9 juni 2003

Pieter Boskma

Quest, de eerste officiële dichtbundel van Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956) verschijnt in 1987 bij de Haarlemse uitgeverij In de Knipscheer. Voordien is Boskma met zijn jong gestorven kunstbroeder Paul van der Steen (1950-1991) oprichter van Virus, een klein poëzietijdschrift dat bestaat van 1984 tot 1986 en waarvan in totaal zeven nummers verschijnen. Met Van der Steen publiceert Boskma in eigen beheer de bundel Virus Virus, met 24 gedichten en tekeningen van Nesrin en Olivia Ettema.

Enkele jaren later is Boskma betrokken bij de Maximalen (1988-1989; zie onder). In de jaren negentig baart hij enig opzien door als jonge vrouw onder de naam Laura van der Galiën (Frankrijk, 1972) te ‘debuteren’ in de bloemlezing Aan ieder spijker een regel (samenstelling Serge van Duijnhoven, Prometheus, Amsterdam, 1995), met verzen die later in de bundel Zeventien (Prometheus, 1996) verschijnen.

Sinds 2001 vormt hij samen met Gerrit Komrij, Menno Wigman, Onno Blom en Ilja Pfeijffer de redactie van het tijdschrift Awater, waarvan onlangs het vierde nummer verscheen.

Zijn volgens velen vooralsnog meest indrukwekkende dichtwerk is de roman in verzen De aardse komedie (2002). Momenteel werkt hij aan zijn volgende dichtbundel, die in het najaar van 2003 onder de titel Herladen verschijnt. (Boskma, desgevraagd: ‘Het zal een stevige bundel zijn. Niet zozeer in omvang, maar in toon.’) Op vrijdag 13 juni 2003 wordt Niemand Thuis gepresenteerd, een nieuw boek met twaalf gedichten van Boskma en elf tekeningen van Pieter Bijwaard.

Een citaat uit De aardse komedie (p.92):

Het was nog geen ochtend, al kon dat liggen
aan de wolkenlucht die laag en grijzig geel
over bos en piste hing en wellicht de dageraad
aan het oog onttrokken had. Het sneeuwde
nog steeds. Als met tegenzin, zweefden
grote, rafelige vlokken traag omlaag.
Nu en dan schoot op een windvlaag
een handvol weer omhoog, blijkbaar
met zo’n krachtig heimwee naar

de hemelen dat het de zwaartekracht
trotseren kon, maar dan kwamen zij

tot rust en dwarrelden toch neerwaarts,
met een zuchtje leek het, maar dat kon
verbeelding zijn, zoals alles eigenlijk.

Dichtbundels

Virus Virus (met Paul van der Steen), eigen beheer, Amsterdam, 1984.
Quest, In de Knipscheer, Haarlem, 1987.
De Messiaanse kust, In de Knipscheer, Haarlem, 1989.
Tiara, In de Knipscheer, Amsterdam, 1991.
Nerven in de vierkante tijd, met tekeningen van Pieter Bijwaard, 1991.
Huis van jonge dagen, met tekeningen van Pieter Bijwaard, Plaatsmaken, Arnhem, 1994.
Simpel heelal, In de Knipscheer, Amsterdam, 1995.
– recensie door Rogi Wieg, Parool, 10-3-1995
In de naam, Bert Bakker, Amsterdam, 1996.
– recensie door Rogi Wieg, Parool, 22-11-1996
Te midden van de tijden, Prometheus, Amsterdam, 1998.
Het zingende doek & De Geheime Gedichten, Prometheus, Amsterdam, 1999.
Yn Tongen (Friese vertaling van het gedicht ‘In tongen’ door Theun de Vries), Triona Pers, Houwerzijl, 2000.
De aardse komedie. Een roman-gedicht, Prometheus, Amsterdam, 2002.

Andere publicaties
Een foto van God (novelle), In de Knipscheer, Haarlem, 1993.

Steden van water, liedjes van licht, 11 proza-gedichten over 11 Zuid-Hollandse steden (gedichten van Pieter Boskma; journalistieke impressies van Erik Lindner; foto’s van Mieke Bijleveld), Culturele Raad Zuid-Holland, 1995.

Van gelijke duisternis – het verzameld werk van Paul van der Steen, samenstelling Pieter Boskma, Van Der Steenfonds/In de Knipscheer, Haarlem, 1996.

Ik vind je zo lief en zo licht – bloemlezing uit de mooiste liefdesgedichten van Herman Gorter, samenstelling Pieter Boskma, Bert Bakker, Amsterdam, 1997.

Over de Maximalen:

De elfkoppige dichtersgroep ontstaat nadat Arthur Lava in 1988 de bloemlezing Maximaal (In de Knipscheer, Haarlem) samenstelt. De bloemlezing bevat gedichten van Pieter Boskma, Bart Brey, Koos Dalstra, René Huigen, Johan Joos, Tom Lanoye, K. Michel, F. Starik, René Stoute, Joost Zwagerman en Lava zelf. De presentatie van het boek op 24 mei 1988 is de enige gelegenheid waarbij alle elf de dichters bijeen zijn. Een kleine anderhalf jaar later is het volgens de meeste Maximalen wel weer genoeg geweest: op 29 september 1989 wordt de groep opgeheven.

Pieter Boskma zelf over de Maximalen (geciteerd naar epibreren.com, 15-8-2002): ‘Waar ging het de Maximalen om, in een paar woorden? Tja. Ik denk dat Maximaal vooral een reactie was op het verstarde, ingedutte, hermetisch-academische poëzieklimaat van de jaren tachtig, dat gedomineerd werd door een hele generatie epigonen van Kouwenaar en Faverey, zoals T. van Deel en Wiel Kusters, die beiden dan ook furieus op Maximaal reageerden, wat nog leidde tot een heuse polemiek tussen Zwagerman en Kusters in de Volkskrant, die voor een belangrijk deel over mijn hoofd en werken werd uitgevochten, en royaal door Zwagerman werd gewonnen met een knock-out van Kusters, waar daarna niet veel meer van vernomen werd. Er was een grote behoefte om weer een warmbloedige poëzie te schrijven waarin het weer ging om het volledige leven zelf, in plaats van raadseltjes bakken over het stof op je tuinhek. Maximaal was voor mij vooral een pleidooi voor een lyriek uit het volle hart.’

 

Thomas Möhlmann,

 

met dank aan epibreren.com

 

 

 

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer