30 augustus 2004

Albert Camus

Albert Camus wordt in 1913 geboren in een arm gezin uit Mondovi, een kuststadje in de franse kolonie Algerije. Als hij 1 jaar oud is, komt zijn vader om in de Eerste Wereldoorlog. Hij wordt grootgebracht door zijn ongeletterde moeder. Hoewel Camus’ moeder weinig affectief is, bewonderd Camus zijn leven lang haar heroïsche inzet voor haar gezin, ze is een blijvende inspiratiebron voor hem.

Het effect van de armoede waarin hij opgroeit, doet hem sympathiseren met de mensheid waar je bitterheid zou verwachten. Dit komt tot uitdrukking in zijn literaire werk en politiek activisme.

Louis German, één van zijn leraren en overtuigd van zijn intelligentie, helpt hem aan een beurs om te kunnen studeren aan een goede universiteit. Camus heeft grote waardering voor Germain en draagt zijn Nobelprijs, die hij in 1957 won, aan hem op.

Hij gaat in 1933 filosofie studeren aan de Universiteit van Algerije, en houdt het hoofd boven water door alles wat er maar te werken valt aan te nemen. Hij trouwt een jaar later met Simone Hié, een heroïneverslaafde die hij in 1936 verlaat en van wie hij 4 jaar later scheidt.

Hij wordt in 1936 lid van de Communistische Partij, organiseert culturele activiteiten en leidt de theatergroep van de partij. In 1937 breekt hij met de partij, maar blijft werken voor het theater omdat hij sympathiseert met het politiek theater voor de arbeidersklasse. In datzelfde jaar komt zijn eerste essaybundel uit; l’ Envers et l’endroit.

Omdat Camus niet in staat is zijn academische carrière voort te zetten, hij heeft gezondheidsproblemen, wordt hij journalist voor een linkse krant. Wanneer deze failliet gaat, vertrekt hij naar Parijs en vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar Lyon. Hij wordt verliefd op Francine Faure, waarmee hij in 1940 in het huwelijk treedt. Dankzij invloedrijke vrienden is hij in staat om l’ Etranger en De Mythe van Sisyphus uit te brengen bij Gallimard in 1942. Beide werken veroorzaken flinke commotie in intellectuele (humanistische) kringen vanwege de gelatenheid van de hoofdpersonen met hun eigen lot.

Na een door de oorlog gedwongen scheiding van Faure blijft Camus in Parijs. Hij gaat bij het Franse Verzet en wordt redacteur van Combat, een leidinggevende ondergrondse krant. Dit blijft hij tot het einde van de bezetting.

Hij blijft romans en toneelstukken schrijven, en ontmoet o.a. André Gide en Jean Paul Sartre. In 1944 wordt hij herenigd met zijn vrouw. Combat groeit uit tot de grootste politieke krant van naoorlogs Frankrijk. In 1947 vertrekt Camus, het hoogtepunt is geweest en zijn ontwikkelende politieke opvattingen doen hem steeds verder verwijderd raken van waar hij ooit geloof voor had. Hij wordt vader van een tweeling en zijn toneelstuk Caligula wordt een groot succes, maar met zijn linkse vrienden botert het steeds minder. Er is sprake van politieke meningsverschillen en in 1952 komt het tot dramatische en openlijke breuk met Sartre.

Camus is niet in staat een compromis te vinden tussen zijn politieke opvattingen, zijn afkomst en de wereld om hem heen. De burgeroorlog in Algerije doet Camus steeds verder afdwalen van zijn oorspronkelijke existentialistische opvattingen. Lange tijd blijft het stil. Hij is door die innerlijke (politieke) onrust en problemen met Faure vanwege zijn vele escapades niet in staat tot schrijven, maar keert uiteindelijk terug in het theater door Dostojevski en Faulkner te bewerken. Hij brengt dan ook een bundel met oude essays uit en keert kort terug in de journalistiek, waar hij voor het tijdschrift ‘l Express alsnog zijn gedachten laat gaan over de Algerijnse situatie. Faure heeft hem dan verlaten.

In 1956 publiceert hij De Val en in 1957 wordt hij bekroond met de Nobelprijs.

Terwijl hij werkt aan een autobiografisch werk over zijn jeugd in Algerije komt hij om het leven bij een auto-ongeluk. Ironisch, voor wie zich herinnerd dat het Camus was die zei dat hij zich geen zinlozere dood kon voorstellen dan op de manier waarop hij zelf zijn einde vond.

Bibliografie:

1937 Keer en Tegenkeer (verhalen)
1942 De Vreemdeling (roman)
1942 De Mythe van Sisyphus (essay)
1945 Caligula (theater)
1947 De Pest (roman)
1951 De Mens in Opstand (essays)
1956 De Val (roman)
1957 Koninkrijk en Ballingschap (verhalen)

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer