27 december 2004

Marjoleine de Vos

Geen ongeloof

Dat in haar iemand schuilen zou die anders
leven wou maar door haar geen kans geboden
kwijnt in een verdrukt bestaan. Een vrouw
die van geduld een tuin zou maken, dagelijks
en zonder haast haar hand toestond te doen
wat hij te doen maar vond, die rondging
en sereen het bloeien komen liet dat komen wou.
Zij zou niet ongeduldig dromen vullen
haar geest zou dieper zijn en meer verstaan
mystiek staarde haar aan uit roos en tulp
en aan de appelboom het leven zelf.
Ook zou ze soms de hovenier zien gaan,
raakte niet aan want wist wie hij kon zijn.
Geen ongeloof of veinzerij maar alles echt.

Bovenstaand gedicht is afkomstig uit Kat van sneeuw, de tweede bundel van Marjoleine de Vos. Het bevat iets van datgene wat in veel van haar gedichten aanwezig is, namelijk de strijd tussen rationalisme en geloof en het zoeken naar betekenis.

Zowel in Kat van Sneeuw als in haar eerste bundel Zeehond graag combineert De Vos aardse observaties met eeuwige vragen, vragen over leven, tijd en toekomst, zoals zij dat ook doet in haar beschouwingen en columns. De toon van haar gedichten is doorgaans licht en speels. Het zijn persoonlijke gedichten, die net niet sentimenteel worden. Ze spreken van het verlangen het pijnlijke onder ogen te zien en daarnaast oog te houden voor wat het leven de moeite waard maakt.

In Zeehond graag introduceerde De Vos haar alter ego mevrouw Despina, een vrouw die het liefst zeehond zou zijn en door het leven zou stuiteren, maar die soms ook triest is, omdat ze geen kinderen heeft. Despina moet uitgesproken worden met de klemtoon op de eerste lettergreep. “Ze is de vrouwelijke tegenhanger van Despotos, de vrouw des huizes, de koningin en dat beviel me wel. Ik dacht, dan heb je mevrouw Mevrouw, een prettig lege huls om iets in te doen. Ik wilde geen naam waar je meteen allerlei associaties bij hebt”, aldus De Vos in een interview met Remco Ekkers.

In Kat van sneeuw keert mevrouw Despina terug en hoewel alweer ouder nu stelt ze nog steeds dezelfde vragen: “Hoe moet ik leven, vraagt mevrouw D./weer eens en loopt het park in – feest.” Ook hebben oude zorgen plaats gemaakt voor nieuwe. Zo verlangt ze nu eens naar de bescheiden ouderdom van een roestige, ijzeren wimpel, dan weer ziet ze zichzelf als neushoorn: “Wil ze het kalf zijn, wil ze/bestaan en zwaar zijn als zij -/gehuld in dik leer kalm draven/naar struiken, al eeuwen bekend.”

In veel van De Vos’ gedichten klinkt haar liefde voor de oudheid en in het bijzonder voor Griekenland door, evenals die voor andere dichters zoals Kavafis, getuige haar in Kat van sneeuw opgenomen vertaling van één van zijn gedichten. Af en toe wekt De Vos’ vertoon van eruditie wrevel bij sommige critici, zoals wanneer zij het over lacrimae in plaats van tranen heeft. De meeste kritieken waren echter lovend van toon.

Marjoleine de Vos (1957, Oosterbeek) is Neerlandicus, dichter en als redacteur en columnist verbonden aan NRC Handelsblad. Voor dezelfde krant interviewde zij een reeks hedendaagse dichters. Zij publiceerde onder meer een kinderboek, een schoolboek over romananalyse en een bundel beschouwingen onder de titel Nu en altijd. In 2000 debuteerde zij als dichter met de bundel Zeehond graag. In 2003 verscheen haar tweede bundel Kat van sneeuw. De Vos maakt regelmatig deel uit van verschillende literaire jury’s. Zij is getrouwd met en woont samen met de dichter Tom van Deel.

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Lees meer