Gerrit Krol

‘Wat is het, die innige tevredenheid in de volle trein als je na de vakantie je eigen station weer binnenrijdt, door de bekende binnenstad loopt met een weekendtas naar je huis, met je eigen spiegelbeeld in alle glazen, een pracht controle dat je bestaat en rechtop loopt in de stad die je liefde is, ja wat is het dat je smoorverliefd kunt zijn op een stad!’

(uit: De rokken van Joy Scheepmaker, 1962)

Gerrit Krol wordt 1 augustus 1934 in Groningen geboren. Zijn vader is docent Nederlands op de Mulo waardoor de literatuur thuis letterlijk voor het oprapen ligt. Na de middelbare school gaat Gerrit Krol wiskunde studeren om, zo zegt hij zelf, opzoek te gaan naar de universele waarheid. Reeds tijdens zijn studie gaat Krol werken als een van de eerste computerprogrammeurs bij Shell. In deze functie en later ook in zijn werk als systeemontwerper bij de NAM reist hij veel over de wereld en woont ook enige jaren in het buitenland. De invloed van het ontwerpen van systemen is onmiskenbaar in zijn literaire werk terug te vinden. Er is geen andere Nederlandse schrijver die zo veel exacte wetenschap in zijn literaire werk verwerkt als Gerrit Krol. Computers, logica en wiskundige formules zijn zaken die steeds weer terug keren.

In 1961 debuteert Gerrit Krol met zijn gedichten in de tijdschriften Barbarber en Hollands Weekblad. Een jaar later verschijnt De rokken van Joy Scheepmaker, zijn eerste roman. Het is een roman in klassieke vorm over de liefde tussen de 22- jarige, net uit dienst gekomen Kraus Koster en het 16-jarige schoolmeisje Joy Scheepmaker. Deze traditionele schrijfwijze laat Krol vijf jaar later los. In 1967 verschijnt het Het gemillimeterde hoofd, een boek vol korte paragrafen, schema’s, formules en illustraties over, aldus de auteur, ‘het mechanisme van de taal, in het bijzonder van de wiskunde’. Techniek is volgens Krol de drager van schoonheid. “Mooi is iets dat in elkaar past.” Krol is er in zijn werk vooral op uit om het systeem dat naar zijn opvatting in de verschijnselen aanwezig is, bloot te leggen.

De letters APPI in de titel van Gerrit Krols gelijknamige boek uit 1971 betekenen Automatic Poetry by Pointed Information. APPI is een computerprogramma om gedichten mee te maken. Krol beschrijft de werking en geeft voorbeelden, maar moet ten slotte concluderen dat de dichter onmisbaar is. ‘Een grap die mislukt is,’ noemde hij het jaren later in een interview.

Vanaf midden jaren tachtig gaat Krol meer traditioneel opgebouwde boeken schrijven. Daarin ontbreken weliswaar de exacte wetenschappen niet, evenmin als de bespiegelingen over tijd en ruimte, over taalsystemen en over de werking van het menselijk brein, maar deze krijgen een plaats in werk met meer dramatische opbouw.Met deze nieuwe blik op het schrijven wordt ook oud werk afgestoft en opnieuw aangepakt en herschreven. Zo wordt  De weg naar Sacramento uit 1977 omgebouwd tot De weg naar Tuktoyaktuk (1987) en De ziekte van Middleton herschreven tot Middletons dood.

Voor zijn werk heeft Gerrit Krol diverse literaire prijzen ontvangen, waaronder in 1986 de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre. In 1996 werd zijn bundel De mechanica van het liegen (bewerkte teksten van lezingen over het verband tussen wetenschap – met name filosofie – en literatuur) bekroond met de Busken Huet-prijs. Als essayist baarde Krol vooral in 1990 opzien met zijn ‘bespiegeling over de doodstraf’ Voor wie kwaad wil, waarin hij stelling nam tegen het in alle gevallen afwijzen van de doodstraf.

AV
(foto: Kooos)

Bibliografie:
·   De rokken van Roy Scheepmaker (roman, 1962)
·   Het gemillimeterde hoofd( roman, 1967)
·   De ziekte van Middleton (roman, 1969)
·   De laatste winter (roman, 1970)
·   APPI (essay, 1971)
·   De chauffeur verveelt zich (roman, 1973
·   In dienst van de ‘Koninklijke’ (roman, 1974)
·   Halte opgeheven (verhalen, 1976)
·   Polaroid (poëzie, 1976)
·   De weg naar Sacramento (roman, 1977)
·   Een Fries huilt niet (roman, 1980)
·   De man achter het raam (roman, 1982)
·   Scheve levens (roman, 1983)
·   Maurits en de feiten (roman, 1986)
·   Bijna voorjaar (columns, 1986)
·   De weg naar Tuktoyaktuk (roman/essay, 1987)
·   Een ongenode gast (novelle, 1988)
·   De Hagemeijertjes (roman, 1990)
·   Wat mooi is is moeilijk (essays, 1991
·   Oude foto’s (verhalen, 1992)
·   De reus van Afrika (reportages, 1992)
·   Omhelzingen (roman, 1993)
·   Okoka’s Wonderpark (roman, 1994)
·   De mechanica van het liegen (essays, 1995)
·   Middleton’s dood (roman, 1996)
·   60000 uur (autobiografie, 1998)
·   Missie Novgorod (novelle, 1999)
·   Geen man, want geen vrouw (poëzie, 2001
·   Krol en de Koninklijke (2001)
·   Krols keus (Een Fries huilt niet/De man achter het raam/ Wittgenstein in kleur/keuze uit de columns) (2001)’n Kleintje Krol (2001)
·   Een schaaknovelle (2002)

Recent

19 oktober 2018

De man die wachtte

18 oktober 2018

Een strijdbare vrouw

17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2008

Kwetsbare poëzie

Recensie door Wouter

De nieuwe bundel van dichter en journalist Hilbrand Rozema kent lange zinnen van weinig woorden. En zoals een Groninger betaamt, heeft die aan een half woord genoeg. Hoewel, weinig halve woorden, want Rozema floreert in taligheid. Dit brengt enerzijds prachtige constructies met zich mee, zoals de eenvoudige maar prachtige beginzinnen van de vierdelige cyclus ‘Losgeregende bloesems’: ‘Het licht van de zon / op de losgeregende bloesems.’

Lees meer