28 april 2003

Rascha Peper

Er bestaat nog een foto van haar – genomen na de moord maar voordat zij mijn grootvader leerde kennen. Ongeveer 1915 dus. Rascha Peper zette in het titelverhaal van haar debuut De waterdame uit 1990 direct de toon voor een oeuvre waarin afwisseling (in karakters, stijl, plaats en tijd) troef is. Een constante factor is haar fascinatie voor ‘stille wateren en sluimerende hartstochten,’ zoals de jury van de AKO Literatuur Prijs het formuleerde toen zij in 1994 Rico’s vleugels voor deze prijs nomineerde.

‘Ik heb een hekel aan romans die zo vreselijk bedacht en geconstrueerd in elkaar zitten, aan die netwerken waarin lezers pas op de helft in de gaten krijgen wat er aan de hand is.’ Rascha Peper streeft ernaar boeken te schrijven die vooral boeien door een meeslepend verhaal en hecht minder aan literaire vormexperimenten. Haar romans zijn heerlijke leesboeken met een sterke plot, boeiende karakters en sfeervolle details. Haar thema’s ontleent ze vaak aan berichten uit de krant. Zoals de figuren in haar werk een gepassioneerde verzamelwoede hebben, zo verzamelt zij zelf krantenknipsels waarin ze een verhaal ziet. Deze werkwijze brengt met zich mee dat Peper geen autobiografisch schrijfster is wier werk voornamelijk te herleiden is tot zaken uit haar eigen leven. Het enige boek waarvoor dit niet zonder meer opgaat is Oesters.
Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd op 1 januari 1949 in Driebergen geboren. Ze groeide op in een beschermd milieu, waarbij ze, vertelde ze in een interview in NRC Handelsblad, eigenlijk de godsdienst miste: ‘Ik was een ernstige zoeker naar verheven waarheden die ergens te vinden moesten zijn’. Ze studeerde Nederlands, met als hoofdvak Middelnederlandse literatuur, in de roerige jaren zestig toen literatuur in dienst van de revolutie van het proletariaat moest staan, en werkte enige tijd als lerares. In 1983 verhuisde ze naar Wenen vanwege het werk van haar partner die in dienst was van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar begon ze, omdat ze zich nogal ‘op zichzelf teruggeworpen’ voelde en omdat ze ernstig ziek werd, serieus werk te maken van het schrijven. In die tijd ontstond de eerste versie van Oesters. Na publicatie van haar eerste verhalen in Hollands Maandblad en Tirade, zette ze zich aan het herschrijven van deze roman omdat ze ‘in alle valkuilen van een beginnend schrijver was getuind’. Najaar 1999 verhuisde ze naar New York, waar haar man als diplomaat bij de VN-missie werkt. In 1999 verscheen ook haar roman Dooi.
Binnenkort verschijnt de nieuwste roman van Rascha Peper, Wie scheep gaat, bij uitgeverij LJ Veen. 

bron: www.biblioweb.nl

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer