Christine Otten

Christine Otten is geboren op 13 november 1961 in Deventer. Al haar grootouders kwamen daar vandaan. Arbeiders waren het, al had haar grootvader van moeders kant, Gradus Kleintje, een poosje een eigen kroeg in het Middeleeuwse bergkwartier in het centrum van de stad. Haar grootmoeder, overtuigd anarchiste en geheelonthoudster, trouwde zo het café in. Otten heeft altijd een sterke band met deze mensen gevoeld. Haar grootvader was een worstelaar en acrobaat in zijn vrije tijd en trad soms op op de Deventer kermis. Haar grootmoeder speelde viool en trad in de buurt op om geld op te halen voor dienstweigeraars. Het waren rebelse en onconventionele mensen. In de oorlog overviel haar opa, samen met anderen, voedseldepots. Zijn dochter, Christine’s moeder, werkte in een elastiekfabriek, maar in haar vrije tijd speelde ze toneel en was daar tamelijk succesvol in. Ze gaf haar acteerambities op toen ze kinderen kreeg.

Christine’s vader had een grote liefde voor taal en literatuur. Hij was boekhouder, maar werd vrij jong ziek. Hij leed aan angsten en depressies en dat had een grote invloed op het gezin.
Christines jeugd was doortrokken van muziek. Wanneer haar vader redelijk goed te spreken was, draaide hij operetteplaten – die ze vreselijk vond. Maar haar broer bracht haar in contact met ongeveer ieder genre muziek: van hardrock, tot symfonische rock en blues, country and western en punk en underground. Dat laatste genre zou een rode draad in haar latere leven worden. De muziek van de Velvet Underground (met Lou Reed en John Cale) drukte een belangrijk stempel op haar leven. Niet alleen de muziek, maar de hele levensstijl die erbij hoorde: een onaangepaste houding, druggebruik en recalcitrantie. In het eerste verhaal van Engel heeft Christine dat ook beschreven.

Op haar achttiende verhuisde Christine naar Utrecht, waar ze geschiedenis ging studeren. Al snel ontdekte ze dat ze wilde schrijven en twee jaar later ging ze naar de School voor Journalistiek. Ze werkte als journalist voor de Groene Amsterdammer en voor Vrij Nederland. Na een paar jaar op topniveau gewerkt te hebben (ze schreef over politiek, economie), interviewde ze Pete Townsend van The Who in Londen en ging mee op interview met ministers, stortte Christine geheel in. Ze was vijfentwintig.

‘Ik was burnout. Een geluk, zeg ik nu. Omdat ik in de periode die volgde goed kon bedenken wat ik werkelijk wilde, wat mij dreef. Ik was ziek geworden van dat gejaag op nieuws. Schrijven wilde ik, mooi schrijven, verhalen. Kon mij die actualiteit wat schelen. Maar dat kan natuurlijk niet als je journalist bent. Pas veel later, toen ik voor het Cultureel Supplement van NRC-Handelsblad over muziek ging schrijven, en artiesten als Nick Cave, John Cale, The Last Poets, The Anonymous Mis van Postmen mocht interviewen, ervaarde ik dat journalistiek en literatuur niet elkaars vijanden hoeven te zijn’.

Ze begon voorzichtig proza te schrijven. Het was eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Het zou nog vijf jaar duren voor haar debuut Blauw Metaal uitkwam. In de tussentijd zette ze samen met Aukje Holtrop het jongerenweekblad Primeur op. In 1998 verscheen Lente van Glas, een roman over en jonge vrouw die een obsessieve belangstelling voor muziek heeft. Muziek is, naast literatuur en poëzie, Christines grootste inspiratiebron. ‘Ik heb altijd een soort onmacht gevoeld tegenover mijn eigen liefde voor muziek. Dat komt door de sterke emoties en associaties die muziek teweeg kan brengen; op de een of andere manier zou ik dat effect met mijn werk willen bewerkstelligen, op een literaire manier.’ Daarover gaat onder andere de verhalen in haar bundel Engel en andere muziekverhalen (2000)

Momenteel werkt Christine Otten aan een roman over de legendarische Afro-Amerikaanse dichters/ rappers The Last Poets. Een literaire kroniek gebaseerd op hun turbulente levens en op hun gedichten en muziek. Overigens liet Christine zich door The Last Poets inspireren tot haar eigen muzikale en literaire performance Mijn woorden zijn muziek, die zij met groot succes uitvoert op middelbare scholen. Zij laat zich hierbij begeleiden door een percussionist, en legt een verband tussen (wereld)literatuur, poëzie en rap.

Werken van Christine Otten (http://www.christineotten.nl/)

‘Waiting for Jack’
kort verhaal over een mijnwerkersdorp in Yorkshire. Verschenen in het tijdschrift Atlas, uitgeverij Atlas, Amsterdam 1994
ISBN 90 254 0561 4

Blauw Metaal
Roman, Uitgeverij Atlas, 1995, paperback, 176 blz.
ISBN 90 254 1451 6

Lente van Glas
Roman, Uitgeverij Atlas, 1998, Gebonden 192 blz. met cd
ISBN 90 450 0111 X

Engel en andere muziekverhalen
Roman, Uitgeverij Atlas, 2000, paperback 200 blz.
ISBN 90 450 0199 3

Ask the Angels
kort verhaal, verschenen in Lust en Gratie nr. 65, augustus 2000
Autobiografisch verhaal over mijn liefde voor de muziek van Patti Smith en Nico en een analyse van het doodsverlangen en seksualiteit in de muziek van beide dames.

(Laatst bij gewerkt 2003)

Recent

11 oktober 2018

Een breekbaar geluk

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2008

Kwetsbare poëzie

Recensie door Wouter

De nieuwe bundel van dichter en journalist Hilbrand Rozema kent lange zinnen van weinig woorden. En zoals een Groninger betaamt, heeft die aan een half woord genoeg. Hoewel, weinig halve woorden, want Rozema floreert in taligheid. Dit brengt enerzijds prachtige constructies met zich mee, zoals de eenvoudige maar prachtige beginzinnen van de vierdelige cyclus ‘Losgeregende bloesems’: ‘Het licht van de zon / op de losgeregende bloesems.’

Lees meer