Bouazza wederom zijn grote taalgevoeligheid, waarnemingvermogen en stilistisch kunnen. Het wachten is, zo menen meerdere critici vervolgens, op een groter prozawerk. Dat verschijnt in 2001, in de vorm van de extreem barokke roman Salomon. Dit boek wordt wisselend ontvangen: het is een bevestiging van Bouazza’s meesterschap volgens de één, en een onsamenhangende beeld- en taalontsporing volgens de ander. Beide meningen komen mooi samen in een recensie van Thomas Blondeau. Twee jaar later verschijnt de roman waar Bouazza écht mee doorbreekt: Paravion en datzelfde jaar ontvangt hij de Amsterdamprijs voor de kunsten, voor zjin gehele oeuvre. Een jaar later wordt Paravion bekroond met de Gouden Uil.

Bouazza besteedt niet ál zijn tijd aan het schrijven van proza, maar wijdt zich ook aan toneelwerk en het samenstellen van poëziebloemlezingen. Tel daar nog het essay bij op dat hij schreef voor de boekenweek van 2001, de bundel over klassieke muziek geschreven voor de boekenweek van dit jaar en we komen tot de volgende bibliografie:

De voeten van Abdullah (verhalen, Arena 1996)
Momo (novelle, Prometheus 1998)
Apollien (toneelstuk, Prometheus 1998)
Schoon in elk oog is wat het bemint: De mooiste klassieke Arabische liefdesgedichten (bloemlezing, Bert Bakker 2000)
Beer in bontjas (boekenweekessay, CPNB 2001)
De slachting in Parijs (bewerking van het toneelstuk van Christopher Marlowe, Prometheus 2001)
Salomon (roman, Prometheus 2001)
Rond voor rond of als een pikhouweel (bloemlezing, Prometheus 2002)
Othello (bewerking van het toneelstuk van William Shakespeare, Prometheus 2003)
Het monster met de twee ruggen (operatekst, met muziek van David Dramm, 2003)
Paravion (roman, Prometheus, 2003)
Het temmen van de feeks (bewerking van het toneelstuk van William Shakespeare, Prometheus, 2005)
Schoon in elk oog is wat het bemint : Arabische liefdesgedichten (bloemlezing, Prometheus, 2005)
De zon kussen op dit nachtuur (bloemlezing van de poezie van ibn al – Mu'tazz , Prometheus 2005)
De vierde gongslag (Schrijvers en klassieke muziek, 521, 2005)

Ook schreef Bouazza de inleiding voor De geur van ieder najaar, een bloemlezing herfstgedichten die verscheen bij Uitgeverij 521. In september 2002 trad hij eenmalig op als samenstellend gastredacteur van het literaire tijdschrift Optima (jaargang 20, nummer 2).

 ‘Rond mijn vijftiende. Ik zocht het woord ‘vleer’ op in de Van Dale. Las: “Hoe, tegen den orkaan, op nauwbewogen vleer, de blanke stormmeeuw streeft.” Een regel van Geerten Gossaert. Dat vond ik zo'n prachtig beeld dat meteen naar de bibliotheek ben gehold om al zijn gedichten te lezen. Later, toen ik Arabisch ging studeren en schelmenverhalen begon te vertalen uit de tiende eeuw, ontdekte ik het WNT. Ontdekte woorden als ‘grimmelend’ licht, licht waarop stof dwarrelt. Of ‘morselen’: eten terwijl er kruimels van vallen.’

Voor het bovenstaande is gebruik gemaakt van de website van :
Mats Beek

Foto: Thom Hofmann


Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant