7 april 2003

Geert Mak

Geert Mak werd geboren op 4 december 1946 als zevende, en jongste kind van de familie. Zijn ouders waren toen al bijna vijftig.Hij groeide op als zoon van een gereformeerd predikant in Friesland, studeerde staatsrecht en rechtssociologie aan de Universiteit van Amsterdam en doceerde van 1973 tot 1975 staatsrecht en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Utrecht. Daarna koos hij voor de journalistiek. Van 1975 tot 1985 was Mak redacteur van de Groene Amsterdammer, waar hij zich al snel specialiseerde in minderheden, jongeren bewegingen en grootstedelijke problematiek. Na deze periode werkte hij voor NRC Handelsblad -onder meer als redacteur Amsterdam- en voor de VPRO radio. Voor deze omroep maakte hij een groot aantal reisreportages.

De laatste jaren is Mak voornamelijk werkzaam als publicist en schrijver. Van zijn hand verscheen een groot aantal boeken over politiek, journalistiek en de stad Amsterdam, waaronder, De Engel van Amsterdam, Een kleine geschiedenis van Amsterdam, Het Stadspaleis en Hoe God verdween uit Jorwerd, de geschiedenis van een Nederlands dorp in de twintigste eeuw. In1998 schreef Mak het boekenweekessay Het ontsnapte land.

Geert Mak wordt wel de volksjournalist van Nederland genoemd, zoals Gerard Reve onze volksschrijver is en Lou de Jong onze volkshistoricus. In 1999 nam zijn carrière een immense vlucht met De eeuw van mijn vader. Voor diegene die bovenstaande biografie belachelijk beknopt vonden is in dit boek 523 pagina’s lang een uiterst treffende beschrijving te vinden van de familie van Mak en de eeuw waarin ze opgroeiden. Het boek koppelt de nationale en internationale geschiedenis aan de gebeurtenissen in de familie. Zo komt de geschiedenis letterlijk tot leven.

Het tegendeel van deze roman zijn de twee boeken die Mak samen met René van Stipriaan samenstelden. Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis en Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis. Hierin spreekt niet Mak, maar voeren allerlei bekende en onbekende mensen die toevallig of minder toevallig ter plekke waren toen er een historische gebeurtenis plaatsvond het woord. Vaak is dit in de vorm van embedded media avant la lettre, zoals Xenophon bij de Grieken, maar vaak gaat het ook om unieke documenten. Zoals het verslag van de gezant van de kalief van Bagdad die in 922 ergens aan de Wolga getuige was van de traditionele begrafenis van een Vikinghoofdman, compleet met vuur, offers, sterke drank, maagden en het in stukken snijden van ossen, ezels, kippen en diezelfde maagden.

In juli 2000 benoemde de UvA de schrijver tot hoogleraar op het terrein van grootstedelijke problematiek, de zogeheten Wibaut-leerstoel. De benoeming was voor een periode van vijf jaar, twee dagen per week. Mak heeft echter onlangs aangegeven dat hij zijn tijd wil steken in een nieuw boek. Waarschijnlijk is dat boek In Europa. Voor NRC-Handelsblad reisde Mak in 1999 een jaar lang door dit continent. Het leverde fantastische korte stukjes op de voorpagina van de krant op. Nadat Mak in 2000 in het maandblad M een afsluitend essay schreef over deze reis, is er weinig meer van dit project vernomen. Tot vorige week, toen in zijn geliefde Groene Amsterdammer (Mak schonk in 2002 de IJ-prijs en het daarbijbehorende geldbedrag aan de krant) een voorpublicatie verscheen van In Europa. Verwacht wordt dat dit boek eind 2003/ begin 2004 zal verschijnen. 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer