Mustafa Stitou

Mustafa Stitou werd in 1974 in Tetouan, Marokko geboren maar verhuisde al snel naar Lelystad, waar hij tot zijn verhuizing naar Amsterdam in 1995 woonde. In het jaar voor zijn komst naar de hoofdstad debuteerde hij al met de bundel Mijn vormen, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs.

In 1998 verscheen de opvolger Mijn gedichten bij uitgeverij Vassallucci, die twee jaar later besloot tot een gezamenlijke heruitgave van Stitous eerste twee bundels. Het zou tot 2003 duren voordat een nieuwe bundel het licht zag, maar de dichter liet in de tussentijd veelvuldig van zich horen en lezen. Hij trad op talloze podia op en nam deel aan interdisciplinaire projecten waarbij zijn werkt werd gecombineerd met animatie (Dicht/Vorm in 1998), ballet (Scapino in 2001) en stomme film (Film Biënnale 2003).

In 2003 stapte Stitou van Vassallucci over naar De Bezige Bij, waar hij zijn derde bundel publiceerde: Varkensroze ansichten. In zijn bespreking van deze bundel in Het Parool voorspelde Adriaan Jaeggi al ‘dat Stitou dit jaar ongetwijfeld een belangrijke kandidaat voor de VSB-poëzieprijs zal zijn. In de Nederlandse poëzie kan niemand meer om Stitou heen, of ze moeten een paar honderd kilometer omlopen.’ In mei 2004 bleek Stitou niet alleen een belangrijke kandidaat, maar zelfs de winnaar van de VSB-poëzieprijs. Enkele weken geleden werd bovendien bekendgemaakt dat hem ook de Jan Campert-prijs 2004 ten deel is gevallen.

Een uitgebreid dossier van de KB staat sinds 19 maart op:
http://www.kb.nl/kb/dichters/stitou/stitou-01.html

Een korte bio, gedichten, film- en geluidsopnames van Stitou zijn te vinden op:
http://www.dichterbijdebezigebij.nl/

De gebruikte foto van Stitou werd gemaakt door Gerard Monté (http://home.planet.nl/~litbrab/Goirlefoto03.htm).

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer