15 augustus 2005

Jeroen Olyslaegers

De in 1967 geboren Jeroen Olyslaegers is een waar mediabeest, cultuurvreter en actualiteitskenner. Naast auteur van proza is hij toneelschrijver, columnist op Internet en radio, multimediavoorstander en in het verleden was hij literair programmeur, redacteur van het tijdschrift AS- Andere Sinema en filmrecensent voor de Humo.

Maar laten wij ons voor deze site richten op zijn literair werk. In 1994 debuteerde hij met een korte roman getiteld ‘Navel. Theorema’ bij uitgeverij Kritak. De roman is geschreven in een flitsend idioom, met veel verwijzingen naar de beeldtaal van films en video, specifiek de Italiaanse film van Felini en Pasolini. De hoofdpersoon Gabriël wordt achtervolgd door een naar mannetje dat zijn leven over wil nemen. Gabriël heeft als student gespeeld in een remake van Pasolini’s passieverhaal, en de stalker tracht deze film opnieuw te maken, waarin hij de rol van Gabriël (als Jezus) wil perfectioneren. Daarnaast heeft hij al bijna alles gedaan om Gabriëls bestaan uit te wissen, of over te nemen, variërend van het vernoemen van zijn eigen zoon naar Gabriël tot het slikken van zijn zaad. Bij vlagen is het een erg leuk boek, en bij andere vlagen tamelijk vermoeiend omdat het woeste camerabewegingen in taal probeert te vatten en zo geheimzinnig associatief doet.

In 1996 verscheen de verhalenbundel ‘Il faut manger’ bij Houtekiet/de Prom. Als schrijver van korte verhalen is Olyslaegers op z’n best. De verhalen in deze bundel, maar net zo goed de verhalen die her en der op Internet te vinden zijn, gaan over jonge hippe mensen, ‘Zeitgeistjunkies’ die van housefeest naar theater hoppen, en zijn volgestopt met seks, drugs & rock ’n roll. Een groep gevaarlijke zombies die een warenhuis belegeren blijkt alleen te bestaan in het hoofd van de paddestoelenetende hoofdpersoon, die aan het eind van het verhaal gewoon van de bijna verlaten dansvloer van een illegaal feest wordt geveegd. Rare kunstenaars, mislukte soapsterren en ander niet al te optimistisch volk moppert en danst door de verhalen. En ondanks het realistische beeld dat Olyslaegers van de nihilistische jaren negentig oproept, krijg je als lezer toch niet het idee met een volkomen ‘lost generation’ van doen te hebben; bijna altijd gloort er een sprankje hoop uit de woorden en daden van deze Nixers. Je zou de neiging hebben Olyslaegers te vergelijken met enkele Nederlandse auteurs die er een hoop lol in hadden feestende leeghoofden te portretteren (Giphart, Van Erkelens, dat slag), maar dan zou je Olyslaegers tekort doen. Daar is hij als schrijver te slim en te goed voor.

Olyslaegers’ vooralsnog meest recente roman verscheen in 1999 bij Prometheus, en draagt de van Louis Paul Boon geleende titel ‘Open gelijk een mond.’ Zoals L.P. Boon trachtte met links engagement te vechten voor de onderdrukten, zo gebeurt dat heden ten dage niet meer. Maar bij Olyslaegers is wel degelijk een grote betrokkenheid bij de wereld buiten de schrijverskamer te merken. Het boek speelt zich af in de turbulente periode dat Marc Dutroux en zijn misdaden heel België in rep en roer brachten. Olyslaegers beschrijft een als dwaze koploze kippen rondrennend volk, dat o zo graag ‘iets’ wil doen met deze gebeurtenissen. Dat ‘iets’ kan het organiseren van een benefietfeest zijn, het maken van een theaterstuk, het oproepen tot stille marsen of het schrijven van een boek. Het boek is een zeer grappig verslag van een dolle samenleving die zijn angsten van zich af wil werpen, maar daar keer op keer in faalt. Onderzoeksjournalisten zijn corrupte klootzakken en de mannen die het hardst om reinheid roepen, hebben de stront nog niet achter hun oren gewassen. En aan de andere kant is het ook een schrijnend portret van goede bedoelingen en totale verrotting. Ook een personage dat de naam ‘Jeroen Olyslaegers’ draagt, met het toepasselijke beroep uitzendkracht, blijkt deel uit te maken van ‘het kluwen’ en is ook ‘schuldig’ in deze roman die als een trein doordenderend op zoek is naar ware schuldigen, en niemand in het bijzonder vindt, maar wel iedereen passeert. Iedereen wil wat zeggen over ‘het riool’, maar iedereen faalt.

Wanneer het volgende boek van Olyslaegers verschijnt, is onbekend. Tot die tijd meoten we het doen met theatermateriaal en zijn op Internet verschijnende columns, zoals op www.battl.nl of van http://www.klara.be/html/columns/archief.html

Patrick Bassant ? Literair Vlaanderen

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer