Patricia de Martelaere

Misschien is dat geluk: verlangen wat je al hebt, alsof je het nog niet had, met de hevigheid van het tekort en de vreugde van bezit tegelijk. (Uit: Verrassingen)

Patricia De Martelaere (België, 1957) studeerde wijsbegeerte in Leuven en promoveerde in 1984 op een proefschrift over het scepticisme van de Schotse filosoof David Hume. Momenteel is zij als hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Zij publiceerde tot nu toe twee romans en vier essyabundels over filosofische, literaire en psychologische onderwerpen. 2002 debuteerde zij als dichter met de bundel Niets dat zegt.
Met name haar essaybundels worden hoog aangeschreven. Minder bekend zijn haar romans, De staart, Littekens en De schilder en zijn model.
In haar essays en romans doet Patricia de Martelaere als schrijfster voortdurend pogingen te spreken waarover de filosoof volgens Wittgenstein moet zwijgen: wat doet de mens op de wereld, wat kan de dieperliggende betekenis zijn van het menselijk bestaan, hoe betrouwbaar is de vertrouwdheid die wij voelen voor de werkelijkheid, wat is liefde, dood, het niets etcetera. Een van haar grootste kwaliteiten is dat ze het op het oog alledaagse een draai weet mee te geven die je heel anders naar de werkelijkheid doet kijken. Clichés en clichématige denkbeelden haalt ze onderuit en emoties en opvattingen die we altijd voor zoete koek slikten, zet ze in een heel ander daglicht. Angst en overgave zijn belangrijke thema’s in haar werk (zie ook het citaat onderaan).
Gezien Wittgensteins opvatting dat uiteindelijk de poëzie geschikter is dan de filosofie om tegemoet te komen aan de behoefte van mensen aan een ruimere blik, is het niet verwonderlijk dat Patricia de Martelaere haar onderwerpen ook in gedichten aan de orde is gaan stellen. Haar poëzie is gecomprimeerd, stamelend, dreigend vaak ook. Ze schrijft gedichten waarin de taal tot in haar uiterste mogelijkheden benut wordt in een poging iets te zeggen over wat feitelijk onzegbaar is.

Hij doet het weer (zo kijken).
Ter plaatse, halverwege, naar hem
toe, hoe niet bewegen, stoel van
hout, houd dit begeren
tegen, flesje van ether, stop
erop of er
vervliegt.

Tussen de woorden kiert voortdurend het grote onbekende dat achter het ons vertrouwde ligt. Dat geldt niet alleen voor haar poëzie, maar ook voor haar essays en romans. De manier van kijken van De Martelaere verdiept het eigen denken.

Water is welwillend en onmeedogend: het steunt je vanzelf en van nature, maar enkel op voorwaarde dat je ophoudt steun te zoeken. De reden waarom mensen verdrinken, in korte tijd en in volmaakt rimpelloos water, is precies omdat ze niet ophouden onbeheerst te bewegen en te zoeken naar vaste grond onder hun voeten. Alleen een reddingsboei kan hen redden, omdat ze niet kunnen zonder houvast. Maar op lange termijn, en wanneer het erom gaat zelf te leren zwemmen, wordt een reddingsboei een obstakel: wie weigert hem los te laten zal zich nooit door het water kunnen laten dragen.

April is sinds enkele jaren de maand van de filosofie. Speciaal voor deze maand schreef Connie Palmen het essay Iets wat niet bloeden kan, in de boekhandel verkrijgbaar voor € 3,50.

Bron: http://www.poetry.nl/

Illustratieverantwoording: http://www.sijmen.nl/

DdH

Recent

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

25 februari 2008

Indrukwekkend verhaal

Door Bernadet

De overgave is na De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek de derde historische roman van Arthur Japin die een mengeling is van fictie en non-fictie. Het verhaal is gebaseerd op de geschiedenis van Cynthia Ann Parker (zij staat ook op de voorkant van het boek) Als kind groeide zij op bij de familie Parker die na een lange reis vol beproevingen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen in Texas.

Lees meer