12 januari 2004

Tessa de Loo

Tessa de Loo, pseudoniem van Tineke Duyvené de Wit, wordt op 15 oktober 1946 als de oudste van het gezin te Bussum geboren. Haar vader was chemicus bij het farmaceutische bedrijf Organon en in zijn vrije tijd amateur-cellobouwer. Het gezin bleef enige tijd in het Gooi wonen, verhuisde toen naar Amsterdam en vervolgens naar Oss. Daar werden haar broer en zus geboren. In Brabant ging Tineke ook naar school: eerst naar het gymnasium en daarna naar de HBS. Op beide scholen haalde zij echter zulke slechte cijfers, dat zij tenslotte naar een derde school, het Maaslandcollege, werd gestuurd. Daar haalde zij in 1965 haar MMS-diploma.
Na school ging Tineke Nederlands studeren in Utrecht. Eigenlijk wilde zij naar de kunstacademie, maar haar ouders vonden dat geen goed idee: als kunstenaar zou zij een onzeker en armoedig bestaan tegemoet gaan. Tijdens haar studie trouwde zij met een bouwkundige, van wie zij later zou scheiden, en in 1971 werd haar zoon Joris geboren. Tineke stond nog enige tijd voor de klas als docent Nederlands en schreef tussendoor verhalen. 

In 1975 stuurt ze voor een wedstrijd in Vrij Nederland een verhaal in dat enthousiast wordt ontvangen. Een aantal jaren later is de scheiding van haar man een feit en ze verhuist met haar zoon in 1980 naar het Groningse Pieterburen. Daar ontstaan de verhalen ‘De muziekles’ en ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’, die in 1983 gepubliceerd worden in het tijdschrift Maatstaf. Ze gebruikt dan voor het eerst haar pseudoniem Tessa de Loo. Over de oorsprong hiervan doen verschillende verhalen de ronde. Sommigen zeggen dat het gehucht Tesseloo in de Ardennen haar op het idee daarvoor heeft gebracht. Maar anderen zeggen dat Tessa is afgeleid van Texel en dat het bovendien van Theresia is afgeleid, wier naamdag op haar verjaardag 15 oktober valt. In ieder geval heette haar grootmoeder Van Loo.
Nog in 1983 verschijnt de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek. Ze ontvangt daarvoor het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut en het wordt bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut. In 1985 verhuist ze van Pieterburen naar Amsterdam. In 1986 verschijnt dan haar eerste roman Meander. Dit boek is gebaseerd op de commune Impuls die De Loo in 1979 in Pieterburen bezocht heeft. Daarna krijgt ze de opdracht om het Boekenweekgeschenk van 1987 te schrijven, getiteld Het rookoffer. Een volgende novelle, Het mirakel van de hond, verschijnt in 1988. Het jaar daarop verschijnt dan haar tweede roman, Isabelle (1989). Dit boek is gebaseerd op een krantenbericht over de mysterieuze verdwijning van een Franse actrice, een jonge vrouw op vakantie bij haar ouders in de bergen, ergens in de provincie. Ze is nooit weerom gekomen. De Franse kranten stonden vol speculaties over wat er nu toch met haar gebeurd kon zijn. Er werd een enorme zoekactie gehouden, zonder enig resultaat.

Met de bij een breed publiek bekende roman De tweeling (1993) bereikt De Loo ongekend hoge oplagecijfers. Uitgangspunt in dit boek is de ontmoeting tussen twee bejaarde vrouwen, een Nederlandse en een Duitse, in het kuuroord van Spa. Ze vertellen elkaar hun levensverhalen maar weten aanvankelijk nog niet van elkaar dat ze een al in de kindertijd van elkaar gescheiden tweeling vormen. Op de achtergrond aanwezig is de Tweede Wereldoorlog, die de tweeling gescheiden heeft, en de voor de Duitse en de Nederlandse verschillende doorwerking van dit oorlogsverleden in het heden. De Loo ontvangt hiervoor de Publieksprijs voor het Nederlandse boek, maar de kritieken zijn niet erg juichend. Aan dit boek heeft De Loo drie jaar gewerkt, waarvan een half jaar bestond uit research. Van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael ontvangt zij bovendien de Otto von der Gablentz-prijs, voor haar objectieve informatievoorziening over de Bondsrepubliek Duitsland.
Na de ‘zware onderneming’ die De tweeling voor haar was, heeft ze in Portugal ? haar nieuwe woonplaats ? gewerkt aan Een varken in het paleis (1998), een boek gebaseerd op brieven en dagboekfragmenten van Lord Byron. Hiervoor heeft ze in de herfst van 1996 dezelfde reis gemaakt die Byron in 1809 heeft gemaakt met zijn vriend Hobhouse, door Epiros en Zuid-Albanië.
In 2000 verschijnt dan de roman Een bed in de hemel, waarin opnieuw de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog een rol spelen. Opnieuw zijn de recensenten niet onverdeeld enthousiast maar daar laten de lezers zich inmiddels niet al te zeer meer door beïnvloeden.

Lees een ongepubliceerd verhaal: http://www.ongebonden.nl/auteur/loo/index.html

Haar eigen website: http://www.tessadeloo.nl/

mn
 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer